Huishoudelijke hulpen werken vaker zwart

Het is vandaag de dag van de schoonmaker. Een dag in het leven geroepen voor schoonmakers in dienst van bedrijven, maar daarmee valt een grote groep buiten de boot: schoonmakers die bij particulieren in de huishouding werken. Zij worden steeds vaker zwart betaald en hebben daardoor minder in plaats van meer arbeidsrechten.

Door de bezuinigingen op de hulp in de thuiszorg, gaan huishoudelijke hulpen steeds vaker zwart werken om hun teruglopende inkomsten aan te vullen. Dat blijkt uit onderzoek van PGGM, een pensioenuitvoeringsorganisatie met ruim 700.000 cliënten in de zorg en welzijn.

Vakbond FNV bevestigt dit beeld. Dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders zijn hulp in de huishouding al zwart betaalt, is een publiek geheim. Maar de groep wordt steeds groter. “Contracten worden door de bezuinigingen steeds vaker teruggebracht tot minder uren. Om inkomsten op peil te houden, kunnen veel huishoudelijke hulpen niet anders dan bij de buurvrouw of bij kennissen zwart te gaan werken”, zegt de FNV.

Bezuinigingen

Particulieren die geen of minder uren thuiszorg vergoed krijgen en eenmaal zijn overgestapt naar het zwarte circuit, hebben weinig behoefte om uit die markt te stappen, blijkt uit het onderzoek van PGGM. Daarnaast geeft de helft van de huishoudelijke hulpen zelf aan dat ze zwart willen werken zodat hun cliënt de vaste hulp kan behouden.

“Iedereen weet dat dit aan de hand is en toch doet niemand er wat aan, zegt een woordvoerder van de FNV. “In landen om ons heen is het voor schoonmakers veel beter geregeld en wordt er door regelingen vanuit de overheid minder zwart gewerkt. Het is toch raar dat vakkenvullers die een paar uur per week bij de plaatselijke supermarkt werken wel onder een cao vallen, maar dat we voor huishoudelijke hulpen niet zoiets kunnen regelen zodat de overgrote meerderheid gewoon wit kan gaan werken.”

Voor schoonmakers die minder dan drie dagen per week voor een particulier schoonmaken en wel ‘wit’ willen werken, bestaat een regeling die niet erg populair is. Het gaat om de Regeling Dienstverlening aan Huis (RDaH). Dat betekent dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor het afdragen van sociale verzekeringspremies. Ze hebben dan ook geen ontslagbescherming. Van die regeling wordt nauwelijks gebruikgemaakt zegt de FNV. De werknemersorganisatie pleit al jaren voor een gelijke rechtspositie voor huishoudelijk werkenden. In Nederland werken ongeveer 150.000 mensen in de huishouding.

Regeling Dienstverlening aan Huis (RDaH) 

De regelgevingsil is bedoeld voor wie werk aan huis wil laten verrichten en daarvoor iemand voor hooguit drie dagen per week inschakelt. De particulier is de werkgever en tussen deze werkgever en de huishoudelijk werker bestaat een arbeidsovereenkomst.

Er geldt geen uitkering bij werkloosheid, geen uitkering in geval van ziekte die langer duurt dan zes weken en er is geen vangnet als sprake is
van arbeidsongeschiktheid. Ontslag is mogelijk zonder vergunning van het UWV. De huishoudelijk werker heeft ook geen recht op de inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage voor de Zorgverzekeringswet en kan evenmin aanspraak maken op een pensioenvoorziening.

De particuliere werkgever heeft niet de plicht loonbelasting in te houden en doet geen aangifte bij de Belastingdienst. De werknemer is wel verplicht aangifte te doen. De werknemer heeft de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren voor de werknemersverzekeringen, maar draagt daarvan alle kosten en heeft ook alle administratieve verplichtingen.