‘Mijn moeder was blij als ik in de gevangenis zat.’

Desi (56) was junk, dief en drugsdealer. Nu is hij clean, gaat hij naar de kerk en werkt hij als gids. Hella van der Wijst wandelt met hem langs de kunstwerken van het Amsterdam Light Festival.

Op een zonnige middag in december stap ik café Dwaze Zaken op de Amsterdamse Prins ­Hendrikkade binnen. “Jij gaat op pad met de leukste van ons”, begroet Desi mij lekker onbescheiden. Met ‘ons’ bedoelt hij de andere voor­malig daklozen, criminelen en/of drugsgebruikers die via de organisatie Amsterdam Underground rondleidingen door Amsterdam geven. Vanwege zijn tumultueuze verleden wil Desi zijn achternaam liever niet vermeld zien.
Hij gooit een map op tafel met foto’s van de ­Zeedijk. “In de jaren tachtig was dit gevaarlijk gebied”, legt hij uit. “Had je geen drugs nodig, dan kwam je hier niet. Hier kon alles!” Het lijkt of er een beetje spijt in zijn stem doorklinkt. De wereld van drank, drugs en rock-’n-roll waar hij lang in vertoefde, behoudt zijn aantrekkingskracht, zo leer ik al snel. Voor vertrek moet ik ook nog even de foto zien waarop hij burgemeester Eberhard van der Laan een boks geeft tijdens het vijfjarige bestaan van Amsterdam Underground. Dit is een onderdeel van de non-profitorganisatie De Regenboog Groep en biedt dagbesteding aan mensen die door omstandigheden een steuntje in de rug nodig hebben. “Als ik dit doe, dan voel ik me iemand. Niet vanwege het geld, maar gewoon omdat ik iets te vertellen heb en leuk ben.”

Desi is me d’r eentje, net als zijn ‘Desi-route’. Voor een deel valt die samen met de wandelroute van het Amsterdam Light Festival, dat elk jaar rond de feestdagen de hoofdstad met lichtkunstwerken verfraait. Veertig kunstobjecten zijn in de donkere maanden via een wandeling of per boot te bewonderen.
Aan het begin van de Zeedijk laat Desi zien waar nu politiecamera’s hangen om problemen te voorkomen. “Hier deed ik mijn zaakjes en heb ik behoorlijk lang gerotzooid.” Vroeger keek Desi vooral wat er waar te scoren was en aan wie er wat te verdienen viel. Tegenwoordig is hij zo’n tien keer per maand op pad met toeristen, en kijkt hij waar wat te vertellen valt. Bij de beroemde Sint Olofskapel op de Zeedijk vraagt hij: “Weet je waar de uitdrukking ‘rijke stinkerd’ vandaan komt? In deze kapel liep je letterlijk over de lijken, omdat rijke zeelieden in de kelder werden begraven. Dat gaat natuurlijk lekker rotten.”
Dat Desi zelf nog niet onder de grond ligt, noemt hij een wonder. De ellende begon toen hij op zijn 17de begon met blowen. Toen het gezin van Suriname naar Nederland verhuisde, was de verleiding om verder te gaan te groot voor Desi. “Ik begon uit nieuwsgierigheid en om stoer te zijn, en al snel zag ik hoe goed er aan te verdienen was.” Desi verkocht zelfgerolde joints en verhandelde drugs.

