10 jaar cel in VS wordt 6,5 jaar in Nederland voor ex-militair

Gerechtsgebouw in Utrecht.
Gerechtsgebouw in Utrecht. © ANP

Ex-militair Marc Willems, die in 2014 in de Verenigde Staten tien jaar gevangenisstraf kreeg wegens drugshandel via internet, moet nog ruim anderhalve maand in de Nederlandse gevangenis doorbrengen.

De rechtbank in Utrecht heeft zijn Amerikaanse straf dinsdag omgezet in een veroordeling van 6,5 jaar cel. Na aftrek van de tijd die hij al heeft vastgezeten, komt hij op 10 augustus vrij.

Willems werd in 2012 in Lelystad opgepakt, na een Amerikaanse undercoveroperatie waarbij Amerikaanse agenten via internet drugs bij hem hadden besteld. Hij werd vervolgens uitgeleverd aan de VS. Die uitlevering is omstreden, omdat de Amerikanen voor undercoveroperaties expliciete toestemming moeten hebben. Die was er niet. Bovendien werd de Tweede Kamer verkeerd ingelicht over de uitlokking door de Amerikaanse agenten.

De dealer die in de Amerikaanse val werd gelokt

Oud-militair Marc Willems boert goed met de verkoop van hasj, wiet en lsd via internet. Totdat hij wordt ‘verraden’ door zijn oude legermaatje – en wordt uitgeleverd aan de VS. ‘Justitie had me gewoon hier moeten straffen.’ Een reconstructie.

De advocaat van Willems, Bart Stapert, zegt blij te zijn dat de straf van zijn cliënt bijna is afgerond. Toch is de zaak voor hem nog niet afgelopen. Stapert: ‘Tijdens de behandeling van de zaak in de Verenigde Staten werd duidelijk dat de Nederlandse rechter en ook de Tweede Kamer onjuist over deze zaak zijn voorgelicht.’ Hij zegt dat Willems nu de Nederlandse Staat gaat aanklagen vanwege de uitlevering.

De zaak begint in 2009 met een onderschepte geldtransactie naar Willems. De Amerikanen vragen daarna Nederland middels rechtshulpverzoeken om hulp bij het verzamelen van bewijs tegen de oud-militair. De Nederlandse politie assisteert daarbij.

Tweede Kamer is onjuist over deze zaak voorgelicht

Al vanaf die eerste verzoeken is duidelijk dat de Amerikanen daarbij gebruikmaken van uitlokking: onder valse naam doen de drugsagenten vanuit de Verenigde Staten via e-mail rechtstreeks bestellingen lsd bij Willems in Lelystad. Dat blijkt uit de rechtshulpverzoeken. Daarin staat zijn e-mailadres ook genoemd. De Amerikanen weten dat hij in Nederland woont en dat de drugs uit Nederland komen. Willems is de hoofdverdachte in het onderzoek. Als vier jaar later ophef ontstaat over de Amerikaanse undercoveroperatie, sturen de Amerikanen een brief naar het ministerie van Justitie waarin ze alles ontkennen: ze hadden geen rechtstreeks mailcontact met hem, wisten niet dat de drugs uit Nederland kwamen en beschouwden hem niet als hoofdverdachte. Zo kan Nederland publiekelijk volhouden dat het niet wist dat de Amerikanen aan uitlokking deden.

Als in 2014 in de Kamer vragen over de kwestie worden gesteld, is dat ook het antwoord van de minister van Justitie (destijds Ivo Opstelten): ‘Het Amerikaanse departement van Justitie heeft mij hierover desgevraagd meegedeeld dat de Verenigde Staten bij hun bestellingen op internet vooral te maken hadden met een Amerikaanse verdachte, dat betalingen liepen via Western Union in Boedapest en dat de organisatie in vele landen werkt, waaronder in Nederland. (…) De Amerikaanse autoriteiten hebben voorts laten weten dat hun opsporingsambtenaren geen rechtstreeks emailcontact hebben gehad met een Nederlandse verkoper.’ Uit de vele rechtshulpverzoeken die de Volkskrant inzag, blijkt echter het tegendeel. Onlangs zijn daarom nieuwe Kamervragen gesteld aan minister Van der Steur. De antwoorden volgen nog.