Van crimineel tot soldaat van de vrede

6

Jan Corsius (58) groeide op in Transvaal, verdiende kapitalen als pooier, inbreker en drugsdealer en was verslaafd. Maar hij zag het licht, werd heilsoldaat en zet zich in voor anderen. ‘Spijt heb ik niet, maar nu is elke seconde van de dag mooi en geniet ik ervan.’

In de kelder van een verzorgingshuis van Florence zingt Jan Corsius een liedje voor een oude dame. Een christelijk nummer uiteraard. Het opwekkingslied De kracht van liefde, over liefde die je optilt en kan laten zweven als een arend. Corsius vindt de vrijheid die eruit spreekt prachtig. ,,Je moet mij ook niet in een kooitje duwen,” duidt hij in plat Haags waarom de tekst hem raakt. 

De Hagenaar plukt wat aan zijn baard. Uiterlijk heeft hij nog altijd meer weg van een hardrocker, dan van een liefhebber van trage evangelische liedjes. Al net zo’n merkwaardige tegenstelling is de plek waar hij met zijn band oefent. Een ruimte in een verzorgingshuis in Mariahoeve, een wijk waar veel ouderen wonen. Ver verwijderd van het levendige, en het criminele, van Transvaal waar hij vandaan komt. ,,Maar het geeft me rust.” 

Eigenlijk is alles bijzonder aan Jan Corsius. Vroeger een keiharde jongen die alleen aan zichzelf dacht, nu iemand die zich inzet voor anderen. Van crimineel tot heilsoldaat. ,,Muziek heeft me door de moeilijke tijd geholpen.”

Lees meer over het bijzondere verhaal van Jan Corsius in de weekendeditie van AD Haagsche Courant van 26 en 27 maart.