Geffense Royke zit vast in Colombiaanse bajes: ‘Ik wil hier niet sterven’

Geffenaar Erik van Rooij zit al ruim negen maanden in een gevangenis in Colombia. Het coronavirus verhindert zijn uitlevering naar Spanje en maakt het leven in de Zuid-Amerikaanse bajes nog hectischer dan normaal. ,,Ze kunnen me hier toch niet zo laten zitten?’’
René van der Lee

‘Ik ben nu overgeleverd aan de goden’’, schrijft Erik van Rooij op 17 maart. Een dag eerder heeft de Colombiaanse president Ivan Duque besloten dat alle grenzen op slot gaan en het vliegverkeer aan banden wordt gelegd. Hendrikus Wilhelmus Johannes van Rooij, voor vrienden en bekenden beter bekend als ‘Royke’, vreest dat de val nu definitief voor hem dichtklapt. De 55-jarige Brabander, geboren en getogen in Geffen, zit al sinds 30 juni 2019 in de meest beruchte gevangenis van Colombia, La Picota, in hoofdstad Bogotá. Daar wacht hij op zijn uitlevering naar Spanje, waar hij nog een celstraf uit moet zitten voor verboden wapenbezit.
Hartpatiënt zonder medicijnen
Maar nu het coronavirus ook in Colombia om zich heen grijpt en de president zijn land afgrendelt, beseft Van Rooij dat dat besluit zijn kansen om snel in Spanje te geraken, behoorlijk doet slinken. Minstens zo erg is dat -net als in de Nederlandse gevangenissen- bezoek voortaan uit den boze is in La Picota. En met dat bezoek kwamen ook de medicijnen mee die hartpatiënt Van Rooij nodig heeft. De Brabander overleefde al twee hartinfarcten, nu hij verstoken is van medicijnen, vreest hij een derde.
Als Van Rooij half januari voor het eerst via sociale media contact zoekt met Nederland, is het half januari. Alleen China is dan in de ban van het coronavirus, in Europa is nog geen enkele besmetting geconstateerd. Niemand maakt zich zorgen. Maar in zijn Colombiaanse gevangeniscel, die hij moet delen met vijf andere mannen, ergert Van Rooij zich aan het trage tempo waarmee zijn uitleveringsprocedure zich voltrekt.
Mobiel telefoontje
Niet dat het gevangenisregime in La Picota zo streng is. Helemaal niet eigenlijk. Overdag heeft hij alle vrijheid om binnen de muren van het immense complex te gaan en staan waar hij wil. En een mobiel telefoontje regelen is geen enkel probleem, zo appt hij als we op 20 januari voor het eerst met elkaar in contact komen. Hij stuurt mailtjes via het adres [email protected] en blijft in de dagen daarna onophoudelijk trakteren op appjes. Ook met zijn Cubaanse vrouw en twee jonge kinderen heeft hij iedere dag contact. Begin februari komt er even een kink in de kabel: zijn telefoon is in beslag genomen. Enkele dagen later meldt ‘Royke’ zich weer via de app. Nieuw toestel geregeld. In Colombiaanse gevangenissen is dan nog alles te koop.
Lees door onder de foto.

De La Picota-gevangenis in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá, waar Erik van Rooij sinds 30 juni vastzit. © AP
Ruim een week nadat in Loon op Zand de eerste Nederlandse coronabesmetting wordt vastgesteld, krijgt ook Colombia met het virus te maken. De maatregelen laten niet lang op zich wachten: de grenzen gaan dicht en de bevolking moet zo veel mogelijk binnenblijven. In La Picota, waar vijftienduizend gevangenen zitten, merkt Royke dat de levering van zijn medicijnen begint te haperen. Hij legt contact met de Nederlandse ambassade in Bogotá, met zijn vroegere advocaat Pieter van der Kruijs – inmiddels gepensioneerd. Zij doen hun best voor Van Rooij, maar de levering van de medicijnen blijft haperen. En de ambassade moet op eieren lopen, want de uitlevering van de Geffenaar is een kwestie tussen Spanje en Colombia: daar heeft Nederland zich niet mee te bemoeien. ,,Hij valt tussen wal en schip”, concludeert Van der Kruijs dan al. ,,Het geluk keert zich tegen hem.”
Doden bij rellen
Op 22 maart stuurt Van Rooij via whatsapp geluidsopnames vanuit de gevangenis: de pleuris is uitgebroken. We horen geschreeuw en gebonk op celdeuren. Internationale media berichten over 23 doden bij onlusten in La Modelo, een andere gevangenis in Bogotá. In La Picota vallen geen doden, maar Van Rooij schrijft dat hij zijn hart vast houdt voor wat komen gaat. De angst voor het coronavirus is groot: ,,We zitten als kippen opgehokt. Als hier één man het virus draagt, gaan we allemaal voor de bijl.” Een dag later, weer via de app: ,,Erg onrustig hier nu. Morgen oorlog, zeggen ze. Ze hebben verschillende mensen van de FARC gedood. Die gaan wraak nemen. We zien geen bewaarders meer hier op het complex. Ze kunnen me hier toch zo niet laten zitten?”
De FARC is de ultralinkse guerrillabeweging die decennialang een burgeroorlog uitvocht met de regering, maar in 2016 een vredesakkoord sloot. ,,Het zijn de zwaargewichten van Colombia, maar persoonlijk zijn het aardige mensen”, appt Van Rooij. ,,De mensen die hier binnen zitten, hebben meer macht dan de overheid. Dat is waarschijnlijk ook het probleem in Colombia.”
Lees door onder de foto.

