DIT CIRCUS DUURT NU AL 3 JAAR

Ruim drie jaar na zijn aanhouding en na veertien inleidende zittingen is de rechtbank in Amsterdam gestart met de inhoudelijke behandeling van het megaproces tegen Willem Holleeder. Misdaadverslaggever Paul Vugts houdt je in dit blog op de hoogte.

    1. ‘Ik wás ook boos’

      Rechter Mildner: “U bent héél erg boos. Astrid zegt dat ze u nog nooit zo boos heeft gezien, omdat u drie jaar extra celstraf boven het hoofd hangt.”

      Holleeder: “Zij zegt het omdat ze weet dat ze het opneemt. Maar ja, ik wás ook boos.”

      Het klopt dat hij gezegd heeft dat hij Sonja zou laten tossen om te bepalen welke van haar kinderen zou worden vermoord. Tegen Astrid schreeuwt Holleeder op de opname: ‘Als ik één dag binnen zit, gaan haar kinderen.’ Hij bedoelt daar Sonja.

      Holleeder noemt het ‘een misselijke streek’ van Peter R. de Vries dat hij met zijn zus Astrid ‘spelletjes is gaan spelen’ en ze gesteund heeft bij het afleggen van verklaringen tegen hem.

      Over Sonja: ‘As, ik kan er niet mee leven, mijn eigen zus verlinkt me voor geld. Ik breek haar kaak, ik breek haar neus, ik sla haar hier de bosjes in.’

      Holleeder: “Het is, nogmaals niet goed dat ik zulke dingen gezegd heb, maar het is niet steeds dat ik één en hetzelfde ding herhaal dat ik met haar zal doen. Ik roep maar wat.”

    2. ‘Ik heb veel bedreigingen geuit’

      In verschillende gesprekken uit Holleeder stevige bedreigingen. “Ja, ik heb veel bedreigingen geuit. Ik werd gek van de leugens die ze vertelden. Het is niet correct, ik had dat niet moeten doen en ik ben er niet trots op, maar ik ben Willem, een jongen van de straat. Maar ik begreep echt niet wat er speelde en wist wat er niet klopte.”

      Rechter Mildner: “U zegt: ‘Dan schiet ik die zoon van Sonja als eerste dood…”

      Holleeder: “Dat zijn de dingen die ik tegen Astrid zeg om haar onder druk te zetten. Ze (Sonja) heeft al die tijd gezopen en gevreten van dat boek (over de Heinekenontvoering). Denk je dat Cor de baas is? Wie is de baas?!” Astrid: “Jij.”

      Holleeder: “Het is niet als een retorische vraag bedoeld. Dat boek is geschreven alsof Cor de baas was, maar we (de Heinekenontvoerders) waren alle vier de baas.”

      Holleeder: “De discussie gaat niet over het boek, maar over de film.”

    3. ‘Zij is echt bang, Wim’

      In een ander gesprek zegt Holleeder: “Sonja heeft mijn leven verkankerd en de familie van Cor.”

      Wie bedoelde hij, vraagt rechter Benedicte Mildner nu: “De familie van Cor, Thomas van der Bijl, Frans Meijer en Jan Boellaard (zijn mede-Heinekenontvoerders).”

      Op de opname vraagt Holleeder aan Astrid of ze even mee loopt uit het huis van Sandra. Astrid zegt: “Zij is echt bang, Wim.”

      “Hij is ook bang,” zou Holleeder hebben gezegd over de door hem bedreigde Peter R. de Vries, met wie hij dan een verzoeningsgesprek heeft gevoerd.

      Holleeder is heel boos omdat hij bang is dat hij ‘drie jaar moet zitten’: het restje straf na de afpersingszaak. Hij heeft zes van de negen jaar cel uitgezeten, maar moet bij het overtreden van zijn vrijlatingsvoorwaarden ook de laatste drie jaar uitzitten. Hij is daar later inderdaad toe veroordeeld.

      “Ik kon toen voor mezelf niet begrijpen dat Peter R. de Vries naar de politie gaat (na dat bedreigen). Hij weet ook dat ik weer rustig word. Naar de politie gaan is onvergeeflijk, dat vind ik tot op de dag van vandaag. Naar de politie gaan omdat ik zeg dat ik die film (over de Heinekenontvoering) niet wil en dat ik hem anders een paar klappen geef? Ik wist natuurlijk nog niet dat hij en de zussen in het geheim verklaringen aan het afleggen waren.”

