Waar Tilburg buitenlander weer wiet gaat verkopen, krijgt een Belg in Breda geen gram

BREDA – De coffeeshops in Tilburg ontvangen weer met open armen de buitenlandse (lees: voornamelijk Belgische) wiettoeristen, maar in Breda moeten de uitbaters van ‘wietwinkeltjes’ Belgen, Duitsers of Fransen nog altijd de deur wijzen. Doen ze dat ook? De proef op de som.

 

In lang vervlogen tijden rookte ik wel eens een jointje, maar zelf een coffeeshop binnenstappen, dat is nooit aan de orde geweest. Toch maar eens de stoute schoenen aantrekken en op pad gaan – voor het goede doel uiteraard. Om te kijken of de uitbaters van de coffeeshops niet hier en daar wat onder de toonbank verkopen aan een Belg zoals ik.

Wietschuif

De uitbaters van Fly ‘n’ High zijn vriendelijk, maar vragen meteen naar een identiteitskaart. En wanneer we een Belgisch paspoort voorleggen, blijft de ‘wietschuif’ dicht. ,,Neen, daