Klant of dealer? Man gepakt met cocaïne in zijn onderbroek

DEN HAAG – Was Roy afgelopen februari in Hillegom om drugs te kopen, zoals hij zelf zegt. Of was hij het juist aan het verkopen, zoals de politie zegt. De politierechter mag het oordeel vellen. Roy (20) heeft naast zijn advocaat ook zijn moeder meegenomen naar de zitting, ze zit achter in de zaal en is de enige op de publieke tribune.

Half februari wordt Roy opgepakt. Hij heeft een aantal ‘ponypacks’ (wikkels; red) met cocaïne opgerold in een sok weggestopt in zijn onderbroek, zo’n vijfhonderd euro contant en meerdere telefoons op zak. De politie verdenkt hem van dealen. ‘Wat deed u eigenlijk in Hillegom?’, vraagt de rechter. ‘Ik kwam iets kopen’, antwoordt Roy. Eens in de paar minuten kucht hij hard. Het lijkt een soort zenuwtrek.

Dat iets, is cocaïne. Roy heeft zich, volgens eigen zeggen, door zijn vrienden laten verleiden om de drugs te kopen. Ze hebben die avond een feest en Roy en zijn vrienden gebruiken wel eens een pilletje of wat coke. Als zijn vrienden beloven om de drugs voor Roy te betalen, wil hij het best halen, legt hij uit.

‘Een beetje eng’

Als de rechter klaar is wil de officier van justitie toch eens weten: ‘Die sok, had u die nou van huis meegenomen en waarom zat hij in uwonderbroek?’ ‘Nee, ik kreeg het in de sok en die zat in mijn onderbroek verstopt omdat ik het een beetje eng vond.’ Volgens Roy is het de eerste keer dat hij drugs koopt.
‘De politie zag iemand bij u in de auto stappen’, houdt de rechter hem dan voor. Maar dat klopt niet volgens Roy: ‘Het was effe andersom.’ Maar als er volgens de politie nog een keer iemand instapt, is dat voor de agenten genoeg om in te grijpen en Roy aan te houden voor het dealen van drugs. En omdat het niet de eerste keer is dat Roy in aanraking komt met de politie, eist de officier van justitie: 30 dagen cel en 150 uur werkstraf.

‘Onrechtmatig aangehouden’

Maar dat is onterecht vindt zijn advocaat. ‘Enkel een man die even kort in een auto is gaan zitten, is geen reden om iemand aan te houden.’ Roy is onrechtmatig opgepakt, betoogt hij. En al het bewijs wat er daarna gevonden is, dat mag het Openbaar Ministerie niet gebruiken om Roy te vervolgen, vindt de advocaat.
Maar de rechter veegt de bezwaren van de verdediging van tafel. Volgens haar is er genoeg bewijs dat Roy aan het dealen was. Ze legt een iets andere straf op dan de eis: ‘zodat u wel uw baan kunt blijven doen’, zegt ze tegen Roy. Hij krijgt een voorwaardelijke celstraf van een maand. Daarbij krijgt Roy een werkstraf van 50 uur. Omdat hij al twaalf dagen in de cel zat, gaat daar nog eens 24 uur af.

‘Komt goed’


Roy hoort alles zwijgend aan. Als de rechter na de uitspraak zegt dat hij twee weken de tijd heeft voor een hoger beroep, zegt hij: ‘komt goed’ en loopt rustig de zaal uit met zijn moeder in zijn kielzog.