    4. Afgeluisterde gesprekken

      Na de lunchpauze wil de rechtbank het nu hebben over heimelijk opgenomen en afgeluisterde gesprekken, waaronder de veelbesproken ‘gesprekken’ die zijn zussen stiekem opnamen en waarin hij vreselijk uitvaart tegen Sonja.

      Astrid en Sonja gebruikten verborgen opname-apparatuur.

      Die opnames zijn op papier uitgewerkt. Rechter Benedicte Mildner neemt ze chronologisch door. Ze begin met een gesprek waarvan geen opname is, maar dat Astrid heeft uitgewerkt. Het gesprek vond plaats op 15 maart 2013.

      Het onderwerp is ‘petten’ (corrupte politiecontacten’).

      Astrid vertelt Holleeder dat ze cursus heeft met iemand van politie of justitie die wel eens met haar spreekt. “Misschien wil hij wat zeggen.” Holleeder zegt dat Astrid maar moet luisteren wat die man te zeggen heeft. Als hij vraagt naar ‘die petten’, moet ze zeggen dat Holleeder ‘echt bang is’ voor die petten. “Petten die plat zijn kunnen heel ver gaan. Ze kunnen informatie doorspelen of nep-informatie fabriceren.”

      Het gesprek heeft inderdaad plaatsgevonden, zegt Holleeder nu. “Dat verhaal gaat de ronde hè, dat weet iedereen in de onderwereld, over die petten. Ik heb zelf geen ‘petten’ (platte contacten). Ze kennen negatief of positief geven, dat weet je toch niet. Ik heb nooit geen contact gehad met petten, ken ook geen petten. Ik weet wat gezegd wordt, met name uit de tijd dat ik optrok met Sam Klepper en John Mieremet.”

      Het speelt in de tijd dat Willem Holleeder zich met crimineel Danny K. en ex-topvechter Dick Vrij had aangesloten bij motorclub No Surrender.

    5. Pauze

      De rechtbank pauzeert een uur voor de lunch.

    6. ‘Met emotie geschreven’

      De ‘jongste rechter’ Margo Somsen: “U zegt dat u, een half jaar nadat de verklaringen van uw zussen bekend waren geworden, uw schriftelijke verklaringen van in totaal 127 pagina’s in emotie heeft geschreven. Maar is het niet zo dat je, juist als je schrijft, extra zorgvuldig formuleert?”

      Het was de onderzoeksrechter al opgevallen dat er geen doorhalingen in zaten.

      Holleeder: “Ik heb het netjes overgeschreven.”

      De emotie zat er toch nog in.

      Rechter Wieland: “U zegt totaal te zijn overvallen door de verklaringen van uw zussen omdat het zo’n hechte familie was. Heeft u nog eens nagedacht of dat zo was? Er zijn mannen die jarenlang hun vrouw in elkaar slaan en dan stomverbaasd zijn als ze uiteindelijk wegloopt. Ik wil niets suggereren, hoor…”

    7. Koffertje met losgeld

      Rechtbankvoorzitter Wieland begint over Peter R. de Vries. Die had Cor van Hout, toen ze op de vlucht waren, warm gemaakt voor een boek over de Heinekenontvoering en een film, wat de andere ontvoerders niet zagen zitten.

      Peter R. de Vries zou voor Van Hout een koffertje met losgeld hebben gedragen. De Vries wilde de primeur mee te vliegen naar de Franse eilanden overzee, waar Holleeder en Van Hout heen vlogen.

      Wieland: “Bent u het begin van De Vries’ carrière geweest?”

      Holleeder: “De Heinkenontvoering, ja. Cor hep dat gedaan.” Van Hout zou hebben opgeschept dat hij ‘De Vries aan een touwtje had’.

    8. Smerige leugen

      De rechtbank stelt nu vragen over de verklaring van Sandra dat hij na de liquidatie van Cor van Hout blij zou zijn geweest en zou hebben gezegd: “Weet je wel hoe lang dat heeft geduurd.” 

      Rechter Wieland: Heeft u dat gezegd?

      Holleeder: “Natuurlijk niet, dat is gewoon een smerige leugen.”

      Rechtbank Wieland: “U zegt dat u in het algemeen niet veel praat binnen, ook niet over legale dingen. Dan heb je binnen niet veel te bespreken, lijkt me.” Dat vindt Holleeder een grappige constatering.

