‘Ik huil weleens. Ik ben gewoon een mens’

kokk

Interview Misdaadjournalist Martin Kok

Met zijn site Vlinderscrime.nl genereert Martin Kok veel aandacht. Ook van lieden die hem dood willen hebben. Wat drijft de ex-crimineel? ‘Openheid. Ik hou mijn mond niet.’

Je bent een levende schietschijf

‘Ja, ach, ik sta op zoveel dodenlijsten. Een stuk of drie.’

Hoe denk je dat je leven eindigt?

‘Je mag me doodschieten.’

Als je echt wordt neergeschoten, zul je vast niet blij zijn.

‘Ik kom toch niet in de hemel. Over is over. Al gebeurt het morgen.’

Je hebt een zoon van 3.

‘Ik heb liever een kogel of een bom dan dat ik kanker krijg.’

Heeft je zoon geen vader nodig?

Ik moet adrenaline hebben, ik ben niet voor niks een boef geweest

‘Jawel. Maar hij moet ook begrijpen: zo is zijn papa. Dit is Martin, die gaat niet achter de geraniums zitten.’

Het is vrijdag 1 juli als de politie Martin Kok van misdaadsite Vlinderscrime opbelt. ‘Je staat op een dodenlijst’, krijgt de oud-crimineel te horen. Reden is een artikel dat Kok kort daarvoor op zijn site plaatste, over een groep criminelen die in verband wordt gebracht met liquidaties en pogingen daartoe.

‘Als het komt, dan komt het. Ik loop er niet voor weg’, redeneert de 49-jarige vader van een peuter. En dus stapt Kok – een bonk van een vent met gemillimeterd haar – diezelfde vrijdag in de blauwe Opel Corsa van zijn vader om boodschappen te doen – zijn eigen Mercedes raakte hij vorig jaar al kwijt toen die doorzeefd werd met negen kogels.

Martin Kok.
Martin Kok. © Guus Dubbelman / de Volkskrant

De dag erna bezoekt Kok eerst een haringparty in Halfweg, om vervolgens door te rijden naar restaurant Klein Kalfje in Amsterdam. Daar wordt hij dronken met een vriend. ‘Een heel goede Marokkaanse vriend. Hoe hij heet? Geen idee, moeilijke naam. Ik zeg altijd gewoon: hé.’

Als Kok rond tien uur weer buiten staat, ziet hij een ‘broodtrommel’ onder zijn auto hangen. Een zwaar explosief, blijkt later. ‘Als die bom eerder die avond was afgegaan, waren al die haringen in de lucht gevlogen.’ Kok loopt er meteen heen om een fotootje te maken voor Twitter.

Ben je dan niet bang?

‘Ik moet adrenaline hebben, ik ben niet voor niks een boef geweest. Daar voel ik me lekker bij: het leven moet een strijd zijn, dan voel je het leven. En bovendien: ik was toch nooit in die auto gestapt. Ik was dronken.’

Vijf veroordelingen heeft Martin Kok op zijn naam staan, variërend van afpersing tot tweemaal doodslag. En dan zijn er nog eens ‘een stuk of honderd’ misdrijven waarvoor hij niet is gepakt. Meer dan eenderde van zijn leven bracht hij door in de cel. Sinds een jaar of vier zegt hij op het rechte pad te zijn. Voor zijn zoontje Jason.

Tegenwoordig is hij nog steeds vaak in de rechtbank te vinden. Niet als verdachte, maar als journalist. Door zijn ervaringen aan beide zijden en zijn ongezouten aanpak worden zijn observaties door een groeiende groep interessant bevonden. Vlinderscrime.nl trekt ruim een miljoen bezoekers per maand. Een biografie en een misdaadserie zijn in de maak. En ondanks zijn ‘broddelende’ manier van praten – niet te verwarren met stotteren – is hij een vaak geziene gast in tv-shows.

