Crimineel wordt wijzer, maar niet van series zoals CSI

Criminelen kunnen in tal van televisieseries het technisch onderzoek van plaatsen delict op de voet volgen. Sinds de lancering van de allereerste ‘Crime Scene Investigation’, in 2000, heeft CSI tal van varianten gekregen en een publiek bereikt van tientallen miljoenen wereldwijd. Onder hen zijn ongetwijfeld ook misdadigers, maar kunnen die van CSI iets leren? Psychologen van de universiteit van Mainz, in Duitsland, zochten het uit, en ze gingen niet over een nacht ijs.

De onderzoekers begonnen met de Amerikaanse misdaadstatistieken. Als CSI criminelen wijzer maakt, zou het aandeel opgeloste zaken gedaald moeten zijn door de tv-serie. En het aantal zaken waarin de politie de dader kon aanhouden bleek inderdaad te zijn gedaald. Maar die daling was al begonnen voor de eerste aflevering van CSI. De serie kon de oorzaak niet zijn. Bovendien, schrijven de onderzoekers in het International Journal of Law, Crime and Justice, zitten in de statistieken alleen geregistreerde misdaden. Het kan natuurlijk zijn dat juist de slimste criminelen buiten de statistieken weten te blijven.

Ze gingen daarom te rade bij die criminelen. In de tweede fase van hun speurtocht vroegen ze veroordeelden in gevangenissen wat hun beste bronnen waren voor misdadige kennis en kunde. De misdadigers zetten CSI niet bepaald bovenaan hun lijst, hun belangrijkste kennisbron voor het vak waren ‘vrienden’.

Experiment

Maar ja, dachten de onderzoekers, het kan natuurlijk zijn dat deze misdadigers vastzitten omdát ze niet goed naar CSI hebben gekeken, en dat de oplettende criminelen nog vrij rondlopen. In een derde poging bewijs te vinden voor het CSI-effect deden ze daarom een experiment. Twee groepen studenten, een groep fervente CSI-kijkers en een groep niet-kijkers, moesten misdaden plegen. Ze kregen eerst de opdracht een laptop te stelen zonder dat iemand het zou merken. En daarna moesten ze ‘in opdracht van een maffiabaas’ de sporen wegwerken in een kamer waar zojuist een moord was gepleegd.

Met camera’s en sporenonderzoek werd nagegaan hoe goed beide groepen het deden. Resultaat: geen verschil. De CSI-kijkers dachten het wel beter te weten allemaal, maar lieten evenveel sporen na als de studenten die nooit een aflevering hadden gezien. De onderzoekers zagen wel allerlei interessante verschillen – mannen bleken beter in het verbergen van een misdaad dan vrouwen, en techneuten beter dan talenknobbels met twee linkerhanden – maar CSI maakte niet het verschil.

Zijn criminelen dan niets wijzer geworden? Jawel, zeggen de onderzoekers. Ook de domste boef weet op hoe weinig DNA hij gepakt kan worden. Maar CSI heeft voor zijn vak weinig toegevoegde waarde gehad.

Er is wel een ander CSI-effect. Dat treedt op in de rechtszaal: rechters, en in de VS ook jury’s, zijn door de televisieseries meer gaan hechten aan forensisch bewijs. Resultaten van sporenonderzoek worden eerder voor waar aangenomen en soms zwaarder gewogen dan onderzoek van verklaring en motief van de dader. Dat kan de rechtsgang beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat verdachten worden vrijgesproken omdat er geen forensisch bewijs was, terwijl ze de misdaad wel hebben begaan.