Penoze met een pen

Ex-criminelen in de journalistiek, werkt dat?

Ooit was er een tijd dat criminelen de journalistiek overspoelden met hun eigen schrijfsels en benadering. Een tijdsbeeld uit 2015.

Criminelen in de journalistiek: werkt dat?

Penoze met een pen

Willem Holleeder deed het, Charles Zwolsman deed het en Martin Kok doet het nu ook. (Ex-)criminelen die werkzaam zijn in de journalistiek, hoe werkt dat eigenlijk?

Tekst Anna Korterink

Foto’s anp, npo, hh, istock, vlinderscrime.nl

Het was 2012 en Willem Holleeder was net vrijgekomen na het uitzitten van een gevangenisstraf voor onder meer afpersingen. Niets leek te gek. Een column in Nieuwe Revu, een optreden in College Tour, een plaat opnemen met Lange Frans; hoewel er genoeg kritische geluiden klonken, moest het allemaal maar kunnen. Mensen lazen, keken en luisterden er toch wel naar. Als een heuse BN’er liet hij zich fotograferen in de Amsterdamse binnenstad, al dan niet geflankeerd door andere BN’ers. Iedereen leek wat van hem te willen en hij vond het prima.

Maar ongeveer sinds maart van dit jaar is het tij gekeerd. Door de verklaringen die Holleeders eigen zussen tegen hem aflegden en de daarbij behorende geluidsfragmenten waarin hij zus Sonja de huid vol scheldt is iedereen het er nu over eens: Holleeder als columnist en ‘deskundige’ in weekblad en op televisie, dat had nooit mogen gebeuren. Nu is Willem Holleeder niet de enige (oud-)crimineel die zich profileert in de media. Vooral op internet zijn verschillende personen actief die een bepaalde reputatie en een bepaald verleden hebben; als we de jaren in gevangenschap bij elkaar optellen komen we al snel aan een mensenleven. Maar zij zijn tegenwoordig journalist, al is die omschakeling niet voor iedereen even makkelijk te accepteren.

Martin Kok

Duizenden lezers, maar totaal onleesbaar

Zo wist de persvoorlichter van het Amsterdamse gerechtshof eerder dit jaar niet goed wat hij aan moest met Martin Kok. Kok zat in zijn leven in totaal 23 jaar vast: de eerste keer voor het doodslaan van cafébezoeker Peter Giesbergen, samen met Dino S., in 1989 in Volendam. En hij kreeg een lange straf voor het doodschieten van de nieuwe vriend van zijn ex-vriendin in 2001.

Nu kwam Kok plotseling op de proppen met een website. Hij noemde zich journalist en wilde het Passageproces – de zaak waarin Fred Ros in hoger beroep als nieuwe kroongetuige naar voren is geschoven om onder meer Dino S.
veroordeeld te krijgen – vanaf de perstribune volgen. Kok: “Ik ben mijn website www.vlinderscrime.nl begonnen toen Fred Ros zich als kroongetuige meldde. Hij heeft tegen mij namelijk gezegd dat hij Cor van Hout, een vriend van mij, ‘had gedaan’. Ik wilde dat meemaken en op de eerste rij zitten, anders zie je niks. Maar dat mag alleen als je journalist bent, dus daarom ben ik die site begonnen.” Enigszins zenuwachtig en vertwijfeld liep de voorlichter tijdens een van de zittingsdagen de perskamer binnen, waar op dat moment slechts twee journalisten zaten. Of zij hem wilden adviseren: moest hij Martin Kok nu op de perslijst zetten zodat die de zaak vanaf de perstribune, of zelfs vanuit de zaal kon volgen, of toch niet? Kok zou zelf nog als getuige optreden in die zaak en dat lag volgens de voorlichter gevoelig.Een van de journalisten gaf aan dat het vak van journalist op zich een vrij beroep is, dus dat het lastig zou zijn om Kok te weigeren. Daarbij: journalisten Bas van Hout en John van den Heuvel stonden ook op de getuigenlijst en voor hen zou het geen probleem zijn om op de perstribune plaats te nemen. Toch besloot de voorlichter uiteindelijk om Kok niet op de perslijst te zetten. Maar die liet zich niet zo snel uit het veld slaan. Lachend: “Ik heb gewoon een perskaart aangevraagd, daar kunnen ze niet omheen. Nu zit ik steeds op de eerste rij.” Zijn website bestaat sinds februari van dit jaar, en hoewel het allemaal begonnen is om Fred Ros, schrijft hij nu meerdere misdaadverhalen. Als er in Amsterdam iets gebeurt is hij er vaak als een van de eersten bij en maakt hij ook gelijk een foto van de plaats delict – niet zelden is dat een selfie met politielinten op de achtergrond. Toch is Martin niet het type journalist dat elke dag een verhaal moet hebben om het verhaal. “Ik schrijf alleen verhalen als ze voor het oprapen liggen. Soms gebeurt er niks, en dan schrijf ik ook niks.” Toevallig is het op de dag dat we elkaar spreken erg rustig, en eigenlijk vindt Martin dat vervelend: “Ze moeten elkaar wel overhoop schieten, anders heb ik geen verhaal.” Zijn website is in korte tijd zo succesvol geworden dat Kok het al snel tijd vond voor een bedrijfsfeestje. In juli nodigde hij in de luxe seksclub Boccaccio in Laren collega-journalisten en –boeven uit voor een potje golf, een hapje, een drankje en een misdaadquiz met voor de winnaar een dame naar keuze. De opkomst viel uiteindelijk nogal tegen. Eén journalist van het Noordhollands Dagblad en een handjevol vrienden uit het milieu durfden het aan, de anderen lieten het afweten. Martin haalt zijn schouders op: “Ze voelen zich er blijkbaar ongemakkelijk bij.”

