hoe de nieuwe Holleeders de onderwereld overnemen

De Nederlandse onderwereld verhardt. Wie zitten er achter de reeks liquidaties en wat is de bron van het conflict? Misdaadjournalist Jan Meeus ging op zoek naar de hoofdrolspelers in de cocaïneoorlog.

De Nederlandse onderwereld is sinds 2012 in de greep van steeds verder oplopend, dodelijk geweld. Dat treft niet alleen criminelen, maar ook steeds vaker onschuldige burgers. Het maakt gezinnen kapot, dwingt betrokkenen tot zwijgen en zorgt voor onderling wantrouwen in buurten.

De internationale cocaïnesmokkel vormt al jaren het decor voor die uit de hand gelopen conflicten in het criminele milieu. Ruim een derde van alle onderwereldmoorden en pogingen daartoe houden verband met de handel in cocaïne, zo valt af te leiden uit het Nationaal dreigingsbeeld georganiseerde criminaliteit 2017, een vierjaarlijkse analyse van de politie.

Voor NRC verdiep ik me sinds 2015 in de Nederlandse drugseconomie. Ik schreef onder meer over de onderwereld in Brabant, een corrupte douanier in de Rotterdamse haven en vissers uit Urk die zich hebben laten kapen door de cocaïnemaffia. Maar wat mij het meest is bijgebleven, is de gruwelijke moord op Nabil Amzieb.

Op 8 maart 2016 wordt zijn verkoolde lichaam gevonden in een uitgebrande bestelauto. Een dag later legt een man zijn afgehakte hoofd voor een waterpijpcafé in Amsterdam. Het is een lugubere daad met boodschappen voor de politie, de onderwereld en het grote publiek: kom niet aan ons, wij zijn onaantastbaar. Dit soort onderwereldgeweld kennen we eigenlijk alleen uit landen als Colombia, Mexico en Italië, misschien.

De dood van Amzieb wordt in verband gebracht met een Amsterdamse onderwereldruzie, de ‘mocro-oorlog’: een conflict tussen rivaliserende groepen criminelen die actief zijn in de cocaïnehandel. Maar langzaam wordt duidelijk dat de lange reeks liquidaties in het criminele milieu rond Amsterdam en Utrecht niet is terug te brengen tot één ruzie over een partij drugs. Het is een machtsstrijd, zo hoor ik, waarbij persoonlijke verhoudingen en grootheidswaan een niet te onderschatten rol spelen. Om het geweld in een context te kunnen plaatsen, volg ik rechtszaken en spreek ik met justitie, politie en slachtoffers van onderwereldgeweld en nabestaanden.

Dit is het verslag van die zoektocht.

Driemanschap

Op 12 september 2016 schrijft misdaadblogger Martin Kok op zijn website Vlinderscrime dat drie mannen de Nederlandse cocaïnemaffia in hun greep houden: Noffel, Ridouan en Rico. Zij zitten volgens Kok achter een deel van het extreme geweld. Ex-crimineel Kok is geen gewone journalist. Hij hoort veel via zijn oude contacten, maar verhalen controleren is niet zijn sterkste punt. Desinformatie wordt in de onderwereld vaak gebruikt ter misleiding van de recherche en criminele opponenten. Het is niet ondenkbaar dat de beschuldigingen aan het adres van Noffel, Ridouan en Rico een opzetje zijn.

De Fayrouz Lounge wordt dichtgetimmerd. Een voorbijganger vond in de ochtend een hoofd voor het waterpijpcafé aan de Amstelveenseweg. De shisha lounge was in het verleden vaker het decor van criminele activiteiten.Bart Maat

Toch intrigeert de stelling van Kok. Ik besluit iemand dicht bij het opsporingsvuur te bellen. Mijn contact vertelt dat de recherche zeer geïnteresseerd is in het drietal. Noffel, de Amsterdamse verbastering van Naoufal F., zit op dat moment vast in Ierland. Hij is bij toeval aangehouden, in het bezit van een vals paspoort, een pak contant geld en een paar dure horloges. Het leidt tot een verdenking voor witwassen.

De verblijfplaats van Ridouan en Rico is dan nog onbekend. Mijn contact vertelt dat de recherche graag met de bron van Martin Kok wil praten over het driemanschap. „Wees voorzichtig”, drukt hij me op het hart. „Martin speelt met vuur.”

