Eind jaren tachtig verving de Kerstman bijna de Sint

Niet Zwarte Piet maar Sinterklaas zélf verdween eind jaren tachtig bijna. De schuldige: zijn collega, de Kerstman.

Sinterklaas en zijn gevolg op weg naar de boot bij Roelofarendsveen.Foto Remco Koers 

‘Eigen cultuur en tradities worden desnoods ingeleverd, als het nodig is om te laten zien hoe tolerant en open wij zijn.”

Het had een citaat kunnen zijn uit de Pietentwisten van 2017, maar in werkelijkheid verscheen deze opinie 22 jaar geleden in NRC Handelsblad. In plaats van Piet stond toen Sint centraal: die werd langzaam van het podium gedrukt door de Kerstman, tot ontsteltenis van velen.

Eind jaren tachtig gaven Nederlanders voor het eerst meer uit aan Kerst dan aan Sinterklaas. Volgens het NIPO vierde in 1991 nog maar de helft van de Nederlanders Sinterklaas; in 1980 was dat nog 70 procent. Winkeliers begonnen steeds vroeger met kerstetalages, sommigen sloegen Sinterklaas voor het gemak over. In 1991 organiseerde de gemeente Amsterdam zelfs een intocht voor de Kerstman. De kranten berichtten erover alsof het een natuurverschijnsel betrof: langzaam nam Kerst het over, niks aan te doen.

Tot 1991. Binnen een jaar werden allerlei comités opgericht tot behoud van Sinterklaas: Red de Sint, het Nationaal Sint Nicolaas Comité, de Nederlandse Sinterklazen Vakbond. In Assen plaatste de gemeente borden met daarop een rode streep door een kerstboom: die was niet welkom voor 6 december. Een Kerstman die het in 1994 waagde voet te zetten op Assense bodem, werd gearresteerd.

„Sinterklaas is een traditioneel Hollands feest, mensen moesten zich daarvan bewust worden’’, zegt Lodewijk Osse, de bedenker van de Assense verbodsborden. „Het idee ontstond ’s nachts. Ik lag wakker, ik moest iets bedenken om de winkeliers in het gareel te krijgen.” Binnen een mum van tijd stond de pers voor zijn neus, journalisten kwamen uit Canada en Japan om de kerstmanbestrijder te interviewen. „Dat had ik niet bevroed” – Osse klinkt een kwart eeuw later nog steeds verbaasd.

Ook Rita en Ronald Vingerling, van actiegroep Red de Sint, kregen te maken met die media-aandacht. Uit onvrede met de oprukkende kerstetalages stuurden zij in 1991 een „best professioneel’’ persbericht naar verschillende media. Ronald: „‘Actiegroep’ was misschien een groot woord voor twee personen, namelijk Rita en ikzelf, maar een groep is alles wat groter is dan één, hè.” Rita: „Tot onze starre verbijstering kwam er iets los wat we niet verwacht hadden. Regionale dagbladen pikten het op en we kregen ontzettend veel reacties, postzakken vol met brieven.” Ronald: „Als je eenmaal in de media terechtkomt, is het een sneeuwbal.”

In reactie op de Vingerlingen kondigde de Larense winkelier Jan Boesmans in De Telegraafeigen acties aan. Voor hij het wist, zat hij zijn mening te verkondigen bij de Vijf Uur Show van Viola Holt. „Een heleboel ongeruste mensen hebben mij toen gebeld en briefjes gestuurd”, vertelt Boesmans nu. Hij was er beduusd van. „Met een aantal van hen ben ik achterin mijn winkel om een tafeltje gaan zitten, en toen hebben we het Sint Nicolaas Comité opgericht.” Tientallen acties organiseerden ze, onder andere een uitreiking van de Zilveren Pepernoot aan winkels met een mooie sinterklaasetalage.

In het publieke debat liepen de emoties intussen hoog op. „Leve de Sint, dood aan degene die dat niet vindt”, schreef een kersthater in een van de net ontluikende online chatrooms. In kranten verschenen burgers die klaagden over „Amerikaanse toestanden”. Het Meertens Instituut hield in 1994 een enquête over Sinterklaas waaruit bleek dat mensen de Kerstman ‘een jammerlijk misbaksel’ en ‘een sullig kitsch-figuur’ vonden, ‘een inktvlek op een mooi Nederlands schilderij’. „Ik hoop dat hij vastvriest in Alaska”, aldus een van de respondenten.

Onderzoeker John Helsloot van het Meertens Instituut weet het fanatisme waarmee Sint werd verdedigd destijds in een artikel aan „processen als de globalisering van de economie (…) en de groeiende Europese eenwording”. In hun verlangen naar houvast en identiteit klampten mensen zich vast aan Sinterklaas: „Die werd gepresenteerd als de enige, authentieke, representant van de Nederlandse cultuur.”

De acties en debatten hadden succes: in de jaren na 1992 werd Sinterklaas weer populairder. De Kerstman was verslagen, de Amerikaanse opmars aan de poorten gestuit. Nederland kon Nederland blijven.

Toch is dat niet helemaal waar. Juist de huidige discussie over Zwarte Piet past bij een geïmporteerd fenomeen, de Amerikaanse culture wars. In de cultuuroorlog staat een vooruitstrevende elite tegenover een groep die meer hecht aan traditionele waarden. Die tegenstelling zien we nu ook in het Zwarte Pietdebat: progressief versus behoudend, stad versus platteland, Gutmenschen versus racisten. Zwart-wit, een middenweg is er niet.

De actievoerders van toen gruwen van de discussie. Lodewijk Osse klinkt ineens kortaf als het erover gaat. Nee, voor Zwarte Piet heeft hij geen actie gevoerd. Ertegen ook niet. „Je moet niet over de hoofden van kinderen een bepaald doel willen bereiken.”

„Een vreselijke loopgravenoorlog”, noemt Rita Vingerling het huidige debat. „Als je nu naar Pauw kijkt of naar Matthijs, zitten er altijd mensen van de ene of de andere extreme kant, er is geen gedachtewisseling meer mogelijk. Het feest wordt gekaapt om standpunten te maken waar wij ons niet bij thuisvoelen.”

„Het is extreem wat er nu aan de hand is”, zegt ook Jans Boesmans. „Dat die discussie zo uit de hand loopt, komt ook door de media, PauwDe Wereld Draait Door.” Hij bemoeit zich er niet mee, maar hij maakt zich wel zorgen. „Sommige winkeliers durven nu geen etalage meer te maken, ze willen geen geduvel krijgen.”

Sinterklaas is behouden, maar de Hollandse nuchterheid is onderweg kwijtgeraakt – tot verdriet van de oud-activisten. Boesmans: „Als het zo doorgaat, is Sinterklaas er dan nog wel over twintig jaar?”