Dat je geen begenadigd schrijver hoeft te zijn om jezelf journalist te noemen bewijst de geboren Volendammer: zijn website trekt dagelijks duizenden bezoekers, terwijl zijn verhalen soms totaal onleesbaar zijn. Zelf zit hij daar niet zo mee in. “Ik typ zonder te kijken,” zegthij, terwijl hij voor zijn computer even voordoet hoe dat eruitziet. “In het begin gebruikte ik wel de spellingcontrole, maar van ‘Passageproces’ maakte die dan ‘massageproces’, dus dat heb ik maar weer uitgezet. Ik heb mijn eigen verhaal, met taalfouten. Zo ben ik.”

Verder vindt hij het belangrijk om er af en toe wat humor in te gooien. “Zoals laatst, toen die Mexicaanse drugsbaron was ontsnapt. Dan schrijf ik daar wat over en zet ik er een Mexicaans muziekje onder. Lachen toch?” Martin Kok is een ander soort journalist, zoals hij ook altijd een ander soort boef was. Zo runde hij vanuit de bajes een escortbureau, wat uiteindelijk zelfs tot Kamervragen leidde. “Ik had nooit gedacht dat ik journalist zou worden,” geeft hij toe. “Maar ik heb altijd veel over misdaad gelezen, dat vind ik intrigerend. Dus is het ook wel leuk om er nu zelf over te schrijven. En het geeft wel voldoening als je als eerste nieuws hebt, dat is toch grappig.” Daarbij heeft het zo zijn voordelen om als oud-crimineel over misdaad te schrijven. “Ik kijk er met een andere bril naar dan andere journalisten, ik heb geen moreel oordeel en vind dingen niet zo verwerpelijk. Verder ben ik denk ik benaderbaarder dan andere journalisten. Anderen moeten echt op zoek naar mensen over wie ze willen schrijven, ik kom ze gewoon tegen in het café en in de bajes, of bij het uitgaan. Als je dan kijkt naar die Jan Meeus die een boek over Holleeder heeft geschreven: die staan heel ver van elkaar af. Ik ken die gasten gewoon.” Wat zijn stukjes volgens hem zo aantrekkelijk maakt, is dat hij niet zo langdradig is. “Ik pak de hoofdpunten eruit,” zegt hij, en hij laat zijn notitieblok zien waarin hij aantekeningen van het Passageproces maakt. In een opvallend netjes handschrift staan daar korte fragmenten genoteerd, uitspraken van Fred Ros of Dino S. “Oude boeven vind ik interessant, daar weet ik veel vanaf. Cor van Hout was bijvoorbeeld een vriend van mij. Ik schrijf niet over Marokkanen, ik kan die namen niet onthouden en al helemaal niet spellen. Antillianen interesseren me ook niet, ik hou me liever bezig met Hollandse boefjes.” Levert het hem eigenlijk ook nog wat op? Martin denkt even na over zijn antwoord. “Van schrijven word je niet rijk,” zegt hij uiteindelijk. Hij legt uit dat hij wel wat verdient aan advertenties. Weer is het even stil, dan glimlacht hij veelbetekenend: “Maar ik doe ook nog weleens wat ondeugende dingetjes.”

