Nu ook corona bij nertsen: welke rol spelen dieren bij de verspreiding?

Bij twee nertsenfokkers in Brabant zijn besmette beesten aangetroffen. Het kabinet neemt maatregelen. Dieren spelen zover bekend amper een rol bij de verspreiding van het coronavirus, maar alertheid is geboden.

De nertsen in Brabant hadden ademhalingsproblemen en vertoonden dus typische coronaklachten. Omdat medewerkers ook al symptomen van het virus hadden gaat het kabinet uit van de besmetting van mens op dier, meldt minister Carola Schouten (Landbouw, CU) vanochtend in een brief aan de Tweede Kamer: ,,Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat landbouwdieren of huisdieren een rol spelen in de verspreiding.”

Het RIVM ziet net als buitenlandse gezondheidsdiensten weinig bewijs voor het feit dat dieren een substantiële rol spelen bij de verspreiding van corona. Wel testen soms (huis)dieren positief, maar dat gebeurt vaak na intensief contact met besmette mensen. De besmettingsroute lijkt dan mens op dier te zijn. Voor huisdieren geldt dan overigens dezelfde richtlijn als voor mensen: bij klachten binnenblijven.

Tijgers

Wereldwijd zijn er op diverse plekken dieren met corona gevonden, zoals de besmette tijger in de dierentuin van New York. Maar toch is er weinig reden tot grote vrees voor dieren als aanjagers van het virus, stelt viroloog Ab Osterhaus: ,,Je moet alert zijn, natuurlijk. Maar er zijn geen aanwijzingen dat huisdieren een rol spelen bij verspreiding onder mensen. Wel wordt er veel onderzoek gedaan naar infecties bij dieren. Dan zie je dat katten, fretten en nertsen gevoelig kunnen zijn voor het virus. Honden lijken dan weer nauwelijks geïnfecteerd te worden.” Ook varkens, kippen en eenden zijn niet zo bevattelijk voor het longvirus, blijkt uit een studie eerder deze maand.

Maar zekerheden zijn er amper. Het coronavirus is nog jong, lang niet alles rond de dodelijke infectie is bekend. ,,Het is dus wel belangrijk bij de bestrijding van het coronavirus dat je weet welke rol dieren hebben. Wij zelf doen ook onderzoek naar antistoffen in katten, op veel meer plekken gebeurt dat. Een uitkomst hebben we nog niet. Maar bij het eerste Sarsvirus in 2003 zagen we dat katten inderdaad geïnfecteerd raakten en elkaar konden besmetten.”