Anne Faber gedood omdat ze zich hevig verzette tegen Michael P.

In de rechtbank in Utrecht staat vandaag Michael P., de verdachte van de moord op en verkrachting van de Utrechtse Anne Faber in september vorig jaar, terecht. Ook staat P. terecht voor de mishandeling van vijf medewerkers van het Pieter Baan Centrum. Het OM beschuldigt hem van moord met voorbedachte rade.

De zaak wordt behandeld onder grote belangstelling. Publiek en familie zitten in andere zalen, die een videoverbinding hebben met de rechtszaal. Hans Faber, de oom van Anne, zit naast de advocaten van Michael P.  Die oogt niet erg gespannen, gekleed in gympen, spijkerbroek en overhemd.

Op de ochtend van de moord nam P.  Ritalin. Hoeveel pillen precies weet hij niet meer. Hij sloeg de pillen stuk, vergruisde ze en snoof ze op. Volgens de rechter werken de pillen bij P. libidoverhogend. ,,Ik vind het relaxend, ik word er rustig en van en voel me er lekker door. Bij vier of vijf word je er paranoia van’’, zegt Michael P. De rechter houdt hem voor dat hij er die dag wel tien heeft genomen.

Op de avond van de moord, 29 september, was de moeder van P. jarig. Hij zou daar heen gaan, maar deed dat niet. Volgens P. was dat omdat zijn vriendin hem anders zou storen tijdens het slopen. Hij appte zijn vriendin wel dat zijn telefoon raar deed, waarop zijn telefoon uren uit de lucht ging. Dat was niet bewust, zegt hij. Even na negen uur ’s avonds maakte het toestel twee keer kort contact, om tot half elf weer uit de lucht te gaan.

Het is de vraag of zijn telefoon handmatig werd uitgezet, of dat er geen bereik was. De politie gaat er vanuit dat het toestel handmatig werd uitgezet, omdat hij is ‘afgemeld’ bij de zendmast. P. blijft ontkennen: ,,Ik kan er niets aan doen. Mijn telefoon was serieus niet goed.”

Botsing

Een getuige zegt dat hij Michael P. op de ochtend voor de moord al in Zeewolde heeft gezien. Dat zou kunnen betekenen dat hij toen al voorbereidingen pleegde voor zijn daad. Hij ontkent dat hij daar die dag geweest is. Wel staat vast dat hij later die dag in de Action in Zeist is geweest. Om ongeveer 14.45 uur keert hij terug aan de Distelvlinder, de straat waar hij woont hij bij Aventurijn. Hij geeft aan dat hij die avond wilde gaan slopen in de oude keuken. Daar gebruikte hij veel gereedschap: een betonschaar, knijptangen, schroevendraaiers en een mes.

Die keuken lag in een ander gebouw. Op zijn scooter reed hij er naar toe. Omdat er kans was dat hij betrapt werd bij het slopen, verstopte hij het gereedschap in het bos.

In dat bos botste hij op Anne. Hij reed naar eigen zeggen zo’n 40-45 kilometer per uur. Uit de reconstructie blijkt dat ze elkaar zo’n 30 seconden voor de botsing al kruisten. Even daarna was dus de botsing. Die is gereconstrueerd door de politie. Daaruit bleek dat een botsing mogelijk is, maar niet aannemelijk. Er was voldoende uitwijkruimte.

Verkrachting

Uit het technisch onderzoek komt weinig bewijs voor een botsing. Er is weinig schade. Volgens P. was een kap van zijn scooter gevallen, maar die is nooit gevonden. Zelf weet hij dat ook niet. Na het ongeluk stond Faber al snel op, zegt P. Hij biedt zijn excuses aan. Anne wil de politie bellen en dan ‘flipt’ P. Hij wilde dat niet, riep’ geef me die kankertelefoon!’ en dirigeerde haar het bospad in. Als de rechter vraagt waarom hij dat deed, vertelt hij dat hij dat niet weet. ,,Het kwam in me op. ” Anne zei, volgens P., ,,Je gaat me verkrachten he?”

Volgens P. had hij veel zelfwoede en haat, vanwege de verkrachtingen die hij eerder heeft gepleegd. Waarom dan, wil de rechtbank weten, verkrachtte hij dan? ‘Toen zij dat zei dacht ik what the fuck. Wat zegt zij nou?” Hij verkrachtte haar inderdaad.

Na de verkrachting liep P. terug naar de scooter op zijn helm te pakken. Anne ontfutselde het mes van P., en wist hem te steken in zijn hand. ,,Mijn klauw bloedde als de tering”, zegt P. Daarna pakt hij het mes weer af en sloeg en schopte Anne. P. sloeg haar volgens eigen zeggen één keer, maar uit het onderzoek blijkt dat dat veel vaker was. Ze had 46 bloeduitstortingen, door geweld met een voorwerp. P. ontkent dat hij dat gedaan heeft. Hij bindt Anne vast met tiewraps, zet haar zijn helm op en rijdt met haar weg, door het bos. Bij Vliegbasis Soesterberg tilt hij haar, terwijl ze vastgebonden is, over het hek. Rechters vinden dat een vreemd verhaal. ,,Uw hand bloedde als een rund, maar op Anne was geen enkel bloedspoor te vinden. Hoe kan dat?” Michael P.: ,, Geen idee, misschien is het er door de regen vanaf afgespoeld.”

Op dat moment begon Anne te schreeuwen, naar iemand die voorbij fietste. P. zei dat ‘ze haar bek moest houden’, omdat hij bang was betrapt te worden. Hij haalde het mes langs haar keel om haar bang te maken. P. zag geen bloed, maar voelde het wel warm over hem heen stromen.

Handen van een moordenaar

 Na de moord neemt hij haar spullen mee, om ze op verschillende plekken weg te gooien. ,,Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ik ben ze hier en daar weg gaan gooien.’’

De dag na de moord ging P. om kwart voor zeven in de ochtend de deur uit. Hij zegt een cadeau te gaan halen voor zijn jarige moeder. Maar dat had hij de vorige dag ook al gedaan. ,,Waarom gaat u zo vroeg de deur uit?’’, vraagt de rechter. ,,Doe ik wel vaker, om naar mijn werk te gaan bijvoorbeeld. Ik ben naar de Action gegaan.’’

In de eerste dagen na zijn aanhouding zweeg P. bij de politie: ,,Ik was boos omdat ik zo hardhandig gearresteerd ben.’’ Na drie dagen bekende Michael P. ,,Mijn geweten begon op te spelen. Ik kon het niet langer maken tegenover de familie van Anne om te blijven zwijgen. Als ik naar mijn handen keek, zag ik de handen van een moordenaar.’’

Complimenten

Michael P. kreeg in de dagen voor de moord complimenten van zijn behandelaars dat hij zich zo goed gedroeg. Volgens P. hield hij ze voor de gek. ,,Om te kunnen doen wat ik wil doen.’’

Vanwege de enorme gevoeligheid van de zaak sprak rechter Stephan van Lieshout aan het begin van de zitting een inleidend woord. Hij verontschuldigt zich min of meer bij de familie dat er details voorgehouden worden die niet prettig zijn om te horen, maar die zijn noodzakelijk.