Die waarschuwing krijg ik vaker als ik in de weken erna andere bronnen benader. Sommigen willen niet praten over Noffel, Ridouan en Rico. Ze klappen dicht als hun namen vallen. Anderen willen alleen off the record praten. En dan nóg blijven ze voorzichtig.

Over Noffel circuleren al een paar jaar verhalen. Hij zou betrokken zijn geweest bij een beruchte schietpartij in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, eind 2012. Daarbij vielen twee doden en werd vanuit vluchtauto’s gericht geschoten op twee agenten. Een getuige omschrijft Noffel tegenover de politie als „iemand die je gewoon in stukken snijdt”. De typering ‘gestoord’ is volgens hem zwak uitgedrukt.

Het zijn woorden van een rivaal, maar ze komen overeen met een psychiatrisch rapport over Noffel uit 2002, dat Het Parool-collega Paul Vugts inzag. Het rapport werd opgemaakt na een overval met grof geweld. Noffel wordt omschreven als ‘asociaal’, ‘zwakbegaafd’, ‘snel gekrenkt’, ‘impulsief’ en hij zou een zwak geweten hebben. Op grond van het rapport krijgt hij tbs met dwangverpleging.

Over Rico R. – die in verband wordt gebracht met cocaïnehandel – is op dat moment niet veel meer bekend dan dat hij in Amsterdam-Noord is opgegroeid, een Chileense vader heeft en vloeiend Spaans spreekt. Vandaar zijn bijnaam: Rico de Chileen.

Ridouan T. is een ander verhaal. Enkele dagen voordat Kok zijn berichten online zet, komt De Telegraaf met een stuk over hem op basis van verklaringen in een strafdossier. Een drugscrimineel heeft de recherche verteld dat op hem wordt gejaagd door moordenaars in opdracht van Ridouan, die volgens de man voor veel liquidaties verantwoordelijk is.

Meeslepen

Om verder te komen moet ik iets doen waar ik tot dan toe voor terugschrok: gesprekken voeren met mensen uit het criminele milieu. Die voor mij én de krant ongebruikelijke aanpak leidt mij naar wegrestaurants, verlaten industrieterreinen en woonwijken zonder glamour. Niet heel ongebruikelijk, maar wel ongebruikelijk spannend soms.

Zo stap ik een keer ’s avonds in de auto van een crimineel op een parkeerterrein bij een Van der Valk-hotel. We kennen elkaar en nu heeft hij op mijn verzoek een ontmoeting geregeld met een kopstuk uit de onderwereld. We komen terecht in een chic en opvallend verlaten restaurant in het Gooi. Mijn afspraak zit er al, samen met zijn chauffeur. Daar zit ik dan aan tafel met drie criminelen, samen goed voor zeker twee decennia celstraf.

Vrijwel meteen worden de verhoudingen afgebakend: als jij mij meesleept in dit verhaal, zo krijg ik te horen, sleep ik jou mee. Ik leg uit dat ik feiten wil checken. Ik wil begrijpen wat er aan de hand is, meer niet. Het kopstuk gaat akkoord, maar ‘off the record’ krijgt een hele nieuwe betekenis.

Om te begrijpen wat er in het najaar van 2016 gebeurd is, zo blijkt al snel, moet ik ruim twee jaar terug in de tijd. Op 22 mei 2014 wordt Gwenette Martha na het verlaten van een grillroom in Amstelveen doodgeschoten. Martha, die eerder aan een moordaanslag was ontsnapt, had geen schijn van kans. Drie mannen – gekleed in het zwart, met bivakmutsen op – schieten van dichtbij met automatische wapens. De lijkschouwer telt ruim tachtig schotwonden.

De reden voor de aanslag op Gwenette Martha wordt gezocht in de mocro-oorlog, die drie jaar eerder uitbrak. Directe aanleiding is een partij gestolen cocaïne. Het conflict escaleert na de eerder beschreven schietpartij in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Martha zou de instigator zijn van het geweld. Zijn dood is volgens deze theorie revanche.

