Hoe Astrid Holleeder wordt opgejaagd

Ze woont op een geheim adres. Ze vermomt zich. Ze rijdt in een auto met kogelwerend glas. Astrid Holleeder (51) betaalt een hoge prijs voor de getuigenverklaringen die ze aflegt tegen haar misdadige broer Willem Holleeder. Vrijdag publiceerde ze een boek over de lijdensweg van de afgelopen jaren.

Nee, geen foto’s maken. Daags voor Kerst 2016 wil een kleinzoon met zijn smartphone een plaatje maken van oma Astrid Holleeder. Maar beslist wijst ze dat idee af. Hoe de jongen ook aandringt. De vrouw houdt haar hand voor haar gezicht. „Waarom niet, oma?” vraagt de beteuterde kleinzoon. Astrid Holleeder valt stil. „Oma is allergisch voor foto’s”, antwoordt Miljuschka, de moeder van de jongen.

Het voorval staat opgetekend in het vrijdag uitgekomen boek ”Dagboek van een getuige” (uitg. Lebowski Publishers) van Astrid Holleeder. Ze legde de afgelopen jaren tal van belastende getuigenverklaringen af tegen haar broer Willem Holleeder. Nederlands bekendste misdadiger zit al enkele jaren vast in de extra beveiligde inrichting (EBI) in Vught. Justitie klaagt hem aan voor betrokkenheid bij diverse liquidaties in onderwereld. Die strafzaak wordt begin volgend jaar inhoudelijk behandeld.

Dat Astrid Holleeder „allergisch voor foto’s” is, heeft alles te maken met haar positie als getuige in de strafzaak tegen haar broer. Ze is bang dat de foto die haar kleinzoon met zijn telefoon wil maken, gaat rondzwerven op internet. En dat zo’n afbeelding in verkeerde handen komt. Van huurmoordenaars, die haar met behulp van zo’n foto mogelijk kunnen traceren. Want voor Astrid Holleeder staat vast dat haar wraakzuchtige broer Willem haar uit de weg wil ruimen.

Angst

Een voortgejaagd bestaan. Dat leidt Astrid Holleeder sinds ze tegenover de recherche een boekje opendeed over de praktijken van haar broer Willem. Overal moet ze op haar hoede zijn. Altijd is er angst. Voor de lange arm van haar broer. Zelfs vanuit de EBI, de best beveiligde gevangenis van Nederland, zou hij in 2016 een plan hebben beraamd om zijn zus Astrid en bijvoorbeeld ook misdaadverslaggever Peter R. de Vries te laten vermoorden.

Angstig is bijvoorbeeld altijd weer het moment dat Astrid Holleeder haar oude moeder met de auto ophaalt. Moeder loopt slecht en gebruikt een rollator. Astrid moet even de auto uit om haar moeder de auto in te helpen en de rollator in het voertuig te zetten. Is ze die luttele ogenblikken buiten haar auto wel veilig? Of staat er in de omgeving een huurmoordenaar op het punt toe te slaan? Want Willem Holleeder kent immers het adres waarop zijn oude moeder woont. En de crimineel zou kunnen vermoeden dat zijn zus Astrid daar weleens komt.

Kritiek

Opvallend en schrijnend in het ”Dagboek van een getuige” is de vernietigende kritiek van Astrid Holleeder op de autoriteiten. Ze overwoog zelfs als getuige de handdoek in de ring te gooien.

Justitie verzuimt, zo stelt ze, om adequate beveiliging te regelen voor haar en voor twee andere vrouwen die het waagden tegen Willem Holleeder te getuigen. Dan gaat het om zus Sonja Holleeder. Zij is weduwe van de in 2003 geliquideerde crimineel Cor van Hout, de vroegere kompaan van Willem Holleeder. De andere vrouwelijke getuige is Sandra den Hartog, ex-vriendin van Willem Holleeder en weduwe van de in 2000 doodgeschoten misdadiger Sam Klepper.

Dat justitie de vrouwen –aanvankelijk– geen onderduikadressen ter beschikking stelt, valt helemaal verkeerd bij Astrid Holleeder. Hard haalt ze uit naar de Dienst Bewaken en Beveiligen (DBB), het team dat de beveiliging van getuigen regelt. Zo functioneren de noodknoppen (apparaatjes waarmee contact kan worden gemaakt met een noodnummer) die de vrouwen krijgen, kennelijk niet altijd goed. Astrid Holleeder krijgt een keer „uit het niets” een bericht van de DBB: „Dames, de noodknoppen werken weer! Sorry voor de overlast. Groet, Kees.” Kees is de contactman bij de DBB.

Mateloos frustrerend is ook dat de DBB maar talmt met het kogelwerend maken van de woning van Astrid Holleeder, schrijft ze in het boek. Boos belt ze Kees waarom het allemaal zo lang moet duren. Kees antwoordt dat het nu eenmaal zo werkt. Regeltjes, regeltjes. Astrid Holleeder schrijft: „Hoelang wil hij nog gaan doen over die beslissing? „Tot ik op de grond lig en het te laat is?” schreeuw ik tegen Kees aan de andere kant van de lijn. Het zijn nu eenmaal geen eenvoudige beslissingen, brengt hij ertegen in, want „weet ik wel wat dat allemaal kost?”

„Allemaal kost?! schreeuw ik nog gefrustreerder. „Nou, hoeveel kost het dan?”

„Maar liefst 45.000 euro!” schreeuwt hij terug.

„Dus jij waardeert mijn leven op 45.000 euro?!” Buiten mezelf van woede gooi ik de hoorn op de haak.”

Vrijdag stelde het openbaar ministerie in een reactie op de hartenkreet van Astrid Holleeder: „We nemen de kritiek van de getuigen op de beveiligingsmaatregelen zeer serieus. Samen met de politie zullen we er alles aan doen om het vertrouwen te herstellen.”

