Gedetineerde die snurkt als een drilboor krijgt dan toch privécel in gevangenis

Een gedetineerde uit de gevangenis van Brugge die extreem luid snurkt, krijgt dan toch zijn privécel. Het geronk van André Drabs (60) haalt op piekmomenten 93 decibel, het equivalent van een drilboor. En da’s niet naar de zin van zijn celgenoten, die hem naar verluidt geregeld wekken met een vuistslag.

Gedetineerde André Drabs (60), die sinds juni in de gevangenis van Brugge zit, snurkt zo hard dat hij elke nacht slaag krijgt. De man eiste enkele maanden terug een aparte cel op. Zijn medegevangenen werden gek van het geronk en dat leidde tot geweld. “Zo goed als elke nacht wordt mijn cliënt gewekt door een vuistslag in het gezicht”, vertelde raadsman Joris Van Maele begin februari. “Soms slaan medegedetineerden hem ook met andere voorwerpen. Bij het ochtendgloren wordt hij ook door andere gevangenen, die in dezelfde gang slapen, belaagd. Zijn gesnurk draagt zo ver dat ook zij er last van hebben.”

In de gevangenissen van Wortel en Antwerpen, waar Drabs eerder al zat, kreeg de man een aparte cel. Dat privilege wilde de gevangenis van Brugge hem niet toestaan. “Zijn veiligheid is nochtans in gevaar”, benadrukte zijn advocaat nog. Dat ontkende de gevangenis. “Volgens de gegevens in het onderzoek slaapt de gedetineerde als een roos. Bovendien is het niet bewezen dat de blauwe plekken er komen door zijn snurkprobleem.” Advocate Eline Dupont liet optekenen dat die evengoed het gevolg kunnen zijn van “zijn onhebbelijke karakter”.

Dwangsom

Drabs kreeg op 4 maart via een kort geding dan toch zijn privécel. Toch blijft hij een dwangsom van 500 euro eisen per dag die hij – mogelijk in de toekomst – in een meerpersoonscel moet slijten. “We willen er zeker van zijn dat hij zijn huidige cel kan behouden tot het einde van zijn detentie”, zegt Drabs’ advocaat. Volgens Justitie heeft de man daar geen recht op. “In het verleden heeft hij zelfs eens een privécel geweigerd. Bovendien kan een rechter geen beslissing nemen die toebehoort aan de uitvoerende macht.” Uitspraak op 13 april.