Joint, alcohol en seks bij voorkeur niet in het openbaar

Eerlijk gezegd ben ik tegen het verbod op blowen in Den Haag en tegelijk ben ik blij dat het er is. Ik zal dat uitleggen.

Ik ben principieel tegen een blow-politie, een rook-politie, een BBQ-politie, een vuurkorven-politie en een ballonnen-politie. In dit aangeharkte land ben ik tegen elke vorm van nieuwe betutteling. Ik krijg er jeuk van. Iedereen zijn eigen vrijheid.

Listig wordt het als de vrijheid van de één die van de ander beperkt. Ik vind dat je elkaar daarop mag aanspreken, liefst zonder voor je leven te hoeven vrezen. Nog mooier zou het zijn als dat niet eens hoeft, omdat mensen van tevoren al rekening houden met elkaar, in elk geval als zij zich samen in de openbare ruimte bevinden. Volgens mij is dat niet ouderwets, maar een kwestie van beschaving. Dat wij niet meteen gehurkt in het gras gaan zitten op het moment dat wij aandrang voelen, is wat ons onderscheidt van de dieren. Daartoe zijn wij uitgerust met wat wetenschappers ook wel de prefrontale cortex noemen; het is dat deel van de hersenen dat zich ter hoogte van ons voorhoofd bevindt en dat, wanneer wij in Grand Café De Boterwaag een leuke mevrouw ontmoeten, voorkomt dat wij onze gedachten meteen in daden omzetten.

De prefrontale cortex helpt ons mensen zogezegd om onze impulsen te beheersen en leidt ons naar een coffeeshop als wij willen blowen, naar de slaapkamer als wij worden overvallen door een oerdrift op heuphoogte en naar de kroeg als wij het weer eens ongegeneerd op een zuipen willen zetten. Er is een tijd geweest dat zelfs eten in het openbaar als hoogst onbetamelijk werd beschouwd. Persoonlijk doe ik dat heel eerlijk gezegd nog steeds niet, sinds ik ooit gebiologeerd naar een oudere mevrouw heb staan kijken die in de HEMA een rookworst verslond en vervolgens boven de tafel met afgeprijsd ondergoed luid hoorbaar een boer liet.

Vorige week arriveerde ik bij halte Laan van Meerdervoort in afwachting van lijn 11, toen in het tramhokje twee mannen liederlijk bezopen probeerden in hun lege bierblikje te plassen. Blijkbaar gealarmeerd door een trambestuurder die langs het tafereel was gereden, waren medewerkers van de HTM snel ter plekke om de beide heren te vertellen dat onze stad mogelijkheden biedt om impulsen op een voor iedereen prettige manier de baas te worden. Graag deel ik de medewerkers van HTM bij deze een welgemeend compliment uit, omdat zij dat voortreffelijk deden: beslist, maar vriendelijk. In die zin leg ik het verbod op blowen dat nu voor 13 plekken in Den Haag is afgekondigd ook niet zozeer uit als een verbod, maar als een charmante doch onverbiddelijke poging van burgemeester Pauline Krikke om onze beschaving een handje te helpen.