Mr. Sander Janssen, advocaat van Willem Holleeder, zei vorige week in verschillende media dat de zussen Holleeder niets van hun broer hebben te vrezen.

Geprofiteerd

Dat justitie zich kennelijk niet altijd het vuur uit de sloffen loopt voor de vrouwelijke getuigen, heeft er mee te maken dat echtgenotes van misdadigers zelf ook in troebel water vissen, oppert Astrid Holleeder. De redenering is dan: de vrouwen hebben zelf jarenlang riant geleefd van de via misdaad verkregen rijkdommen van hun mannen en nu kloppen ze ineens bij justitie aan. Astrid Holleeder schrijft daarover: „Sonja Holleeder en Sandra den Hartog hebben in het verleden geprofiteerd van hun relaties met criminelen. Maar is dat niet precies waardoor het openbaar ministerie daar nu zelf ook profijt van heeft, van mensen die zo dicht bij Willem Holleeder hebben gestaan dat ze de verklaringen hebben kunnen afleggen die nu zijn afgelegd?”

Het vlot geschreven boek ”Dagboek van een getuige” van Astrid Holleeder geeft indringend aan hoezeer getuigen zich in de steek gelaten kunnen voelen door de autoriteiten. Respect is op zijn plaats voor iemand als Astrid Holleeder, die eind vorig jaar over haar getuigenverklaringen de bestseller ”Judas” publiceerde. Daarvan gingen meer dan 500.000 exemplaren over de toonbank. De vrouw riskeert de dood om haar gevaarlijke broer een halt toe te roepen. Daar is leeuwenmoed voor nodig.

„Je bent zijn moeder”

In het vorige week verschenen boek ”Dagboek van een getuige” schrijft Astrid Holleeder onder meer over haar angsten en over haar familiegeschiedenis. Enkele citaten.

„Bij ons thuis was het altijd donker. Wij leefden in een stroperig, kleverig, teerzwart isolement.”

(Over de jeugdjaren van Astrid Holleeder. Ze heeft twee broers, Gerard en Willem, en zus Sonja. Vader was zwaar alcoholist en mishandelde moeder.)

„Uiteindelijk vind ik een plek zeker een kilometer van de rechtbank verwijderd. Dit moet ik de volgende keer echt anders regelen. Ik ren de kilometer. Ik ben binnen. Bezweet en zwaar chagrijnig.”

(Astrid Holleeder is kritisch over het feit dat ze zonder beveiliging naar de rechtbank in Amsterdam moet, terwijl ze haar auto niet vlak bij het gebouw kan parkeren.)

„Ik kon het haast niet geloven, maar taal was in alle opzichten mijn redding.”

(Astrid Holleeder stopt na haar getuigenverklaringen tegen haar broer zelf als advocaat en komt krap bij kas te zitten. Door de opbrengsten van de bestseller ”Judas” gaat het in financieel opzicht weer beter met haar.)

„Ze zet een korte, lichtblonde pruik vast op mijn hoofd en met haar make-up geeft ze me een paar andere wenkbrauwen, grotere ogen, een kleinere neus, ingevallen wangen en een vooruitstekende kin. Het is verbazingwekkend wat zij met make-up kan doen.”

(Astrid Holleeder beschrijft hoe ze iemand in de arm neemt die gespecialiseerd is in het vermommen van mensen.)

„De oude moeder Holleeder: „Het is geen troep, het zijn nette kleren en ik doe ze niet weg.”

Astrid Holleeder: „Dat hoeft ook niet, mam. Ik zou die kleding ook niet wegdoen als ik jou was. Je bent zijn moeder.”

Ik hoor haar voorin zachtjes snikken.”

(Astrid Holleeder beschrijft een autoritje met haar moeder. Die worstelt met de wandaden van zoon Willem. Enerzijds dringt de moeder er bij de autoriteiten op aan haar zoon vooral gevangen te houden. Anderzijds kan ze hem niet laten vallen en doet ze haar belofte aan hem om zijn kleren te bewaren gestand.)

Vaker klachten over bescherming van getuigen

Justitie maakt er nogal eens een potje van als het gaat om de bescherming van bedreigde getuigen in strafzaken. Die kritiek van Astrid Holleeder in haar vorige week verschenen boek ”Dagboek van een getuige” staat niet op zichzelf.

Vaker zijn (kroon)getuigen in geruchtmakende strafzaken kritisch over de mate waarin ze beveiligd worden. Zo haalde Peter la S., een van belangrijkste getuigen in het proces Passage (over een reeks onderwereldmoorden), hard uit naar de overheid. De kroongetuige –zelf moordenaar– zette in 2009 zijn samenwerking met Justitie tijdelijk stop en eiste betere beveiliging van onder anderen zijn naasten. Later was de kou weer uit de lucht.

De overheid biedt twee soorten getuigenbeveiliging. De zwaarste vorm loopt via het Team Getuigenbescherming. In dat geval krijgen getuigen een andere identiteit. Ze bouwen (in het buitenland) een nieuw leven op, mogelijk krijgen ze zelfs een ander uiterlijk. De bescherming via zo’n team geldt bijvoorbeeld voor de kroongetuigen Peter la S. en Fred Ros.

De andere, minder verstrekkende getuigenbeveiliging wordt geregeld door de Dienst Bewaken en Beveiligen. Dat team regelt bijvoorbeeld extra surveillance bij iemands woning en verstrekt aan getuigen apparaatjes waarmee ze een noodnummer kunnen bellen. De beveiliging van bijvoorbeeld Astrid Holleeder geschiedt via de Dienst Bewaken en Beveiligen.