      Holleeder heeft bij de onderzoeksrechter gezegd ‘het beeld niet te herkennen dat hij dwingend was naar zijn zussen’, zoals zij en andere getuigen uitgebreid verklaren.

    9. ‘Ik praat nooit over wat ik heb gedaan’

      Astrid moet Sandra hebben ingefluisterd dat ze moest verklaren dat Holleeder over in zijn opdracht gepleegde liquidaties sprak als hij dronken was. Onzin, stelt Holleeder. “Ik praat nooit over wat ik heb gedaan, zeker niet als ik dronken ben.”

      Holleeder, in zijn verklaring: ‘Ik ben niet gek. Ik zou ook nooit binnen praten.’

      Rechter Wieland: “Je zou denken dat er iets te verbergen was…”

      Holleeder: “Er was niets te verbergen, maar het is zoals ik leef.”

    10. ‘Ik zeg gewoon hoe het is’

      Zoon Dimitri van Sandra den Hartog bleek te werken in hasjcafé Excalibur op de Wallen, van één van de mede-oprichters van de Amsterdamse Hells Angels. Holleeder mocht vanwege een veroordeling geen contact met de Hells Angels hebben. Holleeder zei dat hij niet meer in het huis van Sandra den Hartog zou komen (waar Dimitri woonde) als hij in Excalibur zou blijven werken. Hij zou dat hebben beloofd, maar bleef toch werken.

      Holleeder: “Zo is Mitri, die liegt altijd. Hij had toch ook gewoon kunnen zeggen dat hij daar gewerkt had? Dan had ik gewoon weggegaan.”

      Rechter Benedicte Mildner: “Waarom zou hij daarover liegen?”

      Holleeder: “Hoe moet ík dat weten?”

      Mildner: “Misschien omdat hij denkt dat hij anders problemen met u zou krijgen?”

      Holleeder: “Ach, ben je gek.”

      Zijn zussen zeggen dat Holleeder Dimitri intimideerde. Onzin. Holleeder: “Ik zeg gewoon hoe het is.”

      Sandra den Hartog zegt dat Holleeder over haar zoon had gezegd ‘anders gaat hij liggen, zoals zijn vader is gaan liggen’. Holleeder schrijft in zijn eerdere verklaringen dat het best kan dat hij dreigende dingen heeft gezegd. ‘We hebben ruzies gehad.’ Hij benadrukt dat hij Sam Klepper niet heeft doodgeschoten.

      Zus Astrid heeft zijn ex Sandra er volgens Holleeder ‘ingetrokken’ (om verklaringen tegen hem af te leggen) doordat Astrid haar verklapte welke ‘vriendinnetjes’ hij naast haar had.

  • Sandra

    Weduwe Sandra den Hartog van Sam Klepper kende Holleeder via Klepper (die in oktober 2000 zou worden geliquideerd) en zijn vriendin Maike Dijkhuis. Hij sprak haar geregeld. Volgens Holleeder kreeg hij een relatie met Sandra na zakelijke bezoeken met haar namens vastgoedmagnaat Willem Endstra en John Mieremet. “Ze was een knappe vrouw.”

    Sandra den Hartog heeft op 11 mei 2017 bij een notaris verklaard dat ze niet ‘op regelmatige basis (veel) geld kreeg van Holleeder’, maar dat hij ‘wel eens boodschappen deed.’

    Holleeder: “Ik gaf haar 6000 euro per maand. Daar kocht ze vast ook wel boodschappen van. Het was dan 1500 in de week. Ze moet toch ook eten? Ze zal wel liegen nu omdat ze bang is voor een aanslag of zo.”

    Sandra heeft volgens Holleeder altijd geweten welke liquidaties Sam Klepper en John Mieremet hadden laten plegen. Erwin Tra zou zijn vermoord omdat hij Sandra had beledigd. Rechter Wieland: “Dat is nogal wat hè, vanwege een belediging.”

    De Joegoslaven die voor de moord op Erwin Tra zijn vervolgd, zijn vrijgesproken, memoreert rechter Wieland.

  • Smoezen

    Dat Holleeder aan Sonja soezend in de gevangenis een foto vroeg van Thomas van der Bijl, kort voordat die zou worden geliquideerd, klopt volgens Holleeder niet. “Ik zat toen in de EBI (de Extra Beveiligde Inrichting in Vught). Daar kun je niet smoezen.”