Maar met zijn ‘rats-boem-zonder-balkjes-voor-de-ogen-en-volledige-namen’-aanpak wekt de ex-crimineel ook veel wrevel. Het Openbaar Ministerie daagde hem dit voorjaar voor het gerecht toen hij geheime delen van het Holleeder-dossier publiceerde, ondanks de mogelijke gevaren voor getuigen of gevolgen voor het onderzoek. Vorige week moest hij zich op aandringen van advocaat Guy Weski verantwoorden bij de rechter. Waarom plaatst Kok ‘ongefundeerde, valse en gevaarzettende verhalen’ over zijn cliënt Naoufal F. zomaar op internet, wilde de advocaat weten.

Ook andere criminelen nemen hem zijn publicaties niet in dank af. Zo werden vorig jaar Koks huis en auto beschoten met een volautomatisch wapen terwijl hij boven met zijn zoontje lag te slapen – menigeen verwacht dat hij zijn journalistieke loopbaan met de dood zal bekopen.

Wat hem drijft? Kok: ‘Ik hou van openheid, van de vrijheid van meningsuiting.’

We spreken hem op de redactie. Bij hem thuis is geen optie, laat hij weten, na advies van de politie. Het explosief is misschien ontmanteld, maar de dreiging is niet weg. Waar hij en zijn zoon nu verblijven, wil hij niet kwijt. ‘Maar het voelt als vakantie.’ Alles mogen we hem vragen – al zal hij niet overal op antwoorden.

Is het het waard?

‘Het zal mij worst wezen of ze me doodschieten. Ik hou mijn mond niet voor een groep Marokkanen. Die Holleeder-types waren wel gewend dat je over ze schreef, Hollandse jongens zeggen daar niks van. Maar de nieuwe generatie, de groep allochtone criminelen, moet nog leren omgaan met openheid. Ze gaan er met een gestrekt been in. De eer, denk ik.’

De reguliere pers is gebonden aan regels: zo gebruiken we in principe niet de volledige achternaam van een verdachte en zijn we terughoudend met foto’s, omdat criminelen berecht moeten worden in de rechtszaal, niet in de media. Waar liggen jouw grenzen?

‘Dat is niet meer van deze tijd. Mensen willen weten hoe je heet. Bovendien: als je graag boef wilt zijn, moet je ook de consequenties dragen.’

Je plaatste een foto van Sonja Holleeder en haar zoon op je site. Deze getuige in het proces tegen haar broer vreest voor haar leven. Holleeder zou een liquidatieopdracht hebben gegeven.

‘Ach, er waren al foto’s in omloop.’

Maar dit was een recente foto van haar én haar zoon.

Ik chanteer niemand, maar dat zou ik wel kunnen

Kok is even stil. ‘Ja, het plaatsen van die foto van Sonja was gevaarlijk. Daar heb ik spijt van. Ik heb de foto eraf gehaald’, is het enige dat hij kwijt wil.

Het is een van de weinige daden waarvan Kok spijt zegt te hebben. Om zijn misdaden heeft hij geen nacht minder geslapen. Kok is 15 als zijn criminele carrière begint. De zoon van de palingboer wordt van school gestuurd en gaat de vishandel in. In z’n traditionele ‘Volendamse pakkie’ reist hij dagelijks naar Amsterdam met een kistje van 5 kilo paling. Daar verkoopt hij de vis op de Wallen. ‘Dat was toen, begin jaren tachtig, een no-goarea. Maar ik zei: opzij, cowboys, hier komt de palingboer. Alleen: het zat daar toen vol met verslaafde, afgetakelde negers. Die wilden helemaal geen paling, maar heroïne.’

Al snel komt hij in contact met de entourage van crimineel Klaas Bruinsma en krijgt hij zijn eerste cocaïne. Het resulteert in een handeltje tussen Amsterdam en Volendam. ’s Ochtends brengt hij paling naar de Wallen, ’s avonds reist hij met cocaïne naar zijn geboortedorp. ‘Ik heb de coke naar Volendam gebracht. Ik heb het hele dorp volgegooid.’