Drie van de vijf celgenoten van Erik van Rooij © foto Erik van Rooij
Drie dagen na de rellen in de La Modelo-gevangenis slingert Amnesty International een persbericht de wereld in. De mensenrechtenorganisatie maakt zich grote zorgen over de ‘overvolle gevangenissen’ in Colombia, waar gedetineerden grote kans lopen om besmet te raken en de toegang tot medische zorg en producten voor hygiëne beperkt zijn’. In La Picota zijn drie gevangenen besmet, appt Van Rooij. Amnesty schrijft dat in de 134 gevangenissen van Colombia bijna 122.000 mensen gedetineerd zijn, maar dat de capaciteit slechts 80.000 bedraagt. De regering van het Zuid-Amerikaanse land wordt opgeroepen tot maatregelen. Eén van de suggesties die Amnesty doet: laat sommige gevangenen voorwaardelijk vrij.
Van Rooij doet ondertussen al wat mogelijk is om uit de gevangenis te komen. Hij mailt met advocaat Van der Kruijs, schakelt ook in Spanje een advocaat in en blijft de Nederlandse ambassade in Bogotá (inmiddels gesloten) om hulp vragen. Hij vestigt zijn hoop op een wet die mogelijk maakt dat oudere gedetineerden huisarrest kunnen krijgen en zich dan één keer per week bij de politie moeten melden. Op dinsdag 14 april krijgt hij van de ambassade te horen dat hij daar niet voor in aanmerking komt.
Decreet regering
Maar een dag later kantelt het perspectief weer. Om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen, komt de regering met een decreet: ruim tienduizend gevangenen zullen tijdelijk op vrije voeten worden gesteld. De bewakers die dat zouden moeten beletten, zijn in geen velden of wegen meer te bekennen. ,,Ik hoop dat ik bij die tienduizend zit. Mijn Spaanse advocaat zet zich daar nu voor in”, zegt Van Rooij over de telefoon. De bewakers die dat zouden moeten beletten, zijn in geen velden of wegen meer te bekennen. Royke heeft meer goed nieuws: via de Nederlandse ambassade heeft hij toch nog een doos hartmedicijnen gekregen. ,,Goed voor een maand.” Als hij inderdaad vrijkomt, betekent dat dat hij in Colombia moet wachten op het moment dat hij weer kan vliegen naar Spanje. En dat kan nog best even duren. ,,Maar ik red me hier wel. Ik kan terecht bij mensen die ik al lang ken en die ook altijd bij me op bezoek kwamen.”
Donderdag 16 april stuurt Van Rooij een nieuw bericht: ‘Ik kom niet los. Mensen die wachten op uitlevering, komen niet in aanmerking voor deze wet”. Zijn Spaanse advocaat probeert nu gedaan te krijgen dat Spanje het verzoek tot uitlevering intrekt.
Lees door onder de foto.

Erik van Rooij, bellend in zijn gevangeniscel © BD
De celstraf die hij in Spanje nog op de lat heeft staan, heeft Van Rooij inmiddels in Colombia uitgezeten. Een vrijlating in Colombia zou betekenen dat hij werkelijk vrij is om in naar huis te gaan. Naar Marbella, de badplaats waar hij al meer dan twintig jaar woont. Wel in de wetenschap dat hij nog een rekening van zes miljoen euro heeft open staan bij de Nederlandse staat. Want nadat de Geffenaar in 2007 werd veroordeeld tot 4,5 jaar celstraf voor het uitvoeren van een grote partij wiet, kreeg hij ook een ontnemingsmaatregel aan zijn broek. Rechtbank en gerechtshof stelden dat Van Rooij zes miljoen euro moet betalen, alleen de Hoge Raad kan daar nog verandering in brengen.
Het is allemaal van later zorg, appt Van Rooij. ,,Eerst moet ik hier weg zien te komen. Ik wil mijn kinderen groot brengen. Ik wil hier niet sterven