    Holleeder ontkent allerlei details uit Sonja’s beschuldigende verklaringen, die later nog uitgebreid aan de orde zullen komen.

  • ‘Het is een spelletje’

    De rechtbank hervat het verhoor met vragen over zus Sonja. Holleeder schreef ‘in zijn emotie’ op dat hij notabene de vriend, chauffeur en bodyguard Bas Vermeulen van de net geliquideerde Cor van Hout in elkaar had geslagen omdat hij volgens Sonja ‘de lokker’ was die de moordenaars naar Cor hadden geleid. “Het is nogal wat, hè, wat ze nu allemaal zegt.”

    Vanaf zijn vrijlating in januari 2012 maakte Holleeder zich vaker kwaad op Sonja omdat ze zou liegen over de erfenis van Cor van Hout.

    Van (inmiddels) fotograaf Ferry de Kok, een bekende van vele criminelen, hoorde Holleeder dat Sonja een relatie had met Peter R. de Vries. Holleeder: “Als je de beste vriend van Cor bent, vind ik dat ik daar wat van mag vinden.”

    Officier van justitie Sabine Tammes: “Dat gaat u helemaal níets aan.”

    Holleeder: “Zo is onze familie. Ik vind dat ik daar wat van mag zeggen.”

    Tammes: “Ja, ú vindt dat normaal.”

    Holleeder: “Ja, en u vindt het niet normaal. Ik vind dat je niet met zijn vriend zijn vrouw gaat.”

    Holleeder reed boos naar het huis van Peter R. de Vries, op wie hij ook al kwaad was vanwege de film over de Heinkenontvoering waar Holleeder tegen was. Holleeder: “Sonja had hem al gebeld dat ik bonje kwam maken. Voor het eerst stond zijn vrouw ergens bij. Hij was natuurlijk vanaf het begin van plan aangifte te doen en had een getuige nodig. Hij dacht dat ik wist dat ze verklaringen had afgelegd tegen mij.”

    “Ik zei: zal ik het meteen doen? Daar bedoelde ik niet mee hem dood te schieten, maar gewoon een paar klappen geven.”

    Rechtbankvoorzitter Frank Wieland: “U was niet op uw hoede, toen De Vries’ vrouw er bij stond?”

    Holleeder: “Toen niet. Pas achteraf bedenk je dat pas.”

    Hoewel Holleeder niet over zijn vermeende relatie met Sonja begon omdat De Vries’ vrouw er bij stond, ‘bleef De Vries provoceren’. “Steeds als ik bij mijn scooter was, riep ie weer wat.”

    Officier van justitie Lars Stempher: “Het is wel steeds de ander die het gedaan heeft, hè? Misschien was deze man wel doodsbang omdat hij zwaar bedreigd werd door u.”

    Holleeder: “Schei nou toch uit man.”

    Stempher: “U bent tweemaal tot aan de Hoge Raad veroordeeld voor bedreiging.”

    Holleeder: “Peter kent me dertig jaar. Die weet heus wel dat-ie niet bang hoeft te zijn voor me. Het is een spelletje. Als ze (de officieren van justitie) steeds zo proberen me zo uit de tent te lokken, beantwoord ik geen vragen meer van het Openbaar Ministerie.”

  • Pauze

    De rechtbank pauzeert een half uur. Daarna zal het gaan over zus Sonja, ex Sandra en Peter R. de Vries.

  • Achterbankgesprekken

    Dat Holleeder volgens Astrid over de liquidatie van Cor van Hout heeft gezegd: ‘Ze huilen drie maanden en dan is het over’, heeft Astrid overgenomen uit de ‘achterbankgesprekken’ van vastgoedmagnaat Willem Endstra bij de recherche.

    Holleeder: “Ze had het met mij altijd over dingen verankeren. Dit is haar manier om haar verhaal te verankeren.”

  • ‘Een vieze, smerige, vieze leugen’

    Holleeder klaagt weer over ‘die misselijke verklaringen die Astrid in elkaar heeft laten zetten’, door Sonja en zijn ex Sandra, door broer Gerard, door haar ex… “Er klopt helemaal niks van hè, maar niemand vraagt daar naar want ik ben Willem Holleeder.”