In 1989 wordt hij voor het eerst veroordeeld. Voor de dood van Peter Giesbergen. Samen met onder anderen Dino S., hoofdverdachte in het liquidatieproces Passage, slaat hij Giesbergen in elkaar in café De Blokhut. Het is Kok die als laatste een barkruk naar het hoofd van zijn slachtoffer gooit. Vier dagen later overlijdt Giesbergen. Kok is dan 21 jaar.

Wat dacht je toen je hoorde dat hij overleden was?

‘Ja, kut. Dat wens je zijn familie niet toe. Niet dat ik spijt heb. Dat pak slaag had-ie verdiend.

‘Giesbergen en zijn groep, dat waren een stel kneuzenige criminelen. Ze hadden mijn jongere broer in elkaar geslagen. Zijn oogbal hing eruit. Die kon er wel weer in, maar toch. Niemand in Volendam durfde die groep aan te pakken. Ze vernielden auto’s, bedreigden en sloegen mensen in elkaar. Mijn familie durfde zelfs geen aangifte te doen. Terecht hoor, dat ik daarvoor werd veroordeeld.’

Kok verdwijnt vijf jaar de gevangenis in. Daar leert hij Heineken-ontvoerders Willem Holleeder en Cor van Hout kennen. Holleeder vindt hij een ‘mongool’, maar met Van Hout heeft hij lol. ‘Onderbroekenlol. Smeerden we de hoorn van de bewakerstelefoon in met mosterd en zorgden we dat ze gebeld werden. Dat half jaar in de bajes met Cor was de beste tijd uit mijn leven.’

Na zijn straf gaat Kok verder met zijn carrière in het schimmige circuit. Hij regelt ‘incasso’s’ voor anderen. Handelt zo nu en dan nog in een kilootje coke. ‘Maar dan gaat het om wisselgeld.’ Hij zet een escorthandel op. ‘Het geld stroomde binnen. Ik werkte vanuit het Okura-hotel, de bar was mijn kantoor. Ik had verschillende escortsites. Bij de ene kostte een meisje 250 gulden, bij de ander 200 gulden meer. Dan zei ik: zij is een KLM-stewardess die dit er naast doet, ze doet dit pas een week – maar het was hetzelfde meisje.’

Kok zegt nog steeds voordeel te hebben van ‘kennis’ die hij destijds opdeed. Zo kreeg hij het politiedossier van de zaak tegen Holleeder van ‘goede contacten’. ‘Ik ken alle hoerenlopers, die willen me te vriend houden. Ik chanteer niemand, maar dat zou ik wel kunnen. Een escortbureau opent veel deuren.’

Opent het ook deuren bij justitie of de advocatuur?

‘Daar zeg ik niks over.’

Van wie heb je de verklaringen?

‘Nee, nee, nee. Ik zeg niks.’

Door alles integraal te publiceren, zou je het Holleeder-onderzoek in gevaar hebben gebracht.

‘Onzin. Als ik dat dossier boven water kan krijgen, kan een ander het ook.’

Kok is in de jaren negentig ook de ‘verkapte bodyguard’ van Cor van Hout. De Heineken-ontvoerder vreest na zijn breuk met Holleeder voor zijn leven en zal in 2003 worden geliquideerd. Kok is in die tijd altijd gewapend, ziet zichzelf als een ‘killer’.

‘Ik vroeg een keer: Cor, wie zou er echt voor jou door het vuur gaan? We zaten met een stel boeven aan de grappa in een Italiaans restaurant. Dronken. Ik zei: we bellen een dierenspeciaalzaak en vragen of ze hamstertjes komen brengen. Lieve beestjes. En wie durft, knijpt ze stuk. Dan weten we wie de echte killers zijn.

