Plaatsing van het interview met zijn zus voelt niet zuiver naar Holleeder toe

Wat een keuzes, wat een wijsheid. Wat een moordwijf’, loofde een lezer dinsdag Astrid Holleeder in de brievenrubriek van Trouw.

 

Het levensverhaal van de zus van crimineel Willem Holleeder, zaterdag nog eens opgetekend door Arjan Visser in de Tien Geboden in de Verdieping, maakte indruk. De wijze hoe zij met de last omgaat zo mogelijk nog meer.

Zeker sinds november 2016 haar bestseller ‘Judas’ in de handel verscheen, is het beeld dat de samenleving had over Willem Holleeder radicaal veranderd. De knuffelcrimineel, hij werd in sommige media en daarbuiten lang gekoesterd en aanbeden, viel er door van zijn voetstuk. Zijn zus, advocaat en schrijfster, werd heldin door zonder scrupules het zure leven naast haar broer te beschrijven.

Astrid Holleeder zelf noemt dat verhaal liever een ‘testament’ omdat zij nog altijd voor haar leven vreest. Het zegt alles over haar angst voor haar broer, die al jaren in voorarrest zit in de zwaarst beveiligde inrichting van Nederland. Over de inhoud van het interview in de Tien Geboden geen onvertogen woord. Het was van Arjan Visser een even begrijpelijke als legitieme en juiste journalistieke keuze door, na een eerder door Astrid Holleeder afgewezen dan wel langdurig in beraad gehouden verzoek, bij haar aan te schuiven. Freelancer Visser is voor zijn serie logischerwijs vooral geïnteresseerd in de mens, zijn achtergrond en verhaal.

Minder voor de hand liggend vind ik het moment waarop Trouw deze Tien Geboden publiceerde: ruim een maand voordat op 5 februari het inhoudelijke proces tegen Holleeder begint. De twijfel zit hierin dat Astrid Holleeder straks, na al eerder door haar afgelegde, belastende verklaringen, zal getuigen tegen haar broer.

Belichaming van het kwaad

Dat zij in Judas de familierelatie met hem beschreef door publiek kond te doen van zijn criminele gedrag was haar eigen keuze. Vanuit haar standpunt en gevoelens – ‘Ik heb er nog steeds spijt van dat ik Wim niet heb vermoord’, zei ze in Trouw – is het eenvoudig te verklaren dat zij in de aanloop naar Holleeders proces kansen benut om hem eenzijdig, want zonder weerwoord, naar buiten als belichaming van het kwaad aan te wijzen.

De strafzaak is onder de rechter en dan is het weliswaar niet verboden, maar toch ongebruikelijk dat opgeroepen getuigen met de media praten, zolang zij niet door de rechtbank zijn gehoord. Het brengt de vraag met zich mee of Trouw bijdraagt aan een publieke veroordeling van Holleeder door, nog maar kort voor zijn inhoudelijke strafzaak, het interview met zijn zus én getuige Astrid juist nu te publiceren.

Het antwoord vergt een morele afweging. Feit is dat Holleeder slechts summier – ‘leugens’, zei hij tijdens een pro forma zitting – heeft kunnen reageren op de beweringen en aantijgingen die zijn zus tot dusver deed. Holleeder wordt verdacht van liquidaties, maar ook voor hem geldt het ‘onschuldig’, zolang de rechter niet anders heeft geoordeeld. De crimineel Holleeder kortom heeft evenals iedere verdachte recht op een eerlijk proces en feitelijke, evenwichtige berichtgeving in de krant, die een verdachte ook zekere bescherming biedt.

De chef van de Verdieping omschrijft de al vaker veroordeelde Holleeder als misdadiger van de ‘buitencategorie’. Hij refereert aan het gegeven dat de crimineel lang vastzit en dat het proces langdurig zal zijn. Dat maakt het volgens hem lastig, want wanneer is dan wel het geschikte moment om een klassieke Tien Geboden met Astrid Holleeder in de krant te plaatsen?

Volgens de chef wogen argumenten om het artikel voorlopig niet te plaatsen minder zwaar dan daar nu wel voor te kiezen. Dat kan, maar journalistiek helemaal zuiver voelt het naar Holleeder toe wat mij betreft niet.