    Dat Holleeder zoon Richie van Sonja, zijn neefje, ooit een pistool op het hoofd zou hebben gezet om Sonja te dwingen te zeggen waar Cor was, is ‘een vieze, smerige, vieze leugen’.

    Holleeder: “Ze hebben veel leugens verteld, maar dit is een smerige, vieze leugen, ja. Ik hou van die kinderen en die hebben altijd van mij gehouden.”

    Het zit Holleeder hoog. “Wat is dát een mísselijke leugen.”

  • ‘U maakt overal zo’n punt van’

    Astrid kwam vaker bij haar broer op bezoek in de gevangenis dan hij zich eerst had gezegd te herinneren. Officier van justitie Lars Stempher: “Later heeft u uw verklaring daarop aangepast.”

    Holleeder: “Da’s toch normaal? U beticht me steeds van leugens, maar ik wil wel eens weten waar u het dan over heeft… U maakt overal zo’n punt van.”

    Voorzitter Frank Wieland: “De officier wijst u op een puntje. U spreekt met juristen, dat is een vak apart.”

    Holleeder: “Ha, ja.”

  • 1,4 miljoen euro

    Astrid heeft volgens Holleeder zijn ‘cash-geld ingepikt’, herhaalt hij. Bij Astrid lag al 700.000 euro, de rest lag bij zijn toenmalige vriendin Sandra (de weduwe van Sam Klepper). “Ik heb getwijfeld, maar heb het toch maar naar Astrid gebracht.”

    Wieland: “Ze zei dat bij haar als advocaat geen inval mocht komen, dat lijkt me een misvatting.”

    Holleeder: “Zij heeft het weer bij een andere advocaat gelegd.”

    In december 2014 lag 1,4 miljoen euro bij Astrid en die advocaat. Dat zou er nog zijn. Holleeder: “Dat moet eerst nog maar waar zijn.”

  • ‘Ze heeft me wel eens wat geholpen’

    Astrid was niet Holleeders adviseur, zoals ze beweert. Holleeder: “Ik heb altijd heel goede advocaten gehad. Ze heeft me wel eens wat geholpen met een boekhouder, maar ik zag dat niet als echte adviezen. Misschien had ik in mijn eerdere verklaringen niet moeten zeggen dat Astrid mij nóóit adviseerde, maar voorzichtiger moeten zijn en moeten zeggen: nóóit over strafréchtelijke dingen.”

  • Waarzegger

    Naast het kantoor van Astrid zat een waarzegger. Hij voorspelde de toekomst. ‘Lachen’. Holleeder: “Ik ging daar luisteren, lachen en een biertje drinken.”

    Rechter Wieland: “Hoe zag die waarzegger úw toekomst?”

    Holleeder: “Die zei ook maar wat. Het is onzin natuurlijk. Zelf had-ie aids, dus zijn toekomst was kort.”

    Dat Holleeder zijn zus Sonja op geheime opnamen ‘kankerhoer’ noemt, zit nu eenmaal in de familie. Holleeder: “Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Kanker is verschrikkelijk natuurlijk, maar Sonja zegt het ook steeds.”

    “Ik zeg ‘kankerhoer’, maar Sonja zegt over de familie van Cor ook ‘kankerfamilie’. Zo zijn wij.”

    Holleeder: “Die opnames die ze stiekem gemaakt heb (en waarin hij vreselijk tegen zus Sonja schreeuwt) is plak-en-knipwerk. Er is veel meer, maar zij zetten het zo in elkaar. Ik wilde weten wat er aan de hand was met de erfenis en de leugens en ben gaan dreigen. Ik had eerder gedacht: ‘Neus, niet paranoia worden’, maar ik ben gaan schreeuwen… Zo is het gegaan…”

  • ‘Ik had veel vriendinnetjes’

    Holleeder had ‘meerdere telefoons en meerdere piepers’. 

    Rechter Wieland: “Ik zou er gek van worden.”

    Rechter Benedicte Mildner: “Waarom zo véél?”

    Holleeder: “Ik had veel vriendinnetjes. Als een vriendinnetje me piept, bel ik haar terug met het nummer dat bij haar hoort. Als ik naast een ander vriendinnetje in de auto zit, belt ze tenminste niet op de verkeerde telefoon terug. Als vriendinnetjes steeds bellen, is dat vervelend. Ik heb een hekel aan die telefoons.