Buitenwiet kweken

voor na

Buitenwiet kweken van A tot Z
Een week of 10 na het zaaien zijn de planten 30-40 centimeter groot. In de maanden Mei en Juni kunnen de zaailingen zo de volle grond in. Buiten deze tijd of voor de binnen kweek moeten de stekken worden verpot.
Als je met het jonge spul naar buiten gaat is er eerst nog een gewenningsperiode nodig, niet gelijk in de volle zon.
De aarde in je tuin kun je voorbewerken om een hoog rendement uit de hennepplanten te halen. Het hangt ervan af hoe rijk de grond is. Als andere planten zeer goed in de tuin gedijen, hoef je niets te doen. Maar op sommige plaatsen is de grond arm aan voedingsstoffen.

Wietzaden voor de buitenkweek

De juiste wietzaadjes selecteren voor de buitenkweek is belangrijk. Door rekening te houden met een aantal factoren kan je hogere opbrengsten realiseren. 

Autoflower soorten gaan automatisch in de bloei

Autoflower zaden hebben een groot voordeel voor de buitenkweek. Deze cannabis soorten gaan automatisch in de bloei, het verduisteren van je planten is verleden tijd. 
Autoflower soortjes zijn zeer geschikt voor het buitenkweek seizoen in het midden / noordelijke deel van Europa. Zo kan je met 5 planten (in Nederland) binnen het gedoogbeleid blijven en omdat het deze wietplanten zo snel klaar zijn kan je wel 2 tot 3 oogtsen per jaar halen. Zo kom je de winter wel door! Nog een voordeel is dat ze de lichtvervuiling in stedelijke gebieden beter kunnen verdragen. De opbrengst van feminised autoflowers kan wel tegen vallen vergeleken met reguliere zaden. 

Bemesting
Hoeveel je van de diverse metstoffen kunt gebruiken is een kwestie van schatten en ervaring. Meestal kun je tot tweemaal de op de verpakking aangegeven hoeveelheden toedienen. Bedenk wel dat een overdosis meststoffen dodelijk voor je planten kan zijn.
Kompost kun je rijkelijk gebruiken, visemulsie geef je alleen tijdens de groei, de andere meststoffen meng je door je grondmengsel. Meng je meststof fen zo lang mogelijk van te voren, zodat de biologische voedingsstoffen de tijd krijgen op te lossen en zich te vermengen met de grond. Het is bij wijze van spreken het beste om je grondje al in de herfst te mengen, zodat de winter en vooral de vorst er “over heen kan gaan”.

Let er op dat de grond niet te nat is op de plaats waar de planten komen te staan. De afstand tussen de planten is eigenlijk de afweging van de kweker zelf. Als je veel ruimte hebt, kun je een beetje spelen met de afstand tussen de verschillende planten. Het mooiste is als elke hennepplant ongeveer één vierkante meter beslaat. Als ze te dicht op elkaar staan, kan de ene de andere belemmeren in het vangen van licht. Daardoor kunnen er aanzienlijke verschillen in grootte ontstaan. Als je geen “feminized” zaad gebruikt zal de helft van de planten die in de grond zitten uiteindelijk mannelijk zijn en dus verwijderd moeten worden. Het is een goede gewoonte om tussen de planten die in de volle grond staan een gelijk aantal planten in potten te zetten. Als je straks een mannetje uit de grond moet halen, is er altijd wel een vrouwtje in een pot, dat de opengevallen plaats wil innemen. 

Zorg er in elk geval voor dat de wind door de planten kan waaien. Planten die op een afgeschermde plek staan, zijn extra vatbaar voor schimmels.
Hennep is een van de snelst groeiende gewassen; als je een handje helpt met wat visemulsie en indien nodig wat water, zul je versteld staan van je planten. Ze eten letterlijk uit je hand en groeien als kool!