Sluiting Efendi Auto’s Oosterhout na vondst he

 

  

 

 

 

Foto’s

 

  

  • Hennepkwekerij

     

OOSTERHOUT/BREDA – Garagehouder Efendi Kaya heeft van de bestuursrechtbank in Breda ongelijk gekregen in zijn geschil met de gemeente Oosterhout over de tijdelijke sluiting van zijn bedrijf, na de vondst van 10 kilo hennep in een bestelbus op het terrein.

Kaya vond de sluiting niet eerlijk omdat de drugs niet van hem zouden zijn maar van een klant die zijn auto op het bedrijfsterrein had gezet. De onmiddellijke sluiting zou veel directe en indirecte bedrijfsschade hebben veroorzaakt en mede daarom een straffend karakter hebben, wat niet de bedoeling is van zo’n bestuurlijke maatregel, aldus Kaya.

De bestuursrechter veegt al deze argumenten van tafel. De vraag van wie de drugs zijn – en wie er dus verwijtbaar is – speelt volgens de rechtbank geen rol. Als er drugs in of bij een pand zijn aangetroffen, kan de gemeente sluiten. Daarbij tekent de rechter aan dat in de garage zelf dezelfde soort spullen zijn gevonden als in de auto met hennep.

Het gaat daarbij om droognetten, handschoenen en sealbags van het zelfde merk, materiaal dat wordt gebruikt in de hennepteelt. Volgens Efendi heeft hij met die spullen ook niks te maken en waren die van zijn zoon. De rechtbank vindt echter dat de burgemeester ‘voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een verband bestaat’ tussen de hennep in het busje en de spullen in het pand.

De rechtbank stelt dat Kaya niet met documenten heeft aangetoond of zijn bedrijf schade heeft geleden en of de sluiting(duur) onevenredige gevolgen had. Al vindt de rechtbank de maatregel van de gemeente ‘houdbaar’.

Kaya en advocaat Ejder Köse willen de zaak aangrijpen om, via een hoger beroep bij de Raad van State, het sluitingsbeleid voor te leggen aan het Europees Hof. Zij vinden dat zulke sluitingen een straffend karakter hebben en in strijd zijn met de mensenrechten. Oosterhout/Breda

Garagehouder Efendi Kaya heeft van de bestuursrechtbank in Breda ongelijk gekregen in zijn geschil met de gemeente Oosterhout over de tijdelijke sluiting van zijn bedrijf, na de vondst van 10 kilo hennep in een bestelbus op het terrein. Volgens de rechtbank heeft de gemeente correct en volgens de bestaande beleidsregels gehandeld.

Kaya vond de sluiting niet eerlijk omdat de drugs niet van hem zouden zijn maar van een klant die zijn auto op het bedrijfsterrein had gezet. De onmiddellijke sluiting zou veel directe en indirecte bedrijfsschade hebben veroorzaakt en mede daarom een straffend karakter hebben, wat niet de bedoeling is van zo’n bestuurlijke maatregel, aldus Kaya.

De bestuursrechter veegt al deze argumenten van tafel. De vraag van wie de drugs zijn – en wie er dus verwijtbaar is – speelt volgens de rechtbank geen rol. Als er drugs in of bij een pand zijn aangetroffen, kan de gemeente sluiten. Daarbij tekent de rechter aan dat in de garage zelf dezelfde soort spullen zijn gevonden als in de auto met hennep.

Het gaat daarbij om droognetten, handschoenen en sealbags van het zelfde merk, materiaal dat wordt gebruikt in de hennepteelt. Volgens Efendi heeft hij met die spullen ook niks te maken en waren die van zijn zoon. De rechtbank vindt echter dat de burgemeester ‘voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een verband bestaat’ tussen de hennep in het busje en de spullen in het pand.

De rechtbank stelt dat Kaya niet met documenten heeft aangetoond of zijn bedrijf schade heeft geleden en of de sluiting(duur) onevenredige gevolgen had. Al vindt de rechtbank de maatregel van de gemeente ‘houdbaar’.

Kaya en advocaat Ejder Köse willen de zaak aangrijpen om, via een hoger beroep bij de Raad van State, het sluitingsbeleid voor te leggen aan het Europees Hof. Zij vinden dat zulke sluitingen een straffend karakter hebben en in strijd zijn met de mensenrechten.