Hij was nummer vier in een gezin van tien kinderen. “Ik was het gewenste kind, en daarom heet ik Desi, wat is afgeleid van het Franse désiré (gewenst).” Zijn moeder was de rots in het gezin, zijn vader was afwezig, zoals in meer Surinaamse gezinnen. Maar Desi was ook het zwarte schaap om wie de anderen zich altijd zorgen maakten.
Zijn broers en zussen waarschuwden hem om niet aan coke te beginnen, maar hij kon het niet weerstaan. Basecoke, een rookbare vorm van cocaïne, werd zijn favoriete drug. “Hij raakte zó verslaafd dat zijn leven op een gegeven moment alleen bestond uit drugs scoren en geld ritselen om te scoren. “Heel wat mensen heb ik bestolen, vooral toeristen. Die dachten dat Amsterdam het paradijs was.” Trots is hij daar allerminst op; hij zegt alsnog ‘sorry’ tegen de mensen die hij heeft bestolen. Wel is hij trots dat hij alles heeft overleefd. Want hij is ook eens beschoten. “Dan zag ik de gaten, maar voelde het niet”, lacht hij nu.
Als we het eerste kunstobject van het Amsterdam Light Festival passeren, constateert Desi dat hij niet veel met kunst heeft. Als we even later een ander kunstobject binnenstappen, roept Desi: “Het lijkt wel een bushalte, maar dan met psychedelische muziek! Lekker als je net een pilletje hebt geslikt.” Het felverlichte object is een mix van kunst en techniek.
“Ik ben geen lieverdje geweest”, zegt hij ineens terwijl hij me recht aankijkt, en ik geloof hem direct. In totaal zat hij tien jaar in de gevangenis. “Mijn moeder was altijd blij als ik in de gevangenis zat, want daar was ik veilig.” Eerder had zijn vriendin, met wie hij een dochter heeft, hem al voor de keuze gesteld: stoppen met drugs of ik vertrek. Het was de vrouw met wie hij oud had willen worden. Hij heeft er nog spijt van.

We passeren inloophuis De Princehof, waar Desi vrijwilligerswerk heeft gedaan. Soms zie ik zijn ogen afdwalen; ze zien alles. Mooie dames, maar ook achteloze toeristen, die het rollen van hun zakken wel erg makkelijk maken. Dat kijken zit in hem, en dat raak je volgens hem nooit meer kwijt. Het gevaar van terugval blijft. Zoals met een paar andere gidsen van Amsterdam Underground is gebeurd.
Volgens Desi ligt de weg van een drugsgebruiker bezaaid met goede voornemens. Volhouden is een stuk moeilijker. Zijn laatste grote straf, die hij had gekregen nadat hij een man en vrouw flink had toegetakeld, zette hem aan het denken. “Dat ik zelfs een vrouw iets had aangedaan, terwijl ik zo van vrouwen hou!”
Toen Desi vastzat op de drugsvrije afdeling in de gevangenis en mee ging doen aan de gespreksgroepen, besloot hij tot een ander leven. “De bajes kan een goede plek zijn om je te bezinnen. Maar je moet het voor jezelf willen doen, anders lukt het niet. Ik vertrouwde alleen mezelf en God.”
Nadat hij uit de gevangenis kwam, ging hij weer naar de kerk. De wekelijkse dienst, de vrienden die hij daar heeft gemaakt en zijn werk als gids houden Desi nu op het rechte pad. “Vroeger ging ik naar de disco om coke te snuiven. Tegenwoordig is de kerk mijn disco! Ik ben nu al bezig met de vraag welke kleren ik zondag aan zal doen, en sta te popelen om voor Hem te pronken en te zingen!” Ik moet glimlachen om de kinderlijke blijheid van deze man, die alles heeft gedaan wat God verboden heeft. En ook al houdt Jezus hem nu bij de les, zoals hij het uitdrukt, elke dag blijft een beproeving. “Op mijn ene schouder zit een duiveltje dat alles ziet en wil, en op de andere een engeltje dat zegt: ‘Niet doen, Desi.’ Maar het engeltje heeft een zachtere stem…”

Zijn verhaal van goed en kwaad, van ondergronds leven, past bij het enorme kunstobject dat voortdurend van kleur verandert en ons in kerstsfeer brengt. Desi kijkt uit naar kerst. Hij hoopt het dit jaar te vieren met zijn hele familie, in zijn huisje waar hij zo trots op is. Met zijn dochter en kleinkind op wie hij dol is. Ondanks alles is Desi de lieveling van de familie gebleven en zijn ze altijd voor hem klaar blijven staan. Met name zijn moeder. “Als ik eraan denk wat ik haar heb aangedaan, dan huilt mijn hart.”
Toen hij haar om vergeving vroeg, zei ze alleen maar: “Ja hoor, mijn boy. Het is goed en vergeven.” Voor het eerst is Desi even stil. “Maar ik moet elke dag alert blijven. Elke dag bid ik dat ik geen trek krijg om weer te gaan gebruiken. Maar ik weet dat ik ooit pakken geld nodig had om gelukkig te zijn. Maar als ik nu 5 euro op een dag heb te besteden, ben ik gelukkiger.”