Meer ‘maatjes’ voor homoseksuele vluchtelingen

1

De afgelopen maanden meldden zich honderden mensen bij het COC die ‘maatje’ van homoseksuele vluchtelingen willen worden. Veel vluchtelingen zijn eenzaam. Een maatje moet dat gevoel wat verminderen door leuke dingen met ze te doen.

Het gaat niet alleen om eenzaamheid, soms worden homoseksuele vluchtelingen ook bedreigd in asielzoekerscentra. Tot nu is het beleid om dit soort vluchtelingen niet apart op te vangen. Vandaag stemt de Tweede Kamer over de vraag of dat toch moet gebeuren.

Van de 21-jarige Syrische man Masja hoeft dat niet. Hij is homo, en heeft Utrechtse maatje Fayaaz (21) om zijn hart te luchten. Een aparte opvang vindt Masja niet nodig, want andere groepen hebben het volgens hem net zo moeilijk. “Ik vind niet dat ik een privilege verdien, omdat ik homo ben. Gevaar is er voor alle minderheden, voor homo’s net zo goed als voor christenen en Eritreeërs.”

‘Ik moet er rekening mee houden dat ik tussen de Syriërs leef’

Masja kwam vier maanden geleden naar Nederland en verblijft in een noodopvang. Hij ontmoette Fayaaz tijdens een borrel van het maatjesproject.

Er was meteen een klik. “Fayaaz gaf me een zak stroopwafels, sindsdien zijn we vrienden”, zegt Masja. Ze zien elkaar elke week. Fayaaz leert Masja fietsen, in ruil geeft Masja Arabische les.

In de noodopvang voelt Masja zich niet helemaal op zijn gemak. Maar bang is hij ook niet. “Ik denk dat medebewoners het best oké vinden dat ik homo ben, maar ze willen er verder niets mee te maken hebben. Dus begin ik er zelf niet over.”

Masja (rechts) leert Fayaaz (links) ArabischNOS

Masja kijkt ernaar uit om zijn homoseksualiteit vrij te kunnen beleven in Nederland. In Syrië was dat onmogelijk. Zelfs met zijn beste vrienden kon Masja er niet over praten. “Homoseksualiteit bestaat niet in Syrië, het is een taboe. Veel homo’s denken dat ze de enigen zijn in de wereld, daardoor voelen ze zich een slecht mens. En zijn ze eenzaam.”

In de zomer wil Masja naar de Gay Pride, en hij heeft zin om een homokroeg te bezoeken. “Dat ik eindelijk mezelf kan zijn, is te gek.” Toch loopt hij nog altijd een beetje op zijn tenen: zolang hij nog wordt omringd door Syriërs, gedraagt hij zich zoals hij deed in zijn land van herkomst. “Wat dat betreft zit ik nog in de kast.”