Plaats delict van de liquidatie in 2014 van Gwenette Martha.Amaury Miller

Het is moeilijk te bewijzen. Van een goed geïnformeerde bron krijg ik te horen dat de recherche met een katterig gevoel is achtergebleven. De crème de la crème van de Nationale Recherche was nog geen maand eerder begonnen aan een groot onderzoek naar Martha en zijn rol bij drugssmokkel en onderwereldgeweld. Het vermoeden dat hij betrokken is geweest bij cocaïnehandel wordt bevestigd door de vondst van een usb-stick op zijn lichaam. Er staan foto’s op van scheepsbewegingen op een computerscherm, vermoedelijk genomen bij de douane van de haven in Antwerpen. Die haven wordt door Nederlandse criminelen vaak gebruikt voor de smokkel van cocaïne.

Na de dood van Martha gaat het team verder met een onderzoek naar ‘de criminele erven van Martha’: de mannen met wie hij samenwerkte. Ook aan dat onderzoek komt een abrupt einde als in juli 2014 de MH17 boven Oekraïne uit de lucht wordt geschoten. Het strafrechtelijk onderzoek naar dit tragische incident krijgt prioriteit en het rechercheteam moet de erven Martha laten voor wat ze zijn.

Inhaalslag

Als op 28 augustus 2014 weer een bekende figuur uit de Amsterdamse onderwereld wordt doodgeschoten, moet de recherche een inhaalslag maken. Het slachtoffer is Samir Bouyakhrichan, een Marokkaanse Nederlander uit Amsterdam die naam maakte in het milieu en bekendstaat als één van de grootste cocaïnesmokkelaars van West-Europa. Samir – die vanwege een litteken op zijn gezicht ook wel ‘Scarface’ werd genoemd – was een goede bekende van Martha. Hij wordt geliquideerd in een plaatsje buiten Marbella. Naoufal F. – uit het rijtje namen van Martin Kok – is erbij.

De liquidaties van Martha en Bouyakhrichan zijn onderdeel van een golf van geweld waarbij volgens Het Parool alleen al in 2014 ten minste elf slachtoffers vallen. De verhoudingen tussen de slachtoffers en de vermoedelijke daders zijn zelfs voor insiders moeilijk te volgen. Ik verdiep mij op dat moment nog in strafzaken over de vórige onderwereldoorlog, van begin deze eeuw. Daarbij werd crimineel geld geïnvesteerd bij vastgoedbaron Willem Endstra. De vervolging van Willem Holleeder voor zes moorden is het slotakkoord van jaren onderzoek naar die vete.

De auto die de moordenaars van Gwenette Martha na hun vlucht in brand hebben gestoken, duikt bijna twee jaar later op in een strafzaak naar een groep autodieven uit Rotterdam. Het trekt mijn aandacht. De zwarte BMW blijkt op 30 maart 2014 gestolen te zijn in de havenstad. In diezelfde periode wordt een andere gestolen BMW teruggevonden in Den Haag – ook uitgebrand. Een slim rechercheteam weet de auto’s aan de dieven te koppelen, na analyse van beveiligingscamera’s en beelden van de snelweg.

Olim Bajmat

De dieven zijn jongens met snelle handjes die de elektronische beveiliging van een BMW, Volkswagen of Audi met gemak weten te omzeilen. Na het openen van het voorportier rijden ze binnen een minuut weg zonder zichtbare schade aan de auto. Ze zoeken er nummerplaten bij van eenzelfde type auto met dezelfde kleur. Vervolgens vervalsen ze de kentekenplaten, zodat de politie wordt misleid bij routinecontroles en snelheidsovertredingen.

Deze tactiek fascineert mij. Snel krijg ik meer zicht op een groep jonge jongens die een ‘Bempie’ (BMW) van een ton stelen en die voor ‘3 kop’ – 3.000 euro – doorverkopen aan criminelen. De dieven weten dat de auto’s worden gebruikt voor zware misdaad, maar autodiefstal lijkt in hun wereld op het jatten van een blikje cola. Ze leven in het voorportaal van de onderwereld. Het is een dun lijntje.

Hóé dun blijkt als twee van de autodieven een supersnelle Audi S5 afleveren bij een benzinestation in Capelle aan den IJssel. De recherche is getuige van de transactie en volgt de auto, die gestald wordt in een garagebox in het Gelderse Maurik. Uit onderzoek blijkt dat de bezoekers van de garagebox voorkomen in een andere zaak, waarbij een aantal criminelen met speciale bakens op afstand wordt gevolgd.

