Jongere met lichte beperking belandt vaker in gevangenis

Detentie

Ze zijn makkelijker te beïnvloeden en overzien de gevolgen van hun daden niet. Hulpverleners doen vaker aangifte dan vroeger.

Jongeren met een licht verstandelijke beperking zijn oververtegenwoordigd binnen de Nederlandse gevangenispopulatie.
Jongeren met een licht verstandelijke beperking zijn oververtegenwoordigd binnen de Nederlandse gevangenispopulatie.Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP 

Jongeren met een licht verstandelijke beperking komen vaker in de problemen dan leeftijdgenoten. Ze hebben meer moeite met zelfcontrole en begrip en zijn gemakkelijker beïnvloedbaar. Daarnaast lopen ze het risico sneller te worden gepakt als ze iets strafbaars doen omdat ze de gevolgen niet overzien.

Dat zegt criminoloog Hendrien Kaal, lector ‘Licht verstandelijke beperking en jeugdcriminaliteit’ aan de Hogeschool Leiden. Afgelopen maand verscheen haar boek Kom me horen, waarin elf levensverhalen staan opgetekend van delinquente jongeren met een licht verstandelijke beperking.

Zo’n 15 procent van de Nederlanders heeft een IQ onder de 85. Van een licht verstandelijke beperking is pas sprake als ze daarnaast ook aanpassingsproblemen hebben. Hoeveel veroordeelden met een licht verstandelijke beperking kampen is niet bekend.

Vast staat wel dat deze groep binnen de gevangenispopulatie „oververtegenwoordigd” is. Onderzoeker Kaal schat dat zo’n 30 à 40 procent een licht verstandelijke beperking heeft.

Het probleem is dat we zo’n beperking niet herkennen, benadrukt de criminoloog: „Een licht verstandelijke beperking is niet aan iemand af te zien, diagnoses zijn vaak niet gesteld.” Kaal ontwikkelde zelf de zogeheten SCIL, een test die als „waarschuwingsvlaggetje” kan worden gehesen. Onder meer de Raad voor de Kinderbescherming, bureau Halt, de ggz, huisartsen en reclasseringsmedewerkers maken er gebruik van.

De strafbare feiten lopen uiteen, van vernieling en inbraak tot bedreigingen en fysiek geweld.

De criminoloog signaleert dat jongeren met een verstandelijke beperking bij ontsporingen „snel worden doorgeschoven”. Ze worden overgeplaatst omdat ze bijvoorbeeld agressief zijn tegen medebewoners. Ook grijpen hulpverleners in de gehandicaptensector sneller naar het strafrecht dan twintig jaar geleden. Een medewerker in de gehandicaptenzorg vertelde Kaal dat hij vroeger bukte als een groepslid een stoel gooide. Nu staat in het protocol dat het verstandig is aangifte te doen.

Zijn deze jongeren door een repressieve aanpak beter af? Kaal: „Grenzen trekken is heel begrijpelijk als een jongere agressief is. Maar als hij of zij zonder begeleiding en behandeling vast komt te zitten, gaat het al gauw van kwaad tot erger. Voor jongeren met een licht verstandelijke beperking moet je kijken waar het probleemgedrag vandaan komt en daar wat aan gaan doen. Daarnaast is het belangrijk dat de jongeren het gevoel hebben dat ze erbij horen, dat ze mensen om zich heen hebben die oprecht betrokken zijn en niet alleen geërgerd op hen reageren.”