Werkstraf geëist tegen bewaarder voor schoppen gevangene die later overleed

 

ALPHEN AAN DEN RIJN – Een inmiddels geschorste bewaarder van de gevangenis in Alphen aan den Rijn moet wat het Openbaar Ministerie (OM) betreft worden gestraft voor een poging tot zware mishandeling. Hij zou gedetineerde Rinus W. op 7 juni 2015 hebben geschopt, waarna het slachtoffer binnen een dag overleed. De officier van justitie eiste woensdag bij de Haagse rechtbank 150 uur werkstraf en een maand voorwaardelijke celstraf.

Maar justitieel onderzoek naar de omstandigheden van W.’s dood heeft ondertussen uitgewezen dat W. niet is overleden door een strafbaar feit. Wel vindt het OM dat één van de bewaarders te veel geweld heeft gebruikt bij de verplaatsing van de gevangene naar een isoleercel. De officier verwijt die bewaker nu poging tot zware mishandeling.

De gevangene om wie het ging zat destijds in voorarrest, omdat hij was aangehouden voor een geweldsdelict. Zelf verdacht de verwarde man zijn vrouw ervan dat ze vreemdging en dat was een soort obsessie geworden. Hij stichtte brand in zijn cel en schreeuwde dat er ‘mensen werden gekookt’.

Pak melk waar ‘zuur’ in zou zitten

Vervolgens werd hij overgebracht naar een andere cel, waarin hij opnieuw brand stichtte onder het slaken van oerkreten. Ook bedreigde hij de bewaarders daar met een pak melk waar ‘zuur’ in zou zitten.

De gevangenisdirectie besloot het zogenoemde Interne Bijstandsteam (IBT) in te schakelen om de verwarde man over te brengen naar een isoleercel. In de doucheruimte pakten vier teamleden hem bij zijn armen en benen. Toen de man onder controle leek en op de grond lag, kwam hij toch overeind. Daarop kreeg hij twee trappen van een IBT’er tegen het hoofd.

Reanimatie mocht niet meer baten

In de isoleercel werd de doorgedraaide gedetineerde onwel. Reanimatiemocht niet meer baten, hij overleed die nacht op 40-jarige leeftijd in het ziekenhuis.

Justitie begon een onderzoek. Daaruit bleek dat de dood van de gestresste gevangene ‘niet was veroorzaakt door een strafbaar feit’. Maar wel kwam er dus uit dat één van de IBT’ers op enig moment toch te veel geweld had gebruikt, door te trappen. Een ander teamlid had de verdachte al snel aangewezen als schuldige. De verdachte bewaarder, een 36-jarige Hagenaar, heeft altijd ontkend te hebben getrapt.

‘Commandant had als enige handen en voeten vrij’

Tot verbazing van de rechter kwam de verdachte zelf na drie jaar opeens met een andere schuldige. Volgens hem was het de commandant van het team die had geschopt. De commandant was volgens de verdachte immers de enige die handen en voeten vrij had in die krappe douchecel. Waarom verdachte daar nu pas mee kwam? ‘Ik hoopte dat hij (de commandant, red.) zelf naar voren zou komen.’

Ook nieuw was dat de getuige die de verdachte eerder als de schopper had aangewezen, die belastende verklaring op de zitting weer introk: ‘Hij was het niet.’ Wie dan wel had geschopt, wist hij nu niet meer. Maar de officier van justitie gelooft dat niet.

‘Moest dat nou, zoveel geweld?’

De advocaat van de moeder en kinderen van het slachtoffer vinden dat het OM een veel te lage straf eist. De bewaarder zou wat hen betreft zeker een jaar de cel in moeten ‘om een voorbeeld te stellen’. ‘Moest dat nou, zoveel geweld? Bij een man die de weg kwijt was en hulp nodig had?’, aldus de vrouw van de overledene.

De advocaat van de verdachte bepleitte juist een lagere straf, omdat de bewaarder al erg had geleden onder het incident: hij is door de gevangenisdirectie geschorst en zijn huwelijk liep op de klippen. Hem zou onrecht zijn aangedaan doordat de schuld in zijn schoenen wordt geschoven. De rechtbank doet woensdag 21 november uitspraak.