Stefan H. werd crimineel informant en vreest nu voor zijn leven

Stefan H. (35) was gedurende enige tijd geheim informant voor de politie. Tot hij er in februari dit jaar mee stopte. Exclusief vertelt hij aan Panorama zijn verhaal.  Ik ben bang, vooral voor mijn familie.

DOOR: REDACTIE PANORAMA FOTOGRAFIE: ISTOCK
Stefan H.

Ik wil dat onze veiligheid wordt geregeld

Het houdt Stefan H. wakker in de nacht, zo erg piekert hij erover. Wat zal ik doen?  Zijn hersens kraken. Zeven maanden geleden heeft de politie in het diepste geheim aan hem laten weten dat ze met hem willen gaan samenwerken. Dat is allemaal begonnen in september vorig jaar. Dan krijgt H. plots een telefoontje van ene ‘Mark’, rechercheur van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) van de politie. Of hij geheim informant wil worden voor de opsporingsdiensten. Tipgever vanuit de onderwereld.

“Ze wisten dat ik nauwe contacten onderhield met mensen die in de smokkel van grote partijen verdovende middelen zitten.” Justitie en politie maken de laatste tijd steeds meer gebruik van dit soort mensen, in sommige zaken omgedoopt tot zogenoemde kroongetuigen. Bekende voorbeelden hiervan zijn Fred Ros en Peter la Serpe, criminelen die in het zogeheten Passageproces belastende verklaringen hebben afgelegd over hun kompanen in de onderwereld over gepleegde liquidaties.

Stefan H. twijfelt in eerste instantie nog, gaat niet meteen op het verzoek van het TCI in. Wil hij een verrader worden? De dertiger wikt en weegt. Dan geeft hij alsnog het jawoord aan de geheime dienst van de politie. “In eerste instantie zag ik daar niet echt iets in, maar na enig nadenken heb ik toch besloten om het te gaan doen,” vertelt H. vanuit een bajes ergens in Nederland. Gevraagd naar het waarom van die beslissing, antwoordt hij: “Ik vond dat die mensen gestopt moesten worden.”

“Ik zegde mijn medewerking toe, onder bepaalde voorwaarden uiteraard: mijn veiligheid moest natuurlijk geregeld worden en ik zou een percentage van de opbrengst krijgen, van drugszaken die door mijn informatie in hun handen zouden komen.” Stefan legt uit dat als de politie door zijn informatie een drugslijn op zou rollen die bijvoorbeeld 1 miljoen waard zou zijn, hij van de politie 10 procent, dus een ton in euro’s, zou krijgen voor die informatie. De oorspronkelijk uit Zwijndrecht afkomstige Stefan besluit om in zee te gaan met de politie om heimelijk informatie door te spelen uit het milieu. Het is overigens niet de eerste keer dat Stefan met de politie samenwerkt. In het verleden was hij zelf geruime tijd actief binnen de politie. Om onduidelijke redenen stopt hij hier na verloop van tijd mee.

Vervolgens loopt Stefan over naar ‘de andere kant’. Hij bouwt contacten op met kopstukken uit het criminele milieu, zo benadrukt hij. H. weet op een gegeven moment van transporten van drugs naar en vanuit landen als België, Duitsland, Oost-Europa en Zuid-Amerika. Tientallen keren praat hij daarover in het diepste geheim met speurders van het TCI, zo vervolgt H. Gesprekken die onder andere plaatsvinden in door het TCI geregelde locaties, zoals een Van der Valk Hotel. “De rechercheurs waren altijd een man en een vrouw.”

Angst voor ontmaskering

De speurders hangen aan zijn lippen, legt de informant uit. Ze lijken erg content met de informatie die hij ze geeft. Hij voelt zich op dat moment dan ook nog erg op zijn gemak. In Bunnik voegt zich na enkele gesprekken ook een teamleider van het TCI bij zijn twee rechercheurs. “Die wilde toch weleens graag zien wat voor vlees hij in de kuip had en van wie die bulk aan informatie kwam,” vertelt Stefan H. Hij legt uitgebreide verklaringen af. Over topcriminelen die, volgens hem, een belangrijke rol spelen in de Nederlandse onderwereld.

Urenlang zit hij op geheime locaties tegenover de TCI-afgezanten. “Daarin heb ik namen en rugnummers genoemd van de mensen die betrokken zijn bij vooral grootschalige drugshandel. Drugslijnen vanuit Nederland naar onder andere Colombia en terug. Uitgebreid heb ik daarover verklaard. Die informatie gaat over drugstransporten van 4000 tot 20.000 kilo per maand. Ik ben zelfs twee keer voor ze in Thailand geweest om info te verkrijgen.”

Die reisjes naar Azië zijn begin dit jaar. Hier krijgt hij van zijn contacten in de onderwereld papieren met informatie over drugstransporten. Op die papieren staan de namen van bedrijven in Nederland die bij de drugstransporten betrokken zouden zijn. Ook die stukken speelt hij na terugkomst in het diepste geheim door aan de rechercheurs van het TCI. Alles lijkt tot dan toe op rolletjes te gaan. Toch komt er wat betreft de heimelijke samenwerking tussen informant en opsporingsdienst een kink in de kabel.

Stefan H. krijgt na verloop van tijd een steeds onbehaaglijker gevoel over vooral de gemaakte afspraken inzake zijn veiligheid met justitie en politie. Hij is ontevreden als bepaalde toezeggingen die zijn gedaan uitblijven. Bovendien is hij bang ontmaskerd te gaan worden als geheim informant omdat hij weet dat zijn criminele kompanen ‘vrienden’ hebben binnen politie en justitie. “Ik heb twee kinderen van 9 en 7 en 9, hè,  die wil ik zeker niet zomaar in gevaar brengen.” Begin dit jaar is de TCI-informant het zat. In februari besluit Stefan H. om zijn informantenbestaan dan ook abrupt een halt toe te roepen.

“Ze kwamen de met mij gemaakte afspraken niet na. Er stond nog steeds niks op papier qua contract. Mijn veiligheid zou gegarandeerd worden en ik zou geld krijgen. Maar er was nog steeds niks geregeld. Dit terwijl ik wel al maanden aan het praten was over praktijken in de onderwereld en dus ook namen had genoemd. Ik eiste een garantie dat mijn veiligheid gegarandeerd zou worden, maar er gebeurde praktisch niks.”