Het veelbewogen race-leven van Pablo Escobar

Pablo-R4
De koddige drugsbaron en naamgever van het fictieve vliegveld in ‘GTA: Vice City’ heeft veel op zijn kerfstok. Hij stuurde sicario’s op verraders af, werd politicus en voerde uiteindelijk oorlog tegen de regering van zijn land. Dat de man echter ook een passie had voor het racen met auto’s, is minder bekend.

Mensen die de serie ‘Narcos’ gekeken hebben weten dat Pablo Emilio Escobar Gaviria niet altijd een toffe peer was jegens zijn medemensen. De inkomsten uit zijn drugshandel waren zo groot dat hij zeven jaar lang werd opgenomen in Forbes’ lijst van mondiale miljardairs. In 1989 was hij volgens Forbes zelfs de op-zeven-na rijkste man ter wereld. Ook zou hij ooit aangeboden hebben om de volledige staatsschuld van Colombia af te lossen in ruil voor immuniteit.

Tot de verbeelding sprekende zaken, die echter niet verbloemen dat de man vele mensen direct of indirect de dood ingejaagd heeft. Net als vele andere schurken had de besnorde narcotraficante echter ook enige relateerbare menselijke trekjes. In dit geval geldt dat nog een beetje extra voor ons autoliefhebbers, want Pablo hield er namelijk van om af en toe het gaspedaal flink in te trappen.

Dat de mollige witgoed-dealer zich met zijn rijkdom een eclectische verzameling aan mooie en minder mooie auto’s verschafte, dat meldden we al eerder. Dat zijn autoliefde hem ook naar het circuit bracht, hebben we echter al deze tijd stiekem voor ons gehouden. Maar daar komt nu een einde aan.

De neuspoeder-leverancier voelde in 1979 duidelijk de ‘need-for-cocaïna-speed in zijn leven en schreef zich in voor het dat jaar gelanceerde Renault 4 kampioenschap, dat verreden werd op het Autodromo Ricardo Mejia in Bogota.

De liefhebber van het liedje ‘rush rush  nam maar liefst vier Renault 4‘s mee naar de race. Één voor hem, één voor zijn neef Gustavo Gaviria en twee reserves, mocht er schade zijn. De Ochoa gebroeders waren ook van de partij, dus het Medellín-cartel was goed vertegenwoordigd.

Pablo kwam naar de races onder de pretentie dat hij een zakenman was die in fietsen deed, maar zijn tegenstander Julian Calle betwijfelt of iemand dat geloofde, omdat Pablo geen geheim maakte van zijn voorraad plata:

“Escobar’s team would show up to races with two support trucks. He was the only one with that kind of operation, he would arrive in a helicopter. But after the race he would offer everyone lavish meals with champagne and unbelievable women. I wonder if anyone really believed he did not sell sell drugs.”

Volgens de overlevering ging Pablo tijdens de races best hard op zijn eigen supply, maar vooral op het rechte stuk. Ondanks dat de klasse een spec-serie was, leken de auto’s van Escobar altijd wat harder te lopen dan de rest. Hij torste dus in ieder geval niet teveel plomo met zich mee. Vreemd genoeg werd er nooit een technische inbreuk op de reglementen vastgesteld. Boze tongen beweren wel dat er soms rare dingen gebeurden rondom de races met tegenstanders. Zo claimt geducht tegenstander Alvaro Mejia bijvoorbeeld dat hij vóór de start van de eerste race die op TV uitgezonden zou worden opeens urenlang werd opgehouden door de politie:

“Police kept us on the side of the road for hours checking papers. We got there minutes before the start.”

Maar, linksom of rechtsom stond Pablo na zes races tweede in het kampioenschap. Niet verkeerd. Naast racen met de Renault’s deed de liefhebber van geruite polo’s ook hillclimbs met het betere werk.

935-pablo

Met deze 560 pk sterke Porsche 935 schreef hij zich bijvoorbeeld in voor een race in Medellín. Hij had een weddenschap afgesloten met Ricardo ‘Cuchilla’ Londoño, toentertijd Colombia’s bekendste coureur, dat hij binnen 15 seconden van hem zou finishen. Cuchilla was bijna de eerste Colombiaan in de Formule 1 geworden. In 1981 reed hij in de Braziliaanse Grand Prix in de vrije training voor Ensign, maar Bernie zorgde er voor dat hij geen superlicentie ontving omdat hij erachter kwam waar het sponsorgeld vandaan kwam.

Escobar eindigde in de 935 met Martini-livery uiteindelijk acht seconden achter Cuchilla. Die laatste werd overigens in 2009 neergeschoten, 16 jaar na Pablo’s eigen dood in 1993. Acht seconden is natuurlijk een eeuwigheid in zo’n race, maar Pablo was desalniettemin blij dat hij zijn weddenschap gewonnen had. Waarschijnlijk was Cuchilla daar ook niet al te rouwig om trouwens, het zou ‘m zomaar eens wat extra jaren op deze aarde opgeleverd kunnen hebben…(via Axis of oversteer)