Gerechtshof: automobilist mag telefoon in een standaard wél bedienen

De telefoon aanraken in een telefoonhouder op het dashboard mag wél. Dat heeft het gerechtshof in Leeuwarden net besloten.

 

Volgens het gerechtshof staat in de wet dat de telefoon niet mag worden ‘vastgehouden’. En met het bedienen van het apparaat terwijl deze in een houdertje zit,  kan dus niet worden vastgesteld dat de automobilist de telefoon echt vasthield. Daarmee kan de automobilist dus niet worden beboet onder artikel 61a verkeersregels en verkeerstekens, waarin wordt gesproken van ‘vasthouden’ van de telefoon.

De hogerberoepszaak was het gevolg van een boete van 239 euro die een automobilist had gekregen voor het bedienen van zijn telefoon, terwijl het apparaat vastzat in een telefoonstandaard op het dashboard. De automobilist vocht de boete aan, onder meer omdat in de wet staat dat je telefoon ‘vasthouden’ niet mag (is ‘aanraken’ hetzelfde als ‘vasthouden?’) en omdat zelfs agenten vaak adviseren oortjes te gebruiken of een telefoonstandaard. De kantonrechter vond de boete echter terecht omdat je telefoon bedienen, zelfs in een standaard, voor te veel afleiding zorgt.

Al won justitie de zaak, toch ging het OM in hoger beroep om bij het gerechtshof ‘voor eens en altijd’ helderheid te krijgen over het aanraken van je telefoon in welke vorm dan ook. Ook de automobilist ging trouwens in hoger beroep. Hij heeft dus gewonnen.

‘Geen tegenvaller’

Voor het Openbaar Ministerie is de uitspraak ook geen tegenvaller, zegt woordvoerder Ernst Koelman. ,,We wilden duidelijkheid en die is er nu, voor gebruikers en voor agenten.”

Overigens blijft het zo dat een automobilist moet oppassen met uitgebreid de telefoon bedienen, ook al zit die in een telefoonhouder. Alleen moet een automobilist nu dan wel zodanig afgeleid zijn door zijn telefoon dat hij bijvoorbeeld slingert over de weg en daarmee zichzelf en anderen in gevaar brengt. In dat geval kan een bestuurder op basis van artikel 5 van de Wegenverkeerswet toch worden gepakt. Volgens dat artikel ‘is het eenieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd’.