Haagse oppositie wil af van convenanten bij risicovolle evenementen

DEN HAAG – Zes partijen in de Haagse gemeenteraad willen dat de gemeente geen convenanten meer in zet bij risicovolle evenementen. Aanleiding is de vonkenregen op Scheveningen afgelopen jaarwisseling. De organisatoren van de vreugdevuren op Duindorp en Scheveningen hoefden geen vergunning aan te vragen maar hadden een convenant met de gemeente.

De vonkenregen veroorzaakte grote en kleine branden op Scheveningen. De brandende stukken hout kwamen van het vreugdevuur op het Scheveningse strand. Alle branden konden op tijd worden geblust maar de schade was groot.

Na de gebeurtenis werd duidelijk dat de organisatoren van de vreugdevuren geen vergunning nodig hadden. De afspraken over onder andere de veiligheid waren vastgelegd in een convenant dat door de bouwers van de vuren, de politie, de brandweer en de gemeente was ondertekend.

Onderzoeksraad voor Veiligheid

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) onderzoekt de vonkenregen en bekijkt onder meer of de vreugdevuren toch niet vergunningplichtig hadden moeten zijn. Na de zomer komt de OvV met de resultaten van het onderzoek.

Oppositiepartijen NIDA, Partij voor de Dieren, CDA, PvdA, ChristenUnie/SGP en de Haagse Stadspartij willen nu alvast weten of de gemeente vaker werkt met convenanten, in plaats van een vergunning. En als het gaat om een risicovol evenement, dan willen de partijen dat het college het convenant vervangt door ‘een passender en effectiever middel’. Volgens de partijen is een convenant niet ‘het meest transparante en effectief handhaafbare middel’ om afspraken vast te leggen.

Onduidelijkheid

Adeel Mahmood van NIDA: ‘De gebeurtenissen rondom de vreugdevuren hebben laten zien dat het werken met convenanten heeft gezorgd voor veel onduidelijkheid. Hoewel de OvV onderzoek doet naar de uit de hand gelopen vreugdevuren, hebben wij algemene vragen over het gebruik van convenanten.’

Zo willen de partijen weten hoeveel convenanten de gemeente gesloten heeft met organisatoren van evenementen, of die rechtsgeldig zijn en wat de afwegingen zijn om te kiezen voor een convenant in plaats van een vergunning. De partijen hebben schriftelijke vragen ingediend