Rodney Geijsen

Niemand gelooft de primeurs van de Marokkanensite  

Waar Martin Kok zichzelf overal laat zien en altijd van zich laat horen, is Rodney Geijsen – de man achter www.crimescene.pro – een stuk mysterieuzer. Het ene moment zoekt hij de publiciteit, het volgende moment lijkt hij van de aardbodem verdwenen. Zijn website is dan plotseling uit de lucht, telefoonnummers werken niet meer en alle sociale mediakanalen zijn opgeheven. Van Rodney – die zo’n twintig jaar vastzat voor met name gewelddadige overvallen en vuurwapenbezit – hadden we dus ook al een tijdje niets meer gehoord, toen hij plotseling weer opdook. Hij begon crimescene.pro in 2012, eigenlijk puur uit verveling. De politie was er aanvankelijk niet zo blij mee.

Geijsen: “In het begin, toen ik net met de website begon, heeft de KLPD een dreigingsanalyse gemaakt. Er stond in: ‘Twee voormalig criminelen, Matt Hoorn (van crimesite (www.camilleri.nl, red.) en Rodney Geijsen zijn een website begonnen.’ Ze vermeldden verder dat we die sites begonnen zouden zijn om de politie in diskrediet te brengen.” Hij snuift. “Dan kan ik wel wat makkelijkers bedenken.” Hij nam het laatst zelfs nog op voor de politie: “Toen met die agent die in zijn hand gestoken was met een mes. Daar heb ik een stukje over gemaakt. Dat is geen politie pesten.”
Dat ze hem goed in de gaten houden is wel duidelijk. Toen hij in 2013 meedeed aan het RTL-programma Echte Penoze, waarin oud-criminelen hun verhaal deden, werd de redactie kort voor de uitzending met Geijsen gebeld. Of ze langs wilden komen voor een gesprek met de afdeling ‘zwacri’ – zware criminaliteit. De politie wilde weten wat Rodney zoal had verteld, en vroeg zich af of de programmamakers wel goed wisten met wie ze te maken hadden.

Geijsen: “Dat sloeg helemaal nergens op. Ze denken altijd dat ik wil provoceren, maar dat doe ik helemaal niet meer.
Nu houden ze me nog steeds in de gaten. Ik denk dat ze graag willen weten hoe ik aan mijn informatie kom.” Maar daar is hij voorzichtig mee. Hij hoort veel dingen die de politie niet weet, maar dat schrijft hij lang niet allemaal op. En als hij eens een afspraak heeft met een bron die graag anoniem blijft, dan heeft hij altijd nog zijn jammer bij zich: een apparaat dat alle wifi- en telefoonsignalen in de nabije omgeving kan uitschakelen, zodat niemand kan meeluisteren. Hij laat het gevaarte, dat hij standaard in zijn tas met zich meezeult, zien. “Nu zet ik hem niet aan hoor,” zegt hij geruststellend.

“Je moet altijd wel een beetje uitkijken waar je hem gebruikt, want het is natuurlijk niet handig als mensen een ambulance moeten bellen en dat lukt niet.” Wat hij tegenwoordig ook altijd bij zich heeft is een go-pro, een cameraatje waarmee hij korte filmpjes maakt voor op zijn site. Hij laat een paar filmpjes en foto’s zien en vertelt dat het opvallend is dat er overal waar hij komt politie in de buurt is. Hij heeft het nog niet uitgesproken of er wandelt een agent in kogelwerend vest voorbij het café waar we zitten. De man loopt een paar keer heen en weer en blijft vervolgens voor het raam staan, precies op de plek waar Rodney zit, die het in eerste instantie niet doorheeft omdat hij met zijn rug naar het raam zit. Als hij erop gewezen wordt, veert hij op. “Zie je, nu maak jij het ook mee, dit gebeurt standaard.” Hij pakt meteen zijn camera en filmt de agent.

