74 jaar oud, 42 jaar in de gevangenis

Jan Willem van Engelen was een van de beruchtste misdadigers van de jaren 70. Hij zag elke Nederlandse gevangenis van binnen. 42 van de 74 jaar dat hij nu leeft, zat hij vast. Op zijn oude dag komt er een lied over ‘Jonge’.

Als gewone jongen kwam ik daar in contact met criminelen. Het was een leerschool voor me

Jan Willem van Engelen

Ja, hij was een crimineel. Maar wie ‘Jonge’ nu op straat ziet in zijn rolstoel, cowboyhoed op, merkt daar niets van. Heb je het dan met hem over die roerige tijd, dan verschijnt een twinkeling in zijn ogen. Jan Willem van Engelen is een paar uur in Nijkerk om te praten over zijn leven. Dochter Jochien en achterneef Dennis de Weerd, die het lied Jonge, hoe ging jouw leven over zijn achteroom zingt, zijn ook mee.

Op zijn 19de pleegde Jonge zijn eerste inbraak om een parkeerboete te kunnen betalen. Hij moest gelijk de gevangenis in. ,,Als gewone jongen kwam ik daar in contact met criminelen. Het was een leerschool voor me. Zij vertelden bijvoorbeeld hoe ik een plofkraak kon plegen.”

Het ging hem altijd om geld. Aan doden deed hij niet, zegt hij. Eén keer ging het bijna mis. Zijn broer werd in 1983 doodgeschoten. ,,Hij wilde een ruzie sussen en werd dwars door zijn hart geschoten met een vuurbuks.” Toen Jonge vijf jaar later hoorde dat de moordenaar van zijn broer in dezelfde kroeg zat als waar hij hem doodschoot, ging hij recht op zijn doel af. De man overleefde de aanslag op zijn leven ternauwernood. Jonge kreeg zeven jaar cel.

Zestig ontsnappingspogingen

Eenmaal vrij ging Jonge op de oude voet verder met roofovervallen en plofkraken. Bij een roofoverval op een autosloop kreeg de eigenaar van de sloperij van de stress een hartaanval, wat Jonge nog altijd achtervolgt. ,,Ik zei mijn maat dat hij anoniem de hulpdiensten moest bellen. Dat is nooit gebeurd.”

42 jaar zat Van Engelen af en aan in detentie met zware jongens, onder wie Holleeder. Hij ondernam zestig ontsnappingspogingen, vijftien keer had hij succes. ,,Ik maakte van een kleerhanger een spanzaag waar ik de spijlen van mijn cel mee doorsneed om naar buiten te kunnen klimmen. Toen ik in Arnhem zat, maakte ik een ijzerzaagje van kleine ijzeren staafjes, delen van een kapstok en lusjes van een broek. Eenmaal uit de gevangenis belde ik een kennis om me op te halen.” Keer op keer werd hij weer opgepakt. Door foutjes of omdat hij zat te drinken in de kroeg.

Getraumatiseerd

© Corné Sparidaens

In 2001 kwam hij na achttien jaar weer vrij. Dochter Jochien ving hem op bij de gevangenis van Vught. ,,Daar stond hij op de stoep met zijn vogeltje en pakje shag.” Ze besloot om ook haar verhaal te delen. ,,Ik heb zo veel verdriet gehad om mijn vader. Ik kende hem alleen uit de gevangenis, van de momenten dat ik op bezoek ging. Toen ik hem op mijn 21ste in huis nam, wist ik niet dat hij zwaar getraumatiseerd was door het gevangenisleven. Ik ben bij allerlei instanties geweest, maar niemand wist ze moesten met een zware crimineel die na zo’n lange tijd weer vrij was.”

Het duurde ook niet lang voordat Van Engelen terugkeerde naar de gevangenis. Na het uitzitten van zijn straf pleegde hij een overval op een tuincentrum, waarvoor hij ook weer de cel in moest. ,,Ik was het oorbelletje van mijn broer verloren, dat ik sinds zijn dood altijd droeg. De politie herkende het.”

Het leven in de gevangenis wende nooit. Met een verbeten trek om zijn mond vertelt Van Engelen over de opsluitingen. ,,Zodra je je erbij neerlegt, is het voorbij, dan ga je dood! Ik moest altijd op mijn hoede zijn. Ik schopte overal tegenaan. Wilde alleen in een cel, omdat je nooit wist wie je celgenoot zou zijn.”

Ik heb zo veel verdriet gehad om mijn vader. Ik kende hem alleen uit de gevangenis, van de momenten dat ik op bezoek ging

Dochter Jochien

Jonge stelde zich bikkelhard op, vooral tegenover vrouwenmoordenaars en ontuchtplegers. ,,Ik zat eens in een gevangenisbusje met een man die 128 meisjes wat had aangedaan. Ik had een stok in mijn broek verstopt en vocht zo heftig met hem, dat de parketbus op de snelweg moest stoppen. Die pedo durfde later de binnenplaats niet meer op, als ik in de buurt was.”

Daklozenopvang

In de gevangenis kon ik mijn verdriet nooit kwijt en nu blijf ik huilen

Jan Willem van Engelen

In oktober vorig jaar sloot hij de deuren van de laatste gevangenis waar hij verbleef. Jonge ging zwerven, ook omdat hij zijn familie niet tot last wilde zijn. ,,Justitie en de reclassering zagen mij als iemand die wel ergens een berg geld had liggen. Overal waar ik aanklopte voor hulp werd ik weggejaagd als een hond.” Nicht Stieneke vond hem bij de daklozenopvang in Almelo, waarna ze hem in huis opnam.

Van Engelen vond het heel moeilijk om een nieuw begin te maken. Had nachtmerries. ,,Nog steeds heb ik last van automatismen. Als ik voor een dichte deur sta, wacht ik gespannen tot die opengaat.” Ook lichamelijk ging het mis. Zijn buikaorta scheurde, artsen hielden hem dertien dagen in coma. Zijn rechterbeen was niet meer te redden. ,,Ik mis het lopen en kan niet wachten tot ik een kunstbeen heb. Ik vind het heel moeilijk dat ik afhankelijk ben van anderen.”

Nu hij alweer een poosje vrij is, merkt hij dat gebaren van zijn naasten hem veel doen. ,,Als Dennis het lied over mijn leven zingt, schiet ik meteen vol. In de gevangenis kon ik mijn verdriet nooit kwijt en nu blijf ik huilen. Ik zie mijn vier kinderen uit mijn eerste gezin nooit meer, maar gelukkig heb ik Jochien nog, uit mijn tweede gezin. Die zie ik dagelijks.”

‘Jonge, hoe ging jouw leven’

Henny Thijssen, de schrijver van het lied Jonge, hoe ging jouw leven schreef eerder onder andere Ga van André Hazes. Hij kwam Van Engelen tegen bij een vriend. ,,Hij is in een verkeerd nest geboren en dat kostte hem 42 jaar van zijn leven. In de bak is het alleen maar erger geworden.”

Van Engelens achterneef Dennis de Weerd, ook bekend als ‘De Zingende Loempiaboer’, zingt het lied over zijn achteroom dat op alle digitale kanalen te beluisteren en te downloaden is. De Weerd bezocht zijn achteroom regelmatig in de gevangenis. ,,Het klikte enorm tussen ons. Het criminele circuit verdween al snel naar de achtergrond. De eerste keer dat ik het lied voor hem zong, bezorgde mij echt kippenvel. Het maakte Jonge aan het huilen.”