Net als Amsterdam gaan ook Utrecht en Rotterdam handhaving boerkaverbod geen prioriteit geven

Niet alleen Amsterdam, maar ook Utrecht en Rotterdam gaan de handhaving van het boerkaverbod geen prioriteit geven. Dat zeggen woordvoerders van de steden tegen de Volkskrant. Daarmee komt de omstreden wet, die in juni door de Eerste Kamer kwam, al voor inwerkingtreding onder druk.

Beeld ANP

Vrijdag kondigde burgemeester Femke Halsema van Amsterdam aan het boerkaverbod niet te zullen handhaven. ‘Ik vind dat zó niet bij onze stad passen’, zei ze tegenover stadsomroep AT5. Halsema wil de ‘schaarse inzet van politie’ voor belangrijker zaken gebruiken. ‘Daarbij denk ik ook dat, gemeten naar de omvang van het probleem, de wet een beetje erg groot en zwaar is, zullen we maar zeggen’, aldus Halsema.

advertentie

Het verbod geldt voor het dragen van gezichtsbedekkende kleding als boerka’s, nikabs, bivakmutsen en integraalhelmen in het openbaar vervoer, de zorg, het onderwijs en in overheidsgebouwen. Wie de wet overtreedt kan een boete van 410 euro krijgen. Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) is nog in overleg met de betrokken sectoren. Wanneer de wet ingaat is nog niet duidelijk.

Vanuit het kabinet klonk zondag kritiek op de houding van Halsema. ‘Niemand staat boven de wet, ook niet de burgemeester van Amsterdam’, zei staatssecretaris Visser (Defensie) bij het tv-programma WNL op Zondag. ‘Het is niet zo dat je zelf kunt shoppen in de wet en zeggen: wat vind ik zelf belangrijk en wat niet?’, aldus Visser.

Gevaar openbare orde

Toch zijn Utrecht en Rotterdam evenmin van plan de wet strikt te gaan naleven. ‘We geven handhaving van deze wet niet de hoogste prioriteit’, aldus een woordvoerder van de gemeente Utrecht. Alleen als er sprake is van ‘gevaar voor de openbare orde’ zal er in de stad worden opgetreden. Voorbeelden van situaties waarin handhaving zou plaatsvinden zegt de woordvoerder niet te kunnen geven. ‘We zullen het per geval bekijken.’

Rotterdam wil nog afwachten hoe minister Ollongren de wet gaat uitleggen. ‘Wij zeggen in Rotterdam niet dat we een wet niet gaan handhaven’, aldus een woordvoerder van burgemeester Aboutaleb. ‘Alle wetten die in Nederland gelden, gelden ook in Rotterdam. Maar ook bij ons zal het niet de hoogste prioriteit hebben. Het zal niet iets zijn waarvoor agenten speciaal de straat opgaan.’

Den Haag, de laatste van de vier grote steden, zegt vooruitlopen op de handhaving van de wet ‘prematuur’ te vinden omdat de wet nog niet van kracht is. ‘Wij vinden het hierbij niet wenselijk als iedere gemeente z’n eigen pad kiest en zelf bepaalt welke wetten wel en welke wetten niet gehandhaafd worden’, aldus een woordvoerder van de gemeente. ‘We zijn één land met één parlement dat op democratische wijze wetten aanvaardt.’ Den Haag roept het kabinet wel op in overleg te treden met de gemeenten.

Volgens de regering is een wettelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding gerechtvaardigd, omdat anders de kwaliteit van dienstverlening en de veiligheid onvoldoende gewaarborgd kunnen worden. De Raad van State schreef in een advies aan het kabinet dat het voorstel ‘primair lijkt te zijn ingegeven door bezwaren tegen het dragen van islamitische gezichtsbedekkende kleding’. Volgens critici is het boerkaverbod dan ook bij uitstek symboolwetgeving.