Hoe is het nu om als oud-crimineel tussen de journalisten te werken die eerder over hem hebben geschreven? “Ik vind dat wel leuk. Heel veel mensen nemen me wel serieus, ik word benaderd als collega.” Hij geeft aan dat hij vooral benaderd wordt als het gaat om verhalen over Marokkanen: hij kent veel jongens van Marokkaanse afkomst, woont tussen hen in, is met hen bevriend. “Ik heb veel contact met Paul Vugts van Het Parool, met de jongen achter www.telecrime.nl en met Andy van www.sueme.nl. Je hebt steeds meer misdaadsites. Matt Hoorn was in het begin boos dat anderen ook een site begonnen, heel kinderachtig.”

Rodney pakt zijn site nu professioneler aan dan voorheen. “Toen waren het veel ANP-stukjes, maar ik moet meer hebben. Ik pak een verhaal en dan doe ik daar iets actueels bij. Tegenwoordig maak ik ook zelf foto’s.”

Over zijn collega Martin Kok zegt hij: “Martin maakt ook wel beginnersfouten. Als ergens een moord is gepleegd, heeft Martin op zijn site meteen een foto. Dan zie je eerst het hoofd van Martin, en 10 meter verderop ligt dan een lijk.” Hoewel hij zegt door collega’s serieus genomen te worden, zit hem wel het één en ander dwars. “Het leek heel lang alsof er een boycot zat op crimescene.pro door andere media. Ik had af en toe een primeur, maar niemand geloofde dat. Ik denk dat het komt doordat we bekendstonden als Marokkanensite.” Hij is even stil en zegt dan: “Maar het zou ook met mijn reputatie te maken kunnen hebben.” De politieagent die voor het raam stond loopt af en toe even weg, maar komt ook steeds weer terug. Op een gegeven moment loopt hij de zaak, die op ons na leeg is, binnen om naar de wc te gaan. Hij loopt opvallend langs onze tafel. Als hij terugkomt spreekt Geijsen hem aan: wat hij hier eigenlijk doet? De agent houdt zich in eerste instantie van de domme: hij moest gewoon plassen. En hij is wijkagent, dus logisch dat hij in die straat staat, toch? Niet veel later geeft hij toe dat hij wel weet wie Rodney is. Hij zegt hem zelfs nog niet zo lang geleden te hebben aangesproken, al kan Rodney zich dat niet herinneren.

De wijkagent is duidelijk nieuwsgierig naar wat ondergetekende doet aan een tafel met de voormalige beroepscrimineel. Als Geijsen uitlegt dat hij wordt geïnterviewd voor een stuk in Panorama kijkt de agent, met zijn duimen achter zijn riem gestoken en licht voorover gebogen onderzoekend van de een naar de ander. Hij knikt, geeft ons allebei een hand en zegt: “Nou, tot ziens dan maar.”

Als hij wegloopt lacht Rodney: “Ja, dat denk ik wel.”

Kort na het gesprek met Rodney Geijsen verdwijnt hij opnieuw van de radar. Of hij is opgepakt, in het buitenland zit, of er gewoon even geen zin meer in heeft, niemand weet het. Het zou ons niet verbazen als hij over een paar maanden weer terug is, alsof er niets is gebeurd. ∞

Zwolsman, reporter vanuit de cel

Helemaal nieuw is het fenomeen ‘crimineel in de journalistiek’ niet. In 1995 hield drugsbaron Charles Zwolsman voor weekblad Vrij Nederland een dagboek bij. Vanuit zijn cel – hij moest vijf jaar zitten voor het leidinggeven aan een criminele drugsorganisatie – volgde hij met een pen en een blocnote op schoot de verhoren die werden gehouden door de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden, onder leiding van Maarten van Traa. De commissie deed onderzoek naar de IRT-
affaire; betrokken politiemensen en wetenschappers kwamen tijdens die verhoren aan het woord. Zwolsman gaf commentaar; over oud-rechercheur Klaas Langendoen schrijft hij bijvoorbeeld: ‘(…) dit is de meest idiote figuur die ik gezien heb sinds de commissie is begonnen.’ Over toenmalig officier van justitie Fred Teeven is hij positiever: ‘Hij is duidelijk en draait niet om de dingen heen.’