De roerige geschiedenis van het kerstbomen rausen in Den Haag

‘Op oudjaarsavond fikkie stokûh, want autobanden branden fijn.’ De vreugdevuren en daarbij de kerstbomenjacht zijn heuse Haagse tradities. Het klinkt als een leuk idee, maar de historie van het kerstbomen rausen heeft een aantal zwarte bladzijden.

Op de stranden van Duindorp en Scheveningen worden elk jaar de grootste vreugdevuren van Europa georganiseerd. Vroeger waren er in bijna elke wijk wel vuurtjes, alleen was het daar niet altijd zo gezellig.

Begin

De traditie van kerstbomen verbranden is al heel oud. Waarschijnlijk net zo oud als het concept van de kerstboom. Maar het echte kerstbomen rausen begon pas na de Tweede Wereldoorlog. Na de kerst begonnen jongeren kerstbomen te verzamelen voor een mooi vreugdevuur. Het was een leuk idee want niet iedereen had geld om oud en nieuw uitbundig te vieren en zo konden toch de buren gezellig samen zijn. Alleen verliep het vaak anders dan gedacht.

Bomenjagers

Het werd een echte sport om zoveel mogelijk bomen, autobanden en hout te verzamelen om zo het grootste vuur te maken. Het begon allemaal met een gezonde rivaliteit tussen jonge jongens uit verschillende straten. Maar er kwamen steeds meer bomenjagers, terwijl er niet meer kerstbomen bij kwamen. Dus de  jongens begonnen bomen van elkaar te stelen. De strijd werd steeds heftiger en in de jaren ’60 kwamen er flinke rellen.

Het tv-programma Andere tijden heeft een aflevering gewijd aan de kerstbomenjacht. Zij schrijven over 1960: ‘De jaarwisseling verliep onrustig. Een veldslag aan de Hoefkade in de Haagse Schilderswijk tussen politie en jongeren heeft het beeld van de jaarwisseling ernstig veranderd. Deze rellen waren ongekend hevig’. Het Algemeen Dagblad schrijft op 2 januari 1960: ‘Het nieuwe jaar was nauwelijks vijf uur oud toen de beruchte Schildersbuurt er uitzag als na een burgeroorlog: opgebroken bestratingen, smeulende vuren, kapotgeslagen straatlantaarns, verbrijzelde ruiten, kromgebogen verkeerspalen en beschadigde auto’s. De wegen lagen bezaaid met stenen, stokken, kapotte flessen, half verbrande meubelen, planken en meubilair.’

Hoofdcommissaris J.H.A.K. Gualthérie van Weezel (alias Jan Hak) van de Haagse politie liet de agenten stevig optreden. Begin 1961 liep dat niet goed af. Op nieuwjaarsdag daagde een groep jongens de politie uit. Eerst werd er gescholden, dat ging over in geweld en veertien agenten voerden een charge uit met de blanke sabel. De 16-jarige scholier Wim Scholte werd daarbij geraakt en overleed op weg naar het ziekenhuis aan een slagaderlijke bloeding. Na het incident nam de Haagse politie gas terug waarna het even rustig leek te zijn.

Tekst gaat verder onder de foto.

Vruchtenbuurteind jaren ’80. Kruising Vlierboomstraat en Frambozenstraat
Vruchtenbuurteind jaren ’80. Kruising Vlierboomstraat en Frambozenstraat

Schade

In de ’70 werd het allemaal nog grootschaliger. Er werd niet meer tussen straten gevochten, maar tussen hele wijken. De overheid zat met de handen in het haar en in de jaren ’80 braken de ergste jaren aan. Groepen kerstbomenjagers gingen elkaar te lijf met wapens en strijkerbommen. Tijdens de jaarwisseling gingen niet alleen kerstbomen en autobanden op het vuur maar ook hele auto’s. De vlammen waren huizenhoog en na de viering was er dan ook veel schade aan de wegen, aan huizen, eigenlijk alles in de buurt van zo’n vuur was beschadigd. Het koste de overheid miljoenen om alles weer op te knappen. Het was plat gezegd één groot zootje. Vaak begon oudejaarsavond gezellig. Mensen waren trots op hun vuur. Maar na een aantal uren en flink wat drank braken er vechtpartijen uit. Iedereen, de politie en de burgers, wist met oud en nieuw is het matten in Den Haag.

Feesten

De overheid moest wel met een heel goed plan komen om oud en nieuw weer leuk te maken. En dat deden zij. In plaats van alles afschaffen ging de overheid zelf feesten verzorgen. In de wijken waar veel onrust was kwamen feesttenten en samen met de jongeren uit de buurt werden de feesten verzorgd. Ook werden er speciale plekken aangewezen voor een vreugdevuur. Op die plek stortte de gemeente flinke bergen zand zodat de weg niet beschadigd zou raken. Verder mochten er geen autobanden meer op de brandstapels. In ruil daarvoor kregen de jongeren van de gemeente vele houten pallets. Daarbij werden er containers geplaatst waarin de verzamelde kerstbomen bewaard konden worden.

Als iedereen goed meewerkte was het ook voor iedereen een leuke jaarwisseling. Maar tegen mensen die zich misdroegen werd streng opgetreden. In de tijd voor oudejaarsavond werden waarschuwingen uitgedeeld. Twee waarschuwingen en je moest met oud en nieuw binnen blijven. Ook mensen die het jaar daarvoor zich hadden misdragen moesten met oud en nieuw binnen blijven. Het bleek te werken. Het eerste jaar was de schade en het aantal gewonden al gehalveerd.

Tegenwoordig zijn er nog maar weinig vreugdevuren in Den Haag. Zoals eerder genoemd zijn er de gigantische vuren in Duindorp en Scheveningen. Verder zijn er georganiseerde vuurtjes in de wijken Escamp en Laak.