‘De ene wietkweker is de ander niet’: zieke Johan (45) mag van rechter in zijn huis blijven wonen

DEN BOSCH – Ongeneeslijk zieke Bosschenaar zielsblij met vonnis van rechter; hij mag niet uit zijn huis worden gezet. Ook al kweekte hij daar achttien wietplanten.

Hij sliep nauwelijks meer, was eerlijk gezegd volkomen over de rooie. Bezoeken aan een psychiater en kalmerende middelen werden noodzakelijk. Zowat een jaar lang leefde Johan Gruyters (45) in angst omdat woningcorporatie Zayaz dreigde hem uit zijn Bossche huis te zetten. De politie had vorig jaar oktober één dood en zeventien levende wietplantjes bij hem aangetroffen. Plus 50 gram gedroogde hennep. Tja, dat mag niet …

Misselijk

Maar … wát nou als je ongeneeslijk ziek bent, besmet met het hiv-virus? Als je medicijnen moet slikken om te voorkomen dat de infectie tot aids leidt? Als je van die aidsremmers zo misselijk wordt dat je ze meteen weer uitkotst? Ja, dan helpen ze niet natuurlijk. En wat dan als wiet ervoor zorgt dat je niet hoeft te braken? Dat je beter slaapt, minder pijn hebt en tenminste een béétje eetlust. Dan kan een jointje het verschil maken tussen leven en dood. En als je het van je uitkering niet kunt kopen, tja, dan oogst je het zelf.

De Bossche kantonrechter begreep dat wel. De ene wietkwekerij is de andere niet, vonniste hij. ,,Meneer heeft zijn lot niet zelfgekozen.” De rechter gaat ervan uit dat Gruyters niet genoeg heeft aan de oogst van vijf wietplanten. Vijf wietplanten kweken is overigens ook verboden. Maar het wordt wel gedoogd. Volgt u het nog? Hoe dan ook, de rechtbank vond het maatschappelijk onaanvaardbaar een ernstig zieke man op straat te zetten voor een relatief lichte overtreding.

Weggezet als een crimineel

Wow, wat een fijn geluid, dacht Gruyters afgelopen vrijdag toen hij het hoorde. ,,Want de woningcorporatie sprak van brandgevaar, overlast voor de buren, dat ik hier liep te dealen. Ik voelde me weggezet als een crimineel.” Hij snapt niet hoe ze daar bij kwamen. ,,Ik ben geen verkeerde jongen. Heb geen strafblad, geen drugs- of alcoholproblemen. Ik heb nooit stroom afgetapt, maar de rekening van de zuinige ledlampen keurig betaald. De energiemaatschappij heeft het gecontroleerd. Ik krijg nog geld terug.”

En de buren? ,,Nou, de onderbuurman – hij heeft kennelijk iets tegen mij – heeft melding gedaan bij de politie. Vandaar de inval. Maar alle andere buren hebben in briefjes aan de rechter verklaard dat er van overlast geen sprake was en dat het belachelijk was mij uit mijn huis te zetten. De bovenbuurvrouw is zelfs mee naar de rechtszitting gegaan.”
Desondanks geloofde Gruyters niet in een goede afloop. Een wonder noemt hij het dat het dubbeltje toch de goeie kant uitrolde.

Verpletterende diagnose

Het is ook een wonder dat hij nog lééft. Want toen Gruyters op zijn twintigste de verpletterende diagnose aids kreeg, begin jaren negentig, ging het licht wel even uit. Zijn leven lag nog voor hem en ineens leek 35 worden al een brug te ver. Twintig jaar, zóveel mogelijkheden; hij deed modellenwerk, schilderde kunstwerkjes, was dj, werkte in de horeca. Maar toen dat ene woordje viel, vier simpele letters, sloegen páng al die deuren dicht.

 Het leven nam een wrede wending. Mensen die hem op zijn hart trapten, wegliepen voor zijn aids. Het besef dat hij maar niet meer moet zoeken naar een relatie, omdat hij never nooit niemand heeft getroffen die het níet eng vond, die niet bang van hem werd, die eens níet botweg tegen hem zei geen zin te hebben in gedoe. En dan die paar keren dat de ziekte zich niet liet beteugelen door de aidsremmers, dat hij op het randje lag, dat hij de dood kon voelen. En ach ja, al die bijwerkingen van de medicijnen, pijn, misselijk, moe.

Als er geen middelen meer zijn die werken, slaat de aids toe en ga ik dood

Johan Gruyters

Toen Gruyters aids kreeg – hij woonde op dat moment in België samen met zijn toenmalige vriend – waren net de eerste middelen op de markt. Waardoor de ziekte niet meer dodelijk maar chronisch werd. ,,Wie nu met hiv wordt geïnfecteerd, kan honderd worden zonder aids te krijgen. Voor mij ligt dat anders, ik heb nu al zoveel medicijnen gehad, om de paar jaar word ik resistent voor die middelen, dan werken ze niet meer en moet een nieuwe combinatie worden gezocht.” Maar ja, het arsenaal is een keer uitgeput. ,,Dan slaat de aids toe en ga ik dood.”

Onze lieve vrouw

En dat vonnis kan hij niet ontlopen. Dus zit er maar één ding op … simpelweg dankbaar zijn dat hij al meer tijd kreeg dan gedacht. ,,Ik ben gelovig, steek elke week een kaarsje aan bij Maria in de Sint-Jan.” Hij wijst naar een hoek van de kamer, naar een beeld van onze lieve vrouw. ,,Misschien heeft zij mij tot hier gebracht.”

Maar wat nou als die Bossche rechter hem wél uit zijn woning had laten zetten? ,,Dan had ik er een eind aan gemaakt.” Oei, niet gesloopt door aids, maar door bureaucratie. ,,Ik had de chaos niet meer kunnen overzien, met mijn spulletjes op straat. Met alleen een wao-uitkering van 928 euro per maand. Vijf jaar wachten voordat ik weer voor een woning in aanmerking zou komen. Stranden op een inloopschip. Sjonge …”

Johan Gruyters steekt een jointje aan.

Johan Gruyters steekt een jointje aan. © Roel van der Aa