‘Kurhaus vecht tegen de tijd’

EEUWIG DEN HAAGDe viering van 200 jaar Scheveningen badplaats brengt herinneringen naar boven aan ‘de parel aan de Noordzee’ met talloze luxe hotels. Van die oude glorie is weinig meer te zien, behalve het Kurhaus. Dat brandde af, werd gesloten, maar herrees telkens uit de as.

 

Het Kurhaus is de plek waar het strandvertier in de 19de eeuw is ontstaan. Door de Franse bezetting was er weinig werk voor de vissers op Scheveningen. Elders in Europa kwam toen net de rage op onder vorstenhuizen en welgestelden om een bad te nemen in zee. Er zou een heilzame werking van uitgaan tegen reuma, zwaarlijvigheid en zenuwziektes. Scheveningen wilde ook een graantje meepikken en er werd een houten brug over het strand gelegd. Bij de opgang een poort met opschrift ‘Gedenk de armen’. De bezoekers moesten een duit betalen.

Scheveninger Jacob Pronk bouwde in 1818 het eerste badhuis: vier kamers met een badkuip gevuld met zeewater. Dat werd later een Stedelijk Badhuis met 22 kamers, verenigingszaal, biljart, bibliotheek, eetzaal en kabinetten. Ondernemers verenigd in de Maatschappij Zeebad Scheveningen namen het initiatief voor de bouw van het eerste Kurhaushotel. Daarmee moest de badplaats de concurrentie aan kunnen met Zandvoort en Oostende in België. Er was haast bij: het Kurhaus stond er al na zo’n negen maanden. De 600.000 gulden voor de bouw werd opgebracht door beleggers uit Antwerpen, Amsterdam en Rotterdam. Het moest zo efficiënt en goedkoop mogelijk: het gebouw rust op de fundamenten van het Badhuis en veel materiaal werd hergebruikt.

Scheveningen had een Europese primeur te pakken met het eerste grand hotel met een concertzaal. Het eerste Kurhaus opende in 1885 en trok direct veel publiek met een cultureel programma op hoog niveau. De Berliner Philharmoniker gaf het hele badseizoen concerten. De toenmalige Haagsche Courant was niet zo blij met de Duitse benaming Kurhaus en sprak daarom in de krant van Kuurhuis. Het orkest had op 31 augustus 1886 net een speciaal concert gegeven voor de jarige prinses Wilhelmina, toen het noodlot toesloeg. Een dienstmeisje van de familie Heineken wilde op een spiritusbrander pap bereiden voor een kind of een friseurtang warmen. Daarover lopen de lezingen uiteen, maar in elk geval vatte een gordijn vlam en stond het gebouw snel in lichterlaaie. De koepel stortte als eerste in. Niemand raakte gewond.

Adama Zijlstra, keizer van Scheveningen.

Adama Zijlstra, keizer van Scheveningen.

Herbouw

Het hotel was verzekerd voor brandschade. Er werd snel begonnen aan de herbouw van het Kurhaus. De koepel kreeg daarbij de huidige hogere vorm, met veel ijzerwerk. Binnen een jaar, op 19 juni 1887, kon het hotel weer open voor de gasten.

De Kurzaal bleef tot in de jaren 60 een van de meest toonaangevende concertpodia van Nederland. Daarvoor was ‘de keizer van Scheveningen’Anthony Adama Zijlstra (1902-1982) verantwoordelijk. Hij was secretaris van de Expoitatie Maatschappij Scheveningen (EMS), die de hotels, restaurants en strand- en badbedrijven beheerde. Adama Zijlstra ontdekte de pianist Vladimir Horowitz en haalde alle sterren naar het Kurhaus zoals Maurice Chevalier, Richard Tauber, Edith Piaf, Maria Callas, Duke Ellington. Adama Zijlstra is belangrijk geweest voor bloei van de badplaats na de oorlog. Hij zette in 1947 het Holland Festival op, dat nog steeds bestaat. Verder liet hij in 1961 de Pier bouwen als vervanging van de wandelpier, die in 1943 was afgebrand. Adama Zijlstra werd aan de kant gezet, toen de omstreden zakenman Zwolstra de aandelen van EMS overnam. In zijn boek Vaarwel Scheveningen schrijft hij over die periode. ‘Een onoverbrugbare kloof tussen zijn opvattingen over de exploitatie van een badplaats en de zijne over exploitatie van onroerend goed.’

In de jaren zeventig komt EMS in de schulden en lijkt ook het einde van het Kurhaus nabij. Het gaat in 1972 dicht. ‘Nergens ter wereld is er zo’n totale ineenstorting van een badplaats’, schrijft Adama Zijlstra. Vonhoff Projectontwikkelaars wil het Kurhaus slopen, omdat het vergane glorie is. Het gebouw wordt gered doordat staatssecretaris Henk Vonhoff het op een aanvullende lijst beschermde monumenten zet als ‘uniek bouwwerk’. De stichting Kurhaus Scheveningen haalt meer dan 20.000 handtekeningen op. Het kost ruim 100 miljoen gulden om het vervallen gebouw te herstellen. Dit bedrag komt op tafel, met steun van het rijk. Maar in 1975 dreigt het toch mis te gaan, als het Palais de Danse afbrandt. De brandweer kan maar net voorkomen dat het vuur overslaat. Het actiecomité dankt de spuitgasten met bloemen. Prinses Beatrix mag het derde Kurhaus in 1979 openen. Van het oude pand is alleen de middencarré met koepel bewaard gebleven, de zijvleugels zijn opnieuw in beton opgetrokken.

In de jaren daarna veranderde de omgeving rond het gebouw ingrijpend. Paul van Vliet zong in 1998: ,,Ik had het nooit gedacht en toch: het oude Kurhaus staat er nog. Door hoogbouw aan het oog ontrukt, door gokpaleizen weggedrukt. Vecht zijn ongelijke strijd, tegen wansmaak en de tijd.”