‘Uiteindelijk werden er tien ratten afgeleverd. Ik zei: Cor, jij bent onze roverhoofdman, jij moet het voorbeeld geven. Cor pakt zo’n rat, rolt hem in een servetje en geeft twee keer een klap met die rat op tafel. Piep, roept dat beest. Hij schiet weg. Ik ren er achteraan. Knip een stuk van de staart, en steek een mes in het beestje.’

De overige ratten verdrinkt Kok later die avond in hun kooi in de gracht.

Wat zegt dit over jou?

‘Ik was dronken, wilde laten zien: aan mij heb je wat.’

Ben je weleens psychisch onderzocht?

‘Ja, na de dood van Giesbergen. De conclusie was ‘gewoon normaal’. Het was op basis van één gesprekje van een half uur. Ik ben geen psychopaat. Ik zal onschuldigen niet vermoorden. Maar ik ben wel een overlever. Als de Titanic vergaat, zit ik in het eerste reddingsbootje. De eerste is van mij.’

Wat raakt jou?

‘Ik huil weleens. Ik ben gewoon een mens. Om meisjes, na een relatie. Mijn kindertjes. En een keer om een vogeltje. Ik heb eens op koolmeesjes geschoten met een luchtbuks. Die zijn zo snel, dat lukt nooit, dacht ik. Ineens was het raak. Het koolmeesje was gewond, hij fladderde zielig. Ik heb hem afgemaakt. Heel moeilijk.’

Je huilt om een vogeltje, maar niet om mensen die je doodde?

‘Ja, dat koolmeesje, daar heb ik echt tranen om gelaten. Maar iemand die mij wat aandoet, die kan ik zo… Als ik denk dat ik aan de beurt kom, zorg ik dat ik eerder ben. Ik ben altijd een dader geweest, geen slachtoffer.’

In 2001 gaat Kok weer naar de gevangenis. Opnieuw omdat hij iemand heeft gedood. Ditmaal is het de nieuwe vriend van zijn ex. Aanleiding is een ruzie over de twee kinderen die hij met zijn ex heeft. ‘Als je aan mijn kinderen komt, word ik gek. Ik betaalde keurig alimentatie, maar ze wilde meer en meer, anders kreeg ik de kinderen niet te zien. Op een gegeven moment was haar deur gebarricadeerd. Ik beukte hem open. Blind van woede. Daar stond haar nieuwe vriend met een schroevendraaier. Hij wilde mij aanvallen. Ik schoot hem in zijn buik en hij viel. Daarna schoot ik nog twee keer door zijn hoofd.’

Hij lag al op de grond.

‘Je zit in een adrenalineflash. Pang, pang, pang. Dan maak ik het ook af.’

Heb je een moraal?

‘Ik heb mijn eigen moraal.’

‘Nee, ik laat gewoon alles zien.’

Voor de nabestaanden is het confronterend.

Ik zoek het op, ik daag uit en draag de consequenties. Lekker toch. Ik hou van spartaans zitten

‘Het gaat om openheid. Ze hóéven er niet naar te luisteren.’

Het is niet de enige keer dat hij vanuit de cel de media haalt. Zo stuurt hij foto’s naar De Telegraaf van een ‘bajescafé’ waar gevangenen gezellig een maltbiertje drinken. En maakt hij bekend een escortbureau te runnen voor gedetineerden.

Zulke acties hebben repercussies.

‘Ik ken de consequenties: de ene dag zit je in een luxe regime en de dag erna in de EBI. Ik zoek het op, ik daag uit en draag de consequenties. Lekker toch. Ik hou van spartaans zitten. Als je een boef bent, moet je het voelen. Die stilte. Zo word je sterk in je kop. ‘

Je zegt voor je zoon uit de gevangenis te willen blijven. Ben je volledig uit de criminaliteit?

‘Ik hou me al vier jaar aan de wet. Nou ja, ik doe weleens wat ondeugende dingetjes.’