‘VOEDING KAN MOGELIJK CRIMINEEL GEDRAG VERKLAREN’

Voedingswetenschappelijk onderzoek laat zien dat tekorten aan bepaalde voedingsstoffen kunnen samenhangen met probleemgedrag, zoals gewelddadigheid. Om die reden heeft het WODC de kennis uit de voedingswetenschap die relevant kan zijn voor het justitieveld, systematisch in beeld gebracht.

Onderzoek naar het ontstaan van crimineel gedrag is lange tijd sterk psychosociaal georiënteerd geweest. In de laatste decennia neemt de belangstelling voor andere verklaringen echter sterk toe, zoals neurobiologische. Ook nieuwe kennis vanuit de voedingswetenschap kan een bijdrage leveren aan dit onderzoek.

In het onderzoek dat het WODC heeft gedaan wordt beschreven wat de mogelijke effecten zijn van tekorten van bepaalde voedingsstoffen op gedrag. Het onderzoek beschrijft wat er vanuit de voedingswetenschap bekend is over behandelmogelijkheden bij tal van gedragsproblemen. Een apart hoofdstuk is gewijd aan voedingsinterventies bij justitiabelen, vooral gedetineerden.

De onderzoekers concluderen dat de voedingswetenschap een bijdrage kan leveren aan het beter begrijpen van crimineel gedrag en dat ‘voedingsinterventies’ een veilige en goedkope aanvulling kunnen bieden op de behandeling van bij justitiabelen veel voorkomende stoornissen en agressie.

Ze betogen dat bepaalde voedseltekorten criminologische relevantie hebben, zowel ‘vroegere’ als huidige tekorten. Ze vinden verder dat de voedingscultuur binnen detentie kan worden verbeterd door meer nadruk te leggen op eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van gedetineerden. Wat het effect hiervan is op de detentiebeleving, het detentieklimaat, de gezondheid en het gedrag van gedetineerden zou nader moeten worden onderzocht. Dat geldt ook voor het vermoede probleem van vitamine D tekort onder justitiabelen.