Holleeder noemt getuige Peter R. de Vries een sukkel

Peter R. de Vries bij aankomst met zijn zoon ANP

Peter R. de Vries is in het proces-Holleeder vanochtend als getuige ondervraagd over zijn band met Heineken-ontvoerder Cor van Hout. De misdaadjournalist beschreef hoe hij Holleeder en Van Hout leerde kennen, nadat ze waren aangehouden wegens de ontvoering van Freddy Heineken.

Op vragen van Holleeders advocaat Sander Janssen gaf De Vries een uitvoerig verslag van de ontwikkeling van zijn vriendschap met Cor van Hout. Die vriendschap bleef bestaan toen Van Hout in de de gevangenis zat. Holleeder en Van Hout raakten na hun gevangenisstraf gebrouilleerd.

Van Hout werd in januari 2003 in Amstelveen doodgeschoten, waarbij het de vraag is welke rol Willem Holleeder daarbij gespeeld heeft.

“Sukkel”

Toen De Vries in het proces zei dat hij van een kennis gehoord had dat Holleeder een vriendin in elkaar had geslagen, schoot Holleeder in de lach, en mompelde “sukkel”. Rechtbankvoorzitter Frank Wieland maande Holleeder daarop zich in te houden.

Op de vraag van de verdediging of Holleeder moet worden vrijgesproken, als de verdenkingen niet kunnen worden bewezen, antwoordde De Vries “natuurlijk, dat geldt voor Holleeder, voor Dutroux, voor iedereen”.

Incident

De getuigenis van De Vries kwam niet zonder slag of stoot tot stand. Hij weigerde eerst het gerechtsbunker in Amsterdam-Osdorp binnen te gaan, uit ergernis dat hij bij wijze van controle zijn schoenen moest uittrekken. Ook was hij er gepikeerd over dat hij zijn auto niet in de parkeergarage mocht zetten.

Een klein uur later keerde De Vries terug om alsnog te getuigen.

 
Peter R. de Vries loopt weg voor zitting in het proces tegen Holleeder

De zitting begon aanvankelijk zonder De Vries. De rechter reageerde verbaasd op zijn afwezigheid en vroeg de advocaten van Holleeder wat ze wilden doen. Sander Janssen zei dat ook advocaten hun schoenen uit moeten doen. “Kennelijk vindt hij dat er voor hem andere regels gelden.”

Janssen stelde voor De Vries te bellen om alsnog te komen en hem desnoods onder dwang naar de rechtszaal te halen. Het Openbaar Ministerie was het daarmee eens. “Erger u niet, verwonder u slechts”, zei de officier van justitie. De rechtbank ging zich vervolgens beraden. Uiteindelijk was dwang niet nodig.