Gaten in administratie coffeeshop – omzetverhoging van € 5.500.000

coffeeshopDe inspecteur maakt aannemelijk dat de administratie van een coffeeshop niet aan de eisen van artikel 52 van de Awr voldoet. De inspecteur heeft niet gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

X en zijn medevennoot exploiteren een coffeeshop in de vorm van een vennootschap onder firma. De coffeeshop beschikt over twee kassa’s, een voor het kasgeld horeca en een voor het kasgeld softdrugs. De kladadministratie van de coffeeshop wordt bijgehouden door één van de medewerkers en bestaat uit de volgende stukken: Personeelsmap; Inkoopboek softdrugs; Verkoopboek softdrugs; Kladkasboek; (dag)omzetstaten; (dag)voorraadlijsten; Facturen en kostenbonnen.

Omzetberekening op basis van waarnemingen ter plaatse

De inspecteur heeft in de periode 2010 tot eind 2013 diverse waarnemingen ter plaatse (wtp’s) verricht bij de coffeeshop. Tijdens de wtp’s zijn telkens aansluitberekeningen gemaakt van de omzet verkopen softdrugs volgens de voorraadadministratie en de omzet verkopen softdrugs volgens de kas. Hierbij zijn aansluitingsverschillen geconstateerd.

De inspecteur heeft in een gesprek aangegeven dat op basis van de wtp’s een theoretische omzetberekening heeft gemaakt die over de jaren 2008 tot en met 2012 leidt tot een omzetverhoging van ongeveer € 5.500.000. Dit wordt bevestigd door de inspecteur in een brief van 28 november 2012. De boekhouder van de firmanten heeft hierop bij brief van 21 december 2012 inhoudelijk gereageerd, waarbij hij de theoretische omzetberekening bestrijdt.

Er vindt een boekenonderzoek plaats. Onderzocht wordt de aanvaardbaarheid van de aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2011 tot en met 2013 en van de aangiften omzetbelasting en loonbelasting over het tijdvak 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013. Het boekenonderzoek is ten tijde van het onderzoek ter zitting bij de rechtbank nog niet afgerond.

Beschikking niet voldoen aan administratie-en bewaarplicht

Verder heeft de inspecteur een beschikking afgegeven waarin wordt geconcludeerd dat X niet heeft voldaan aan zijn administratie- en bewaarplicht. In de informatiebeschikking wordt vermeld dat: de dagstaten waaruit de in- en verkopen van de cannabisproducten in 2011 en 2012 blijken niet bewaard zijn gebleven; in de kasadministratie niet de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven worden geboekt; uit de dagstaten van 2013 waaruit de in- en verkopen van cannabisproducten blijken, niet kan worden afgeleid welk deel van de joints zelf werd vervaardigd en welk deel kant-en-klaar werd ingekocht; een aantal facturen van uitgaven in 2011 en 2013 ontbreken; bij diverse waarnemingen ter plaatse in de gecontroleerde jaren aansluitverschillen werden geconstateerd waarvoor geen verklaring kon worden gegeven.

Geschil

X stelt dat de gebreken in de administratie niet van dien aard zijn dat kan worden geoordeeld dat niet is voldaan aan de administratie- en bewaarplicht. Voorts stelt X dat de wijze waarop de inspecteur gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om een informatiebeschikking te geven in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het verbod van misbruik van bevoegdheid. De inspecteur stelt dat eiser niet heeft voldaan aan zijn administratie- en bewaarplicht en dat de informatiebeschikking daarom terecht is gegeven.

Oordeel rechtbank

Voor beantwoording van de vraag of de informatiebeschikking terecht is gegeven, dient te worden beoordeeld of eiser heeft voldaan aan zijn administratie- en bewaarplicht. Volgens artikel 52, eerste lid, van de Awr moet X zijn vermogenstoestand en van alles betreffende zijn bedrijf naar de eisen van dat bedrijf op zodanige wijze een administratie voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde zijn rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken.

In geval van een coffeeshop betekent dit, dat in ieder geval mag worden verwacht dat een inkoop- en voorraadadministratie wordt gevoerd en bewaard (vgl. 31 mei 2013, nr. 11/03452, ECLI:NL:HR:2013:BX7184). De dagstaten zijn dus van essentieel belang.

Vaststaat dat voor de jaren 2011 en 2012 de dagstaten waaruit de in- en verkopen van de cannabisproducten blijken, niet konden worden overgelegd. Voor de jaren 2011 en 2012 is de informatiebeschikking daarom terecht gegeven.

Het bleek dat voor het jaar 2013 vier facturen ontbreken waarop onder meer materialen voor het vervaardigen van joints zijn vermeld en voorts dat uit de inkoop- en voorraadadministratie niet blijkt hoeveel joints de coffeeshop zelf heeft vervaardigd. Door de inspecteur is derdenonderzoek

gedaan bij twee leveranciers waaruit naar voren is gekomen dat vier facturen niet in de administratie zijn opgenomen, terwijl er meer leveranciers zijn en dus wellicht ook meer ontbrekende facturen. Naar het oordeel van de rechtbank is de informatiebeschikking voor het jaar 2013 ook terecht gegeven.

Verder geeft de rechtbank aan dat het aannemelijk is dat X zich door uitlatingen van de inspecteur – de theoretische omzetcorrectie van ruim € 5,5 mln, het aanbod tot ‘inkering’ en de dreiging met een boekenonderzoek – onder druk gezet heeft gevoeld. Een en ander wekt de indruk dat de inspecteur richting X zich niet heeft gedragen met de zorgvuldigheid die van ambtenaren, belast met de heffing van rijksbelastingen, mag worden verwacht. Deze uitlatingen vormen echter geen beletsel voor het afgeven van de informatiebeschikking. Het nemen van de beschikking is gerechtvaardigd op basis van de administratieplicht op basis van art 52 AWR en de geconstateerde gebreken in de administratie. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.