Slapen als een opgejaagde maffiabaas

13 In mijn buurt was een misdrijf gepleegd. Op de vlucht voor de politie was een crimineel ’s nachts met grof geweld dwars door een tuin gereden en had daar ernstige vernielingen aangericht. De eigenaar, de ravage overziende, had zich het begin van het tuinseizoen anders voorgesteld. de onverlaat was ontsnapt en de politie begon een buurtonderzoek. Ik kreeg een vragenlijstje in mijn bus: of ik iets gehoord of gezien had. Nee,   niets. Ik voelde spijt. Normaal slaap ik zo licht als een opgejaagde maffiabaas, maar hier was ik doorheen gesnurkt.
Wat kon ik nog doen? Toch maar even het bureau bellen. Je weet nooit. Want elke aanwijzing ,,hoe klein of onbeduidend die ook lijkt”, kan de politie helpen, zo meldde het formulier. Kennelijk bevond zich aan de andere kant van de lijn een opeenhoping van forensisch talent.
Maar wie de politie wil helpen, zal dat weten. Ik kreeg een bandje met een  waarschuwing. ,,Dit informatienummer kost 2,8 cent per minuut, plus een starttarief van 9.51 cent, plus uw gebruikelijke belkosten.” Daarna nog de mededeling dat ik ook aangifte kon doen via internet.
Hier popelden ze niet om uit te rukken. ’t Is wat met de politie. Een mislukte reorganisatie, weinig motivatie, veel frustratie. Een ziekteverzuim dat meer dan dubbel zo hoog is als in de rest van het land. En dan krijg je zo’n bandje. Wat doen de mensen als ze dat horen?, vroeg ik de vermoeide diender die ik tenslotte aan de lijn kreeg: ,,Meer dan de helft gooit meteen de hoorn op de haak”.