Verbannen crimineel is Omar A. uit West

omar-afp_650x400_81453956598

De Amsterdamse crimineel die als eerste een zogeheten ‘gebiedsverbod’ heeft gekregen omdat de recherche vreest dat hij wordt geliquideerd, is Omar A. (1993).

Hij is een jongere broer van Adil A., die tot levenslang is veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij de dubbele liquidatie in de Staatsliedenbuurt op 29 december 2012. Hij mag niet in de omgeving komen van waterpijpcafé Dina Lounge in de Marnixstraat.

Omar A. figureerde ook zelf in de dossiers over de wildwestschietpartij in de Staatsliedenbuurt. Ook zijn dna was aangetroffen in de gestolen Audi RS4 waarin een groepje schutters na de moorden was gevlucht.

Wiet oogsten
De recherche vermoedde dat ook Omar die avond in de Audi had gezeten, maar kon dat niet hard maken. De Audi had de weken voor de liquidaties immers gefungeerd als ‘een werkauto’ die een groep criminelen uit West volop had gebruikt, ook voor misdrijven, waardoor er sporen van vele jonge mannen in zaten.

Justitie ging er van uit dat Omar A. bovendien had geprobeerd getuigen te beïnvloeden, om zo een alibi te construeren voor zijn broer Adil. Die beweert dat hij tijdens de liquidaties even verderop met een groep ‘knippers’ wiet aan het oogsten was in een hennepplantage. Ook zou hij in een snackbar zijn geweest en in een waterpijpcafé.

Valse verklaring
Tijdens een bezoekuur in het huis van bewaring had Adil A. broer Omar volgens justitie ‘minuscule reepjes papier’ gegeven met tekstjes en tekeningetjes met instructies voor hem en drie anderen. De instructies zouden gaan over een gelijkluidende valse verklaring over dat alibi.

Omar A. figureerde ook zelf in de dossiers over de wildwestschietpartij in de Staatsliedenbuurt.

Toen Omar A. in mei 2013 in Limburg met een andere crimineel uit Amsterdam-West werd gepakt voor een overval, had hij de papiertjes bij zich. Weken daarna vonden bewakers bij een inspectie soortgelijke smokkelbriefjes in de cel van Adil A.

In één briefje had Adil geschreven dat zijn broer ‘alles moet regelen, maar moet uitkijken voor wat hij over de telefoon zegt’. De politie kan hem ‘op allerlei manieren afluisteren en observeren’, zo moest hij beseffen. Hij moest niet gezien worden met de drie anderen. In de briefjes wordt bovendien gezinspeeld op een ontsnappingspoging.

Rondvliegende kogels
Hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie Pieter-Jaap Aalbersberg noemde Omar A. vorige week op AT5 niet bij naam toen hij sprak over het eerste gebiedsverbod, maar hij sprak van ‘geen lief potentieel slachtoffer’ (van een dreigende liquidatie), maar van een man ‘uit het criminele circuit die weet dat hij op een liquidatielijst staat maar desondanks ons geen openheid van zaken wil geven’.

Als Omar A. het gebiedsverbod overtreedt door toch in de buurt van de shishalounge te komen, wordt hij gearresteerd, zei Aalbersberg. Het gebiedsverbod is immers niet alleen ingesteld om het mogelijke doelwit van een liquidatie te beschermen, maar (vooral) ook om te voorkomen dat omwonenden of onschuldige passanten door rondvliegende kogels worden geraakt.

Kennelijk dienen spannende verhalen en stoere taal de boventoon te voeren en is het welzijn van mijn cliënt daaraan ondergeschikt.

Advocaat Juriaan de Vries

‘Schijnveiligheid’
Omar A. toont zich via zijn advocaat Juriaan de Vries ‘verbolgen’ omdat hoofdcommissaris Aalbersberg het gebiedsverbod meldde. “Niet valt in te zien welk belang daarmee gediend wordt, anders dan het vermeende belang van de politie,” zegt De Vries. “Kennelijk dienen spannende verhalen en stoere taal de boventoon te voeren en is het welzijn van mijn cliënt daaraan ondergeschikt. Een bittere pil, nu dat gebiedsverbod juist zou zijn opgelegd met het oog op zijn welzijn.”

De hoofdcommissaris deed bovendien ‘volstrekt ongefundeerde mededelingen’ die ‘het door de politie gestelde levensgevaar alleen kunnen vergroten’. “Mijn cliënt zou weten dat hij op een dodenlijst staat, maar geen openheid van zaken willen geven,” zegt De Vries. “Aalbersberg verkondigt dat hij betrokken is bij een liquidatiegolf, maar onderbouwt dat geheel niet. Sterker: A. is op een jeugdzonde na nimmer veroordeeld.”

Vanwege de liquidaties in de Staatsliedenbuurt is Omar A. ‘zeer kortstondig aangehouden’ maar niet vervolgd. Dat hij voorkomt op ‘een dodenlijst’, heeft hij slechts van de politie gehoord. “De stelling dat hij geen openheid van zaken wil verschaffen, is ridicuul. Hij weet niets van plannen voor een aanslag op zijn leven.” A. zal het gebiedsverbod hooguit ‘op principiële gronden’ aanvechten. “Hij heeft nu niet de wens om in dat gebied te verblijven, maar dit verbod creëert slechts schijnveiligheid voor Amsterdammers in het algemeen en voor hem in het bijzonder.”