De puzzel is compleet als een bekende uit het criminele milieu zich in de zomer van 2015 meldt bij de recherche omdat hij vreest dat hij wordt gevolgd door criminelen die hem willen vermoorden. Voor een deel zijn het dezelfde mannen die bij de garagebox in Maurik in beeld kwamen. Die groep, zo vertelt de doodsbange man, wordt aangestuurd door Ridouan T. Zo leidt de groep autodieven de recherche naar een moordcommando dat in opdracht van Ridouan T. criminele rivalen zou bespioneren.

Het onderzoek krijgt veel publiciteit, omdat bij een inval in een opslagbox in Nieuwegein een waar arsenaal aan wapens wordt gevonden. Het gaat om volautomatische mitrailleurs, tientallen pistolen, munitie en handgranaten. Maar de enorme omvang van ‘onderzoek 26Koper’ wordt pas veel later duidelijk, als het Openbaar Ministerie bij een eerste publieke zitting vertelt wat er nog meer is gevonden: peilbakens waarmee auto’s op afstand gevolgd kunnen worden, adressen en foto- en filmopnames van andere criminelen.

Er is ook een boekhouding in beslag genomen waarin voor miljoenen aan inkomsten en uitgaven staan. Voor spotters en hitters bijvoorbeeld, en voor de inkoop en verkoop van drugs. Er blijkt te worden gehandeld in PGP-telefoons, speciale toestellen waarmee versleutelde berichten kunnen worden verstuurd. De jongens van 26Koper houden zich dus niet alleen bezig met liquidaties. Ze doen ook in drugs en andere handel.

Uitzendbureau

Van alle kanten krijg ik te horen dat dit onderzoek belangrijk wordt. Daarom ga ik begin 2016 steeds naar de openbare zittingen waar de voortgang wordt besproken. Het leidt tot korte stukjes in de krant, maar ik kan op dat moment niet doorgronden wat er precies speelt in het criminele milieu. Dat verandert als in mei en juni 2016 twee mannen worden doodgeschoten, in Amsterdam en Utrecht. Het zijn twee personen die door leden van 26Koper, het criminele uitzendbureau voor de onderwereld, werden gevolgd en gefotografeerd. Ze zijn daarna door de politie ondervraagd en verslagen daarvan circuleerden al maanden in het criminele milieu. Het vermoeden is dat er een samenhang is tussen hun getuigenis en hun dood.

In het voorjaar van 2016 krijg ik veel te horen over Noffel, na zijn aanhouding in Dublin. Ook de naam Ridouan valt weleens, maar ik weet weinig over hem. In die periode speelt er iets anders dat mijn aandacht trekt: de inval bij Ennetcom, een aanbieder van PGP-telefoons uit Nijmegen. Op 19 april 2016 worden in Nederland en Canada servers van Ennetcom in beslag genomen en de eigenaar van het bedrijf wordt aangeklaagd voor witwassen. Op de servers in Canada wordt heel veel informatie gevonden; 3,6 miljoen berichten om precies te zijn. Bovendien zijn de sleutels aanwezig die nodig zijn om de versleutelde berichten leesbaar te maken.

Na de snelle auto’s en de zware wapens proberen justitie en politie nu greep te krijgen op de door criminelen gebruikte communicatiemiddelen. Het is een drietrapsraket, zo krijg ik te horen, afgedwongen geluk door volhardende rechercheurs. Niemand voorzag dat een gestolen auto zou leiden naar een crimineel uitzendbureau. En ook de vondst van PGP-telefoons en miljoenen berichten met onverholen teksten over corruptie, drugshandel en moord had niemand kunnen voorspellen.

Wat helpt bij het identificeren van de anonieme PGP-gebruikers – het systeem werkt met bijnamen en gecodeerde e-mailadressen – is het geroddel en geklets van criminelen onderling. Zo wordt voor de arrestatie van Naoufal F., in oktober 2016, achterhaald dat hij de man is met de bijnaam ‘Buik’, in berichten van gekraakte PGP-telefoons die bij de schutters van een mislukte moordaanslag zijn gevonden.

Nieuwe generatie

De aanhouding van Noffel is de eerste indicatie dat misdaadblogger Martin Kok weleens gelijk zou kunnen hebben. Zelf heeft hij er niets van mee gekregen; op 8 december 2016 wordt Kok doodgeschoten op de parkeerplaats van een bordeel in Laren. In de onderwereld wordt naar Ridouan T. gewezen, maar harde bewijzen ontbreken. Zijn advocaat Inez Weski doet de beschuldiging af als laster en smaad.

