Blowen of niet: het zit in je genen

ed

Heb jij wel eens een jointje gerookt? Geef je genen maar de schuld: onderzoekers hebben vier genen ontdekt die van invloed zijn op het wel of niet gebruiken van cannabis.

Eén op de vier Nederlanders heeft ooit tijdens zijn leven cannabis gebruikt. Het was al bekend dat erfelijkheid een belangrijke rol speelt bij het gebruik van de softdrugs, maar nu hebben onderzoekers van het AMC, VU en de Radboud Universiteit ontdekt welke vier genen hier precies van invloed op zijn.

Aanleg voor verslaving
De wetenschappers onderzochten data van bijna 40.000 mensen uit 17 verschillende internationale studies. “Het is voor het eerst dat er zo’n groot onderzoek is gedaan”, zegt hoogleraar Jacqueline Vink van de Radboud Universiteit. En daaruit kwamen de vier genen naar voren: genen die onder andere te maken hebben met aanleg voor verslaving, het gevoel van beloning en het proberen van nieuwe dingen.

Je hoeft niet de combinatie van de vier genen te hebben, elk van de vier genen draagt op zichzelf al z’n steentje bij. “Maar als je ze alle vier hebt, is de kans zeker groter dat je cannabis gaat gebruiken.” En als één van je ouders vroeger graag een jointje rookte doordat hij of zij zo’n gen bezit, is de kans 50 procent dat jij dat gen ook in je genenpatroon hebt. Maar dat wil niet zeggen dat jij ook gaat blowen. “Het is niet allesbepalend, maar het verhoogt wel de kans.

Behandeling van verslaving
Het is nog een grote stap voordat deze kennis gebruikt kan worden in bijvoorbeeld behandelingen van verslaving, zegt Vink. “Maar het is wel zeer belangrijke informatie. Van één van de vier genen is bijvoorbeeld bekend dat het ook een rol speelt bij rookverslaving en ander drugsgebruik. Er is dus een biologisch mechanisme dat ervoor zorgt dat iemand gevoeliger is voor verslaving in het algemeen. Als je zo iemand gaat behandelen voor de ene verslaving, moet je dus oppassen dat ze niet een ander middel gaan gebruiken ter compensatie.”