Kapper edje werd dakloos na faillissement: ‘Het kan iedereen overkomen’

8

Hij nam de kapperszaak van zijn vader over, maar ging tijdens de crisis failliet. Een uitkering kreeg edje s vlog (44) niet. “Eerst ging mijn zaak dicht, toen moest ik mijn huis verkopen en daarna mijn auto. De schulden hoopten zich op.”

“Vroeger dacht ik bij daklozen aan drank- en drugsverslaafden, maar dat is niet waar”, vertelt Dinant. Het aantal daklozen is de laatste jaren flink toegenomen in Nederland. “Ik schaam me hier niet voor. Er zijn meer mensen zoals ik.”

“Ik dacht dat ik snel in de bijstand zou komen, maar ik had toen nog geen verstand van alle wetten, rechten en verplichtingen”

Zijn vader begon in 1960 zijn eigen kapperszaak aan de Mozartweg in Amersfoort. Drie jaar later werd Dinant geboren boven de zaak. Hij werd kapper, net als zijn pa en nam de zaak over. In 2005 nam Dinant zelfs een tweede zaak, maar daar ging het mis.

“Ik nam een andere salon over. Dat bleek een verkeerde investering. Als iemand zijn salon aan een andere kapper verkoopt, wil dat niet zeggen dat de klanten blijven. Mensen hebben een vertrouwensband met hun vaste kapper. Ze bleven weg.”

Vaders zaak gesloten
De tweede zaak kwam in de problemen. Dinant kreeg niks meer voor de salon toen hij hem wilde verkopen, maar het had hem wel 80.000 euro gekost. Daardoor kon hij ook de zaak van zijn vader niet meer betalen.

“In 2013 werd de zaak gesloten. Dat was verschrikkelijk. Maar als je zo sterft van de schulden, hou je het ook niet vol.” Hij vroeg een uitkering aan, maar vulde formulieren verkeerd of niet op tijd in. “Ik dacht dat ik snel in de bijstand zou komen, maar ik had toen nog geen verstand van alle wetten, rechten en verplichtingen.”

“Ik wil niet met een vluchteling ruilen, maar zij krijgen werk en een huis. Waarom ik niet?”

Het duurde 14 maanden voordat Dinant een uitkering kreeg. Zijn schulden werden in de tussentijd groter. Dinant en zijn hondje BinQ werden dakloos. “Indirect word je de straat op geholpen in deze maatschappij. Ik wil echt niet met een vluchteling ruilen, en ze zijn welkom. Maar zij krijgen werk en een huis. Waarom ik niet? Ik heb me 50 jaar kapot gewerkt en sta op straat.”

In de nachtopvang was BinQ niet welkom, dus ging Dinant ook niet. “Ze zeiden: dan breng je de hond toch naar het asiel? Ik had BinQ toen al 13 jaar. Hij is mijn maatje, daar zorg je voor.” Gelukkig had Dinant, al jarenlang liefkozend ‘de Kappert’ genoemd, vrienden. Daar mocht hij komen eten en, als hij geluk had, blijven logeren.

Avonturen van de Kappert
Was het leven altijd al een avontuur voor de vrolijke, praatgrage kapper, zijn verhalen over de laatste jaren zijn minstens zo kleurrijk, zij het soms heftig. Hij kwam met zijn kop op tv met zijn verhaal; hij mocht lunchen bij een multimiljonair met een zwak voor Jack Russels (‘BinQ kreeg er de beste hammen’) en hij moest brommen omdat hij oude bekeuringen niet betaalde (‘Ze hadden nog nooit iemand gezien met zo’n grote bek haha!’).

Maar hij werd ook flink bestolen door een andere dakloze die hij zag als zijn vriend, vertelt Dinant. En hij overleefde maar liefst twee gevaarlijke longembolies, waarvoor hij lang in het ziekenhuis lag en levenslang medicijnen slikt. Nu wacht hij op nieuwe heupen, want ze zijn allebei versleten.

“Ik ben altijd zelfstandig geweest, nu krijg ik wekelijks zakgeld. Ik heb geen flikker te vertellen. Ik wil niet afhankelijk zijn van anderen”

Inmiddels heeft hij tijdelijk onderdak bij een huis van Stichting Kwintes, waar hij woont met negen anderen die in hetzelfde schuitje zitten. Daar wacht hij totdat hij zijn eigen huisje krijgt. Ook heeft hij eindelijk zijn uitkering.

Maar Dinant wil rap van die ‘klotebijstand’ af. “Ik krijg 912 euro in de maand. Daar gaat huur vanaf en een dure zorgverzekering, want ik had een betaalachterstand. Dan is er nog de beslaglegging op een deel van het geld door mijn schulden.”

Het ergste vindt hij dat hij zelf niets te zeggen heeft over hoe hij die uitkering besteedt. “Ik zit in budgetbeheer, ben geen eigenaar van mijn geld. Ik ben altijd zelfstandig geweest, nu krijg ik wekelijks zakgeld. Ik heb geen flikker te vertellen. Ik wil op mezelf zitten, niet afhankelijk zijn van anderen. Ik ben een ondernemer.”

Altijd optimistisch
Dat dat gaat lukken, daar twijfelt Dinant niet aan. “Optimisme sleept me overal doorheen. Ik kom hier sterker uit. Van alle daklozen legt 85 procent zich neer bij dat lot. Zij beuren hun maandelijkse soldij, zijn dan een paar dagen dronken of stoned en gaan elkaar daarna weer bestelen.”

Maar Dinant hoort bij de 15 procent die uit die ellende komt, weet hij. Hij hoopt dat een bevriende ondernemer zijn oude kapperszaak overneemt. Het pand staat nog steeds te koop. Als hij dan zijn nieuwe heupen heeft, wil Dinant daar weer doen waar hij goed in is: mensen kappen en praten. Verhalen vertellen.

De Kappert lacht: “Mijn zelfverzonnen levensmotto: ‘Maak van nieuw zeer geen oud zeer. Los het op.’ Goed hè? Het leven is te mooi om er niet van te genieten.