In de maanden na Koks dood hoor ik meer over Ridouan T. Een kopstuk uit de onderwereld vertelt me dat de 40-jarige Ridouan in zijn tienerjaren in hasj handelde op het schoolplein. Hij was iel en werd vaak bestolen door sterkere buurtgenoten.

Op zoek naar bevestiging van dit verhaal schuif ik aan bij een andere crimineel, een veteraan die weinig bekendheid geniet, maar Ridouan heeft meegemaakt. We spreken overdag af in een restaurant langs de A12. Als ik koffie ga halen, zie ik een buurvrouw zitten die voor de facilitaire dienst van de rechtbank werkt. Ze heeft, o ironie, een werkoverleg met een aantal rechters gehad, hoor ik later.

De bron bevestigt het verhaal over Ridouan, en heeft nog wat aanvullingen. Uiteindelijk overvleugelt Ridouan zijn vijanden van het schoolplein. Ergens rond de eeuwwisseling erft hij een smokkelroute waarmee zijn opa jarenlang hasj vanuit Marokko naar Europa haalde. Daarna gaat het snel. Hij verdient geld met hasjsmokkel. Het grote verdienen begint als hij ook in de smokkel van cocaïne stapt.

Politie doet onderzoek bij de shisha lounge Fayrouz. Bij de lounge is een hoofd op straat gevonden. De recherche is ter plekke en voert uitgebreid onderzoek uit.Remko de Waal

Hoe dat kan, legt Damian Zaitch me uit. Hij is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 2002 op een antropologisch onderzoek waarvoor hij intensief contact had met Colombiaanse drugssmokkelaars die in Nederland wonen.

Volgens Zaitch past het verhaal over Ridouan in een breder patroon dat samenhangt met een veranderde strategie van Colombiaanse cocaïnesmokkelaars. Zij hebben rond de eeuwwisseling hun route deels verlegd naar West-Afrika, om zich te kunnen onttrekken aan de strenge controles in de West-Europese havens.

Cocaïne wordt op grote schepen naar landen als Guinee, Ghana en Benin gesmokkeld. Daar is de controle minder streng en zijn douaniers makkelijker om te kopen. Vanuit West-Afrika gaat de cocaïne via traditionele routes naar Noord-Afrika. Via de bestaande hasjlijnen komt de coke dan in West-Europa. „De smokkelaars van hasj zijn in die tijd ook cocaïne gaan smokkelen”, vertelt Zaitch. „Dat is veel lucratiever.”

Die nieuwe route, vooral tussen 2005 en 2008 veel gebruikt, verklaart volgens hem voor een deel waarom zoveel Marokkaanse Nederlanders in de cocaïnesmokkel terecht zijn gekomen.

Het zijn vooral jonge Marokkanen die het risico nemen. Jongens als Samir Bouyakhrichan en Ridouan T. verdienen een fortuin, dat ze grotendeels investeren in Marokko en Dubai. Deze nieuwe generatie smokkelaars steekt daarmee de vertegenwoordigers van de oude ‘Hollandse netwerken’ naar de kroon: smokkelaars van de generatie van Willem Holleeder, die jarenlang de dienst uitmaakten in de Nederlandse onderwereld. Dat verklaart een deel van de spanning die in 2014 leidt tot de moord op Gwenette Martha en Samir Bouyakhrichan.

Ridouan, vertelt de onderwereldveteraan me in het wegrestaurant, is uiteindelijk gepromoveerd naar „de liga der supermokkelaars” en leeft in grote weelde. „Deze jongens hebben honderden miljoenen euro’s tot hun beschikking”, vertelt mijn gesprekspartner. Ze laten zich weinig gelegen liggen aan de oude mores uit de onderwereld. Geweld en misdaad gaan samen, maar er werd wel over nagedacht. Die terughoudendheid is verdwenen. „Nu schieten ze eerst en denken dan pas na.”

