Cocaïnegebruik in Nederland groeit

Nederlanders gebruiken steeds meer cocaïne en ecstasy. Dat zegt het Europese drugs agentschap in Lissabon op basis van teruggevonden residuen in het Nederlandse afvalwater. Het drugsagentschap voerde zijn onderzoek uit in 60 Europese steden met metingen vorig jaar maart.

 

Nederland deelt zijn voorliefde voor cocaïne met België, Spanje en Groot-Brittannië. In de meeste Midden- en Oost-Europese steden is het cocaïnegebruik uiterst gering tot verwaarloosbaar. Dezelfde proeven wezen uit dat het amfetaminegebruik sterk varieert: hoog in het noorden en oosten van Europa, veel lager in de Zuid-Europese steden.

Inwoners van Nederlandse steden zijn ook grootgebruikers van ecstasy, hetzelfde geldt voor Duitse en Belgische steden, met Amsterdam en Antwerpen als uitschieters. Het drugsagentschap en de meewerkende nationale autoriteiten kunnen aan de hand van de toiletpot hun onderzoek steeds verder verfijnen. Zo is al gebleken dat ook het drugsgebruik per stad varieert, afhankelijk van de leeftijdsopbouw, wel of geen universiteit, wel of geen druk nachtleven, en ook naar tijd: in de weekends worden meer cocaïne en ecstasy gebruikt dan op doordeweekse dagen.

Metingen van het drugsgebruik aan de hand van afvalwateronderzoek zijn er al sinds de jaren ’90, maar het aantal steden dat wordt gemeten is sindsdien fors toegenomen. Door de meetresultaten van verschillende jaren te vergelijken, zijn ook steeds makkelijker trends af te lezen.