Peter R. de Vries vreest aanslag door net vrijgekomen crimineel

in het deze week verschenen PS: Dit Is Vertrouwelijk (een gebundelde briefwisseling tussen Gerard Spong en Peter R. de Vries) spreekt de misdaadverslaggever openhartig over hoe het is om bedreigd te worden door Willem Holleeder en andere criminelen.

Peter R. de Vries, in een brief aan Gerard Spong:

‘Ik heb De Neus een paar jaar geleden tierend en dreigend aan mijn voordeur gehad – daar is hij ook voor veroordeeld. Ik heb toen ook meteen aangifte gedaan. Ik heb me al lang geleden voorgenomen dat ik me nooit in mijn leven ook maar voor een kwartje zal laten afpersen door wie dan ook, zelfs niet door Holleeder. Ik wist meteen: als ik nu geen aangifte doe, denkt hij dat hij mij in de tang heeft en staat hij elke veertien dagen op de stoep. Net als bij Willem Endstra en al die anderen. Dat gaat niet gebeuren.’

‘Ik heb later op het kantoor van zijn advocaat nog een soort van verzoeningsgesprek gehad met hem. Hij zei toen verongelijkt: “Ik had nooit verwacht dat je aangifte zou doen… Waarom heb je dat gedaan?” Was dus een taxatiefoutje van hem. Ik heb geantwoord: “Tegen iedereen die mij ’s avonds thuis met de dood komt bedreigen, nota bene in bijzijn van mijn vrouw, doe ik aangifte, Wim. Whatever it takes. Ik zou als misdaadverslaggever geen knip voor de neus waard zijn als ik dat niet deed.” En zo is het ook echt. Ik kan moeilijk de misdaadslachtoffers die mij elke dag om advies vragen zeggen dat ze vooral aangifte moeten doen en zelf een moordbedreiging over mijn kant laten gaan.’

‘Mensen vragen vaak aan mij of ik niet bang ben, zeker nu ook bekend is geworden dat Willem Holleeder in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught een moordaanslag op zijn zussen Astrid en Sonja en op mij zou hebben beraamd. Zoiets is natuurlijk niet fijn om te horen, maar bang is niet het juiste woord. Dan kun je dit werk niet doen. Een misdaadverslaggever moet wel over een bepaalde mate van onverschrokkenheid beschikken. Als je bang bent, word je als een chirurg die met trillende handen staat te opereren – en die operaties lopen meestal slecht af. Bedreigingen horen bij het vak, zoals een glazenwasser van de ladder kan vallen en een bankemployé overvallen kan worden. Ik zeg dan ook weleens bij wijze van grap dat als ik daar niet tegen kan, ik bij de Libelle had moeten gaan werken. Voor alle duidelijkheid: ik ben natuurlijk wel alert, Gerard, maar dat is iets anders dan bang.’

‘Mijn inschatting is trouwens dat je niet zozeer hoeft uit te kijken voor de types die voor de deur staan te schreeuwen dat ze je om zeep zullen brengen, maar dat je beter beducht kunt zijn voor de “Stille Willies”, de gasten die niets zeggen. Ik ben nu bijna veertig jaar actief in de misdaadverslaggeving en in de loop der tijd heb ik me uiteraard de gramschap van nogal wat illustere figuren op de hals gehaald. Als crime reporter kom je aan de drie grote verworvenheden van mensen: hun geld, hun reputatie en hun vrijheid. En daar kunnen sommige zware jongens nogal nijdig om worden. Er zijn behoorlijk wat mensen die door mijn toedoen zijn veroordeeld, zelfs tot levenslang. Daar krijg je natuurlijk geen kerstkaartje van.’

‘Er zijn er een paar bij die ik ervan verdenk dat ze echt wel iets willen proberen als de kans zich voordoet. Dat zijn figuren waarvan het grote publiek de namen niet eens kent en daarom zijn ze misschien wel veel gevaarlijker. Ik heb daarover regelmatig contact met een speciale justitiedienst, die zich bezighoudt met het bewaken en beveiligen van bijvoorbeeld ook politici. Ik zeg daar publiekelijk nooit veel over, maar het is toch wel een terugkerend iets. Je moet er ook niet op rekenen dat de wraakgevoelens van zo iemand wel slijten na verloop van tijd. Het tegendeel is vaak het geval. Een poosje geleden is zo’n figuur op vrije voeten gekomen. Dan staat alles toch wel weer even op scherp.’