Goudmijn

Criminelen beginnen zich na de moord op Kok te realiseren dat de recherche met alle PGP-data een goudmijn in handen heeft. Dat heeft alles te maken met de strafzaak tegen Naoufal F., die door Ierland aan Nederland is uitgeleverd voor betrokkenheid bij een moord. Die zaak wordt de eerste echte testcase voor het gebruik van PGP-data voor het bewijs in de strafzaak.

Maar in het Utrechtse milieu broeit het nog altijd en het duurt niet lang voor in 2017 het eerste slachtoffer valt: Hakim Changachi, zoon van een bekende criminele familie. Zijn dood blijkt een vergissing. De kogel was bedoeld voor een andere Utrechtse crimineel.

In de tweede helft van 2017 worden in het Utrechtse ten minste zes liquidaties of pogingen daartoe ondernomen. In één geval gaat het volgens verhalen in het milieu om wraak wegens een diefstal van vijfhonderd kilo cocaïne. Saillant detail is dat die partij van Rico zou zijn geweest.

Het is de eerste keer dat de namen van Rico en Ridouan in één adem genoemd worden sinds de publicaties van Martin Kok. Tegen Rico loopt dan al langer een onderzoek wegens witwassen, hoor ik tijdens een bezoek aan de rechtbank. Het heeft weinig aandacht gekregen, maar bij een huiszoeking in Amsterdam is in 2016 1,5 miljoen euro aan contanten gevonden, plus wat wapens. Voor dat vergrijp hebben twee handlangers van Rico een tijd lang vastgezeten. Mede op grond van dat onderzoek wordt Rico internationaal gesignaleerd. Eind oktober 2017 wordt hij aangehouden in Chili, bij een bezoek aan een vriendin.

Boevennieuws

De avond van 27 februari 2018 is het snijdend koud. Ik loop door het centrum van een middelgrote stad, op weg naar een afspraak met een mij onbekende man. De afspraak is tot stand gekomen via een tussenpersoon zonder criminele achtergrond die ik vertrouw. Het weekend daarvoor heb ik een stukje geschreven over een door misdaadblog Boevennieuws gepubliceerde lijst met liquidaties die zouden zijn georganiseerd door een groep criminelen rond Ridouan T.

Ik kom erachter dat de lijst gevoelige informatie bevat, die op dat moment alleen bekend is in het criminele milieu en bij de recherche. Via via hoor ik dat er contact met mij wordt gezocht.

„Ik ben er”, meld ik die avond per sms. Waarna ik gesommeerd word naar de winkelstraat te lopen. Daar zie ik niemand, dus stuur ik weer een sms. Dan word ik gebeld. „Zie je die snackbar verderop? Loop daar maar rechts de straat in. Kijk niet om en loop een rondje.” Mijn contactpersoon heeft me voorbereid: ze zijn bang dat je gevolgd wordt door de politie.

Een paar minuten later zie ik die snackbar weer opdoemen als ik word ingehaald. „Volg me maar”, zegt een man met Marokkaans uiterlijk. We lopen nog een rondje, voordat we een horecagelegenheid in gaan.

Aan tafel zitten nog twee mannen. Een van hen maakt excuses voor de ongastvrije ontvangst. „We moeten voorzichtig zijn”, zegt hij. Terwijl hij praat kijkt de man die me ophaalde me met grote ogen aan. Hij is doodsbang en zegt te worden bedreigd door Ridouan T. Hij beklaagt zich over het feit dat mensen om het minste of geringste worden geliquideerd, ook als je, zoals hij, uit de kring van Ridouan komt.

Zie je die snackbar verderop? Loop daar maar rechts de straat in

Ze zijn niet de enigen die vinden dat het geweld moet stoppen. Een aantal leidende figuren uit de onderwereld in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht heeft zich verenigd, vertellen ze. Men probeert leden van de groep rond Ridouan T. met geld te verleiden om informatie te verschaffen en over te lopen. Op basis van die informatie is de lijst gemaakt die eerder uitlekte via Boevennieuws. „Ridouan T. moet gestopt worden”, zeggen de mannen. „Als het geweld niet snel ophoudt, gaan mensen terugschieten. Dan wordt het hier de Gazastrook.” Dat willen ze niet. Geweld trekt veel aandacht en is slecht voor de zaken. Maar de zinloosheid van al die schietpartijen weegt voor hen zwaarder. Door het verdwijnen van iedere ratio, voelt niemand zich meer veilig. Zijn het krokodillentranen of is het echt? Wat ik weet is dat Ridouan T. via zijn advocaat Inez Weski alle beschuldigingen ontkent. Ze spreekt van misinformatie om haar cliënt zwart te maken. Wie er gelijk heeft? De waarheid is in de onderwereld een flexibel begrip.

