Moeten Bierumer ‘modelwietkwekers’ 175.000 euro betalen aan de staat?

Vijf jaar geleden juichten ze nog in de rechtbank, omdat ze wel schuldig werden bevonden aan hennepteelt, maar niet werden veroordeeld. Nu kijken John en Ines Meijers uit Bierum heel anders tegen de zaak aan.

Dinsdag moeten ze weer naar het Gerechtshof in Leeuwarden, waar besproken wordt of ze een fikse ontnemingsvordering moeten betalen. Is dat het geval, dan betaalt het stel het geld dat ze uit strafbare activiteiten hebben verkregen aan de Staat.

Paradijselijk plekje

Een paradijselijk plekje, zo omschrijft het stel hun woning net buiten Bierum. Maar per 1 juli staan ze op straat. Hun leven staat al acht jaar stil; zo lang ligt er beslag op hun huis.

Ze sprongen in het gat in de wet, dat toestaat dat wiet en hasj verkocht wordt in coffeeshops, maar dat de bevoorrading van diezelfde coffeeshops strafbaar stelt. Het zogenaamde achterdeurbeleid.

Kort gezegd: softdrugs mogen wel worden verkocht, maar waar ze vandaan komen, is zogenaamd onbekend.

Wietplanten in de schuur

Dat moet transparanter, vinden John en Ines. Hoewel hun schuren en kassen nu leeg zijn, was dat tot vijf jaar geleden anders. Ze teelden wiet, gaven dat op bij de Belastingdienst, betaalden hun stroomrekeningen en verkochten hun opbrengst aan coffeeshops.

Modelkwekers

Het leverde het stel naast de naam ‘modelkwekers’ een reeks problemen met de wet op. Want het mag niet, wiet kweken voor coffeeshops. Dat wisten ze wel, maar hun idealen tellen voor hen zwaarder dan een eventuele veroordeling. Talloze keren werden hun plantages opgerold; in totaal 2500 planten, 900 stekken en acht kilo henneptoppen.

Groot was de verbazing dan ook toen John en Ines benaderd werden door de commissie Knottnerus. Deze club onderzoekt de haalbaarheid van een experiment met ‘staatswiet’, een gesloten keten van telers die de coffeeshops voorzien van wiet.

Hoop

‘Het gaf ons hoop dat ons advies werd overgenomen’, zegt John. Die hoop was van korte duur. Justitie kwam achter hen aan en ze moesten zich in 2014 verantwoorden voor het telen van hennep. Het vonnis: wel schuldig aan hennepteelt, maar geen veroordeling.

Deze uitspraak had in 2014 een grote impact. Advocaten, rechters, hoogleraren strafrecht, politici, telers: ze buitelden over elkaar heen om hun zegje te doen over deze ‘opmerkelijke en baanbrekende zaak’.

Rechterlijk pardon

De uitspraak is vooral opvallend omdat het tornt aan de wortels van het Nederlandse softdrugsbeleid. ‘De rechtbank heeft gezegd: als je een coffeeshopbeleid hebt, impliceert dat dat ze bevoorraad moeten worden. En als je dat op zo’n veilige en verantwoorde manier doet als mijn cliënten dat hebben gedaan, vindt de rechter dat je daar geen straf voor verdient’, zei advocaat Sidney Smeets destijds na het rechterlijk pardon.

Hoger beroep

Het Openbaar Ministerie ging, geheel volgens verwachting, tegen deze uitspraak in beroep. Het Gerechtshof veroordeelde het stel tot een voorwaardelijke celstraf van een maand en een proeftijd van twee jaar. Dat vonden ze nog te overzien, maar de ontnemingsvordering die erbij kwam kijken van 175.000 euro, was dat niet.

Vanwege de vordering die het stel boven het hoofd hangt, hebben ze betalingsproblemen en moeten ze noodgedwongen hun huis verkopen. Het huis waar ze hoopten mee te kunnen doen aan het experiment van de commissie Knottnerus.

Die plannen gaan nu in rook op. Waar ze naartoe moeten, weten ze niet. ‘Misschien kamperen bij vrienden in Duitsland’, oppert John.