ADHD bij volwassenen toont vele gezichten

999De symptomen van volwassenen met ADHD lopen sterk uiteen. Ook de oorzaken van ADHD bij volwassenen zijn divers, concluderen Jeanette Mostert en Marten Onnink. Zij deden voor het eerst onderzoek naar een grote groep volwassenen met ADHD met behulp van cognitieve tests en beeldvormende technieken. Op 9 en 10 juni promoveren ze aan de Radboud Universiteit.Meerdan de helft van de kinderen met ADHD houdt op volwassen leeftijd last van aandachtsproblemen en verhoogde impulsiviteit. In veel gevallen krijgen zij ook op volwassen leeftijd de diagnose ADHD. In een groot onderzoeksprogramma naar de biologische oorzaken van ADHD bij volwassenen onderzochten Jeanette Mostert en Marten Onnink meer dan 130 volwassenen met ADHD en 130 volwassenen zonder ADHD. Op basis van hersenscans en cognitieve testen zagen zij dat er veel verschillen zijn tussen de patiënten in wat zij goed en minder goed kunnen. Geen enkel cognitief probleem was echter bij allemaal aanwezig. Deze uitkomsten zijn sterk vergelijkbaar met die van kinderen met de diagnose ADHD.

Hersennetwerken

Veranderde communicatie tussen verschillende delen van de hersenen, in zogenaamde hersennetwerken, kan de symptomen van ADHD verklaren. Deze communicatie is te meten door met een MRI-scan naar de activiteit van verschillende hersendelen en hersennetwerken te kijken. Uit de scans blijkt dat hyperactiviteit en impulsiviteit samengaan met sterkere communicatie binnen hersennetwerken die betrokken zijn bij aandacht, controleren van emoties en onderdrukken van impulsen. Dit was zichtbaar als deelnemers rustig in de scanner lagen en niet aan iets specifieks dachten. De sterkere netwerkverbindingen tijdens rust verstoren mogelijk de reactie van deze netwerken op externe prikkels. Maar de verschillen tussen volwassenen met en zonder ADHD zijn volgens de onderzoekers te klein om per individueel geval ADHD te verklaren.

Witte stof (coke)

Een tweede manier om communicatie tussen hersengebieden te meten is om naar de verbindingen tussen hersencellen zelf te kijken. Marten Onnink deed dit door met een MRI te meten aan witte-stof-banen. Deze zorgen voor de informatieoverdracht binnen de hersenen. Onnink kon aantonen dat veel van deze banen er anders uitzien bij mensen met ADHD, vooral in de hersenbalk, die beide hersenhelften met elkaar verbindt. ‘Dit kan mogelijk een slechtere remming van impulsen verklaren’, zegt Onnink, ‘maar dat moet verder onderzoek uitwijzen.’

Jeanette Mostert: ‘In de samenleving heerst het idee dat ADHD wordt overgediagnosticeerd en dat hersenscans misschien kunnen helpen te bepalen wie er “echt” ADHD heeft. Ons onderzoek laat zien dat dit niet zo makkelijk is, omdat de verschillen tussen patiënten groot zijn. Het lijkt wel alsof iedereen zijn eigen ADHD heeft.’

IMpACT

De promotieonderzoeken van Mostert en Onnink zijn onderdeel van de International Multicentre persistent ADHD Genetics CollaboraTion (IMpACT). Dit onderzoeksproject is opgericht in 2007 en wordt gecoördineerd door Prof. Barbara Franke van het Radboudumc. In acht onderzoekscentra in Europa, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika kijken onderzoekers naar de biologische achtergrond van ADHD, met name naar het beloop van de aandoening van de kindertijd naar volwassenheid.

Vrijdag 10 juni organiseert IMpACT een wetenschappelijksymposiu over ADHD bij volwassenen ter gelegenheid van de twee promoties, waarbij vier internationale experts zullen spreken.