Enkele dagen later hebben we opnieuw contact, dit keer via een ouderwets prepaidtelefoontje. We spreken af op dezelfde plek, om meteen daarna naar een andere horecagelegenheid te verhuizen. Het is er vol en luidruchtig. Ik drink koffie, zij cola. Ze drukken me een PGP-toestel in handen, een nieuw model. „Nu kunnen we tenminste veilig communiceren.”

De mannen vertellen over Mohammed R., een van de vermeende geweldsmannen van Ridouan T. Hij zou zijn aangehouden. Het Openbaar Ministerie wil het niet bevestigen. Maar het klopt wel, zo weet ik. Mohammed R. moet op 23 maart voor de rechtbank verschijnen op verdenking van betrokkenheid bij een moord. Zijn naam staat ook op de lijst van Boevennieuws.

De Neus uit Vianen

Wat volgt, is een dagelijkse stroom met moeilijk te controleren details over verwikkelingen in het Utrechtse milieu. Ik spreek met andere bronnen die bevestigen dat de sfeer in die stad gespannen is. In de aanloop naar 23 maart neemt de spanning toe. Wat gaat er gebeuren in de extra beveiligde rechtbank op Schiphol?

De avond voor de zitting hoor ik dat er een deal is gesloten met een nieuwe kroongetuige, iemand uit de inner circle van Ridouan T. Hij heeft meer dan twintig verklaringen afgelegd. Een nieuwe liquidatiezaak dient zich aan, maar details lopen uiteen en ik krijg geen officiële bevestiging. En dat betekent: geen stuk.

Ik besluit het getuigenverhoor van Astrid Holleeder op 23 maart vroegtijdig te verlaten. Ik wil uit de mond van de officier horen of het klopt wat ik al weet. Ridouan T., de man wiens naam lange tijd niet mocht worden genoemd, wordt beschuldigd van betrokkenheid bij twee moorden, waaronder die op Hakim Changachi, begin 2017. De bron is Nabil B., inderdaad iemand uit de kring van Ridouan T. Hij heeft uit angst en wroeging een deal gesloten.

Afgelopen donderdag, onderweg naar de krant om dit stuk af te maken, krijg ik te horen dat in Amsterdam de broer van Nabil B. in zijn kantoor is doodgeschoten. Een onschuldige man, vermoord omdat zijn broer gaat verklaren over de onderwereld. Dit zijn Mexicaanse toestanden, krijg ik te horen. De bevestiging dat Nederland is verworden tot een narcostaat met het verzengende geweld dat erbij hoort. Met een knoop in mijn maag stel ik vast dat mijn Utrechtse bronnen dit hebben voorspeld. Waar houdt dit op en is dit het gelijk van Martin Kok?

Politie is aanwezig aan de Tt. Melissaweg in Amsterdam-Noord waar bij een schietincident de 41-jarige Reduan B., de broer van de kroongetuige Nabil B. die verklaringen heeft afgelegd tegen de zogeheten Mocromaffia, is doodgeschoten.Koen van Weel

De vragen blijven, maar heb ik nu de antwoorden? Vast staat dat justitie nu jaagt op Ridouan T. en een groep metgezellen. Tegen Noffel is twintig jaar cel geëist voor het organiseren van een liquidatie. Rico zit vast op verdenking van grootschalige cocaïnehandel. Wat precies het verband tussen deze drie mannen is, zal moeten blijken. Maar ik hoor dat Rico en Ridouan regelmatig contact hadden via de PGP.

Voor de rechercheurs die het onderzoek naar de erven van Martha moesten staken, is met de bevindingen over Noffel, Ridouan en Rico de cirkel rond. De informatie over de vluchtauto die bij zijn moord is gebruikt heeft dankzij hun volhardendheid geleid naar Ridouan T.

In het jaar dat de Amsterdamse rechtbank zich zal uitspreken over de rol van Willem Holleeder bij een serie liquidaties, is ook de jacht begonnen op zijn mogelijke opvolger: Ridouan T. Zijn bijnaam: de Neus uit Vianen.