Als alles tot me doordringt, kan ik wel janken’

Ebru Umar © Slawomira Kozieniec .

Morgen is het twee weken geleden dat columniste Ebru Umar van haar vrijheid werd beroofd. Twee keer per week moet ze zich bij de politie melden. Een aanklacht is in de maak wegens ‘belediging’ van president Erdogan. Vier jaar celstraf dreigt. Haar vurigste wens? ,,Voor mijn verjaardag, 20 mei, terug in Nederland.’

Als ik nou een Syriër was, zou ik al lang weer terug in Europa zijn

Ebru Umar

In de populaire Turkse vakantieplaats Kusadasi is Ebru Umar plots een BT’er: een Bekende Turkse. Een vreemde gewaarwording. Haar opzienbarende arrestatie stond in alle Turkse kranten. Tot twee agenten zaterdagavond 23 april om 23.00 uur op de deur klopten, was ze anoniem in Kusadasi. Terwijl ze er al veertig jaar komt en sinds acht jaar een mooi appartement heeft – mét uitzicht op zee. In het oude centrum. Vlak bij de bazaar en achter een voormalige Ottomaanse herberg. 

Zwemdiploma
Op een tafeltje ligt een Libelle, waarvoor ze interviews doet. Aan de horizon het Griekse eiland Samos, op 1 uur varen van de Turkse kust. ,,Als ik nou een Syriër was, zou ik al lang weer terug in Europa zijn,” zegt Ebru met een cynische glimlach. ,,Waarom niet? Als zij het kunnen, waarom ik dan niet? Ik heb zwemdiploma’s.” Vrienden adviseerden haar ook om de benen te nemen met een privéjet. Ebru kan er alleen maar om lachen. ,,Ik heb mijn ouders, die zich grote zorgen maken, beloofd dat ik me strikt aan de wet houd en geen domme dingen ga doen.”

‘Gewoon’
Op het eerste gezicht lijkt Ebru in Kusadasi een ‘gewoon’ leven te hebben. In haar oranje poloshirt en met oranje pet – ‘mijn favoriete kleur’ – even naar de apotheek. In een modern winkelcentrum shoppen. Onder andere bij kledingzaak Mudo Marina, waar ze hemdjes koopt. ,,Die hebben ze hier van prima kwaliteit en van stretchmateriaal.”

Ebru Umar © Slawomira Kozieniec .

Ma belt. Of ze later vanmiddag kan langskomen en nog wat moet meebrengen. In het gesprek gaan de zinnen om en om in het Turks en in het Nederlands. Lunchen doet ze in de oude stad. In het restaurantje Öz Urfa: een herderssalade, vers pitabrood dat zo warm is dat ze er bijna haar vingers aan brandt, en haar favoriete iskender kebab met tomatensaus op stukjes brood met pepers en yoghurt. En een tulpvormig glaasje met sterke Turkse thee.

Afgevallen
Toch is haar leven de afgelopen twee weken allesbehalve normaal. ,,Mijn telefoon wordt afgeluisterd. Ik ben afgevallen. Mijn taille is inmiddels net als die van Doutzen. Mijn vrijheid is me ontnomen door het NSB-gedrag van die fucking Nederturken. Van de ambassade heb ik een ‘babysit’ gekregen. Hele aardige Nederlands-Turkse dames, die om de beurt hier zijn en ervoor zorgen dat ik niet alleen hoef te zijn. ’s Nachts slaap ik bij mijn moeder.” Een surrealistische nachtmerrie. ‘Een absolute klucht’, noemt ze het zelf. Maar leuk is anders. ,,Als ik niet doe alsof dit een verlengde vakantie is, ga ik eraan onderdoor.”

Fel
Om het schizofrene van de situatie weg te drukken, blijft ze zo actief mogelijk. ,,Met het te woord staan van de media. Het schrijven van columns en opiniestukken. En felle en humoristische commentaren op Twitter. Ik laat me niet intimideren en monddood maken.” Niet alleen is haar opengebroken huis in Amsterdam overhoop gehaald en is er ‘hoer’ op een muur gekalkt. Ze weet ook dat heel haar leven overhoop ligt en dat ze bij terugkeer in Nederland waarschijnlijk politiebewaking zal krijgen. Veel Erdogan-aanhangers kunnen haar bloed wel drinken. ,,Als ik dat allemaal tot me laat doordringen, moet ik janken.” Dat deed ze eerder deze week trouwens al. ,,Ik heb keihard zitten huilen dat ik door al dit gedoe mijn afgesproken interview met Diana Matroos niet kon doen.”

Ik ben het niet gewend mijn leven zo uit handen te geven

Moeder
Haar moeder (72) nam na het nieuws over Ebru’s aanhouding halsoverkop een vliegtuig om haar dochter bij te staan. Hier in Kusadasi gedraagt ze zich als een leeuwin die haar aangevallen pup beschermt. ,,Ik heb mijn moeder nog nooit zo fel gezien als de afgelopen weken. Die kliklijn van het Turkse consulaat in Rotterdam is volgens mijn moeder een gerichte actie, ‘een valstrik die speciaal voor jou werd opgezet’. Mama gaat een aanklacht indienen tegen degene die via Twitter dreigde dat hij me zou aangeven en tegen degenen die haar persoonlijk bedreigen. Dat is voor mij het ergste van dit alles: het verdriet van mijn ouders.”

Deportatie
Ze moet dezer dagen terugdenken aan haar opa en oma. ,,Die werden in 1923 gedeporteerd van Kreta en Rodos naar een land waar ze niet wilden zijn: Turkije. Zo voel ik me nu ook, in gedwongen ballingschap, beroofd van de vrijheid om te gaan en staan waar je wilt en te doen en te laten wat je wilt. Ik ben het niet gewend mijn leven zo uit handen te geven.”

Rebels is ze nog steeds. Al noemt ze dat niet zo. ,,Ik zeg en schrijf alles waarvan ik overtuigd ben dat het de waarheid is. In Nederland noemen ze onverbloemd de waarheid vertellen provoceren. Maar het is gewoon Rotterdams, recht voor z’n raap.”

Scherpe tong
Dat ze van haar scherpe tong en pen haar beroep maakte, heeft ze aan haar vriend en geestverwant Theo van Gogh te danken. ,,Hij heeft me van mijn leven in de corporate wereld gered. Mijn eerste stukje buiten de site van Theo om was in 2003, een column in het Algemeen Dagblad. Daar kreeg ik 200 euro voor. De moord op Theo stortte mij in 10 maanden in rouw en depressie, waarin ik de waanzin van deze wereld niet begreep. Toen ik aan het eind van die periode begon rond te kijken om weer wat te gaan doen, kreeg ik eind 2005 het verzoek om in Metro op de plek van Theo een column te gaan schrijven.”

Doodvonnis
Haar eerste zinnen waren: ‘Nee, natuurlijk wil ik niet dood, maar om de een of andere reden schijnt iedereen te denken dat ik door deze plek te accepteren mijn doodvonnis heb getekend. Of tenminste mijn mond zal houden. Mijn mond houden? Waarover? Waarom?’ ,,Als ik die oude columns teruglees denk ik: er is in die fucking 10 jaar niets veranderd. De integratie is mislukt. Migrantenkinderen zijn tikkende tijdbommen, maar dat mag je van de politici en de grachtengordel met zijn roze bril op niet zeggen. Alles wordt gedownplayed, zelfs na de aanslagen in Parijs en Brussel.” 

Opgejaagd
Opgejaagd wild voelt ze zich. In Nederland én Turkije. Maar bang is ze niet. Ze komt op voor haar rechten, staat pal voor de vrijheid van meningsuiting. Ook als ze op het politiebureau in Kusadasi zit en ze op besliste toon haar telefoon terugeist ‘want ik ben met mijn telefoon getrouwd en zonder kan ik niet’. 

Uiterlijk is ze kalm, maar vanbinnen kookt ze van woede. ,,Ik moet me nu zo enorm inhouden, omdat ik hier zit en niet weet wat de Turkse justitie zal gaan doen. Maar ik ben zo toe aan ontzettend uithalen, echt!”