Politie is boos over online filmpjes, vanavond ‘stoom afblazen’ bij minister

Politiebonden zijn boos: ze vinden dat agenten vaak onterecht in een kwaad daglicht worden gesteld door video’s op sociale media. Onder meer de filmpjes die zondag rondgingen na de demonstratie op het Malieveld in Den Haag zijn de bonden een doorn in het oog.

De makers van die video’s vonden dat de politie te hardhandig optrad, maar volgens de korpschef van de nationale politie is zo’n oordeel snel geveld, vaak op basis van “fragmentarische beelden”. In het AD beschuldigt Koen Simmers, hoofdbestuurder van de Nederlandse Politiebond, politieke partijen en extreme groeperingen zelfs van het verspreiden van nepnieuws over politiemensen.

Vanavond gaan de voorzitters van de politiebonden over de kwestie in gesprek met minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. “Men knipt en plakt allerlei filmpjes en zet die op het internet als de waarheid”, zei Gerrit van de Kamp van politievakbond ACP er vanmorgen over in het NOS Radio 1 Journaal. “Ik ben al jaren voorzitter van de politievakbond, maar dit heb ik nog niet eerder meegemaakt.”

Volgens Van de Kamp wordt de politie steeds meer gecriminaliseerd. “Er kunnen natuurlijk fouten worden gemaakt, maar daar doet de politie dan altijd onderzoek naar.” In de filmpjes die online worden gedeeld, ontbreken de feiten, zegt hij. “Daarmee worden we vleugellam gemaakt. We kunnen ons niet meer verweren.” Van de Kamp wil vanavond met Grapperhaus praten over oplossingen, “want wij zien die niet meer”.

‘Kruip niet in slachtofferrol’

Maar wat kun je hieraan doen, vraagt politiewetenschapper Jaap Timmer zich af. “Ik snap heel goed dat politiemensen zich in het nauw gedreven voelen door de niet aflatende stroom van commentaren en beschuldigingen, maar ik vraag me af of de belangenbehartiging gebaat is bij boze en verdrietige vakbondsleden.”

Het zou beter zijn als de politie deze kans aangrijpt om proactief haar eigen verhaal te vertellen, vindt hij. “Leg uit wat je doet, waarom je dat doet en wat je van burgers verwacht. Mensen mogen bijvoorbeeld best weten dat ze een strafbaar feit plegen als ze ergens blijven zitten terwijl de politie hun heeft gevraagd om weg te gaan. Vertel wat hun rechten en plichten zijn, en luister ook naar wat burgers zelf te zeggen hebben. Niet in de slachtofferrol kruipen, zou ik zeggen. Sta voor je verhaal.”

Champions League

Volgens Miriam Barendse, voorzitter van politievakvereniging Equipe en vanavond ook aanwezig bij het gesprek met minister Grapperhaus, komt de frustratie bij de politie niet uit de lucht vallen. “Het is een optelsom van heel veel dingen. We worden in online filmpjes zonder hoor en wederhoor beschuldigd van allerlei zaken, we hebben te maken met schaarste, mensen staan onder druk en zijn moe.”

Verder staan de voor- en tegenstanders van de thema’s waarover nu wordt gedemonstreerd, zoals racisme, lijnrecht tegenover elkaar, zegt ze. “Dat is dan echt de Champions League voor ons, echt topsport.”

De problemen waartegen de politie aanloopt, zijn niet met een “actieplannetje” op te lossen, denkt Barendse. Ze ziet het gesprek met minister Grapperhaus dan ook vooral als een manier om stoom af te blazen. Uiteindelijk hoopt ze op een andere houding van de maatschappij. “Eerst het onderzoek naar eventuele beelden op sociale media afwachten, daarna pas een mening vormen over de situatie.”

Vooraan staan bij ruzie

Politiewetenschapper Timmer wijst er op dat kritiek op de politie verre van nieuw is. “Zolang er politie is, is er discussie. Dat heeft te maken met de zichtbare taak die agenten vervullen en de (gewelds)bevoegdheden die zij hebben. Ze moeten altijd vooraan staan als er ruzie is.”

Zo was er ook in de jaren 60 en 70 al discussie over het optreden van de politie bij bijvoorbeeld demonstraties, weet Timmer. “Toen werd ook op de zaken vooruitgelopen, mensen gingen ook de straat op. Maar nu komt het commentaar wel extra overweldigend op iedereen af: sociale media gaan 24 uur per dag door. Wat dat betreft begrijp ik wel dat de politie vraagt om iets meer geduld als het gaat om bijvoorbeeld onderzoek naar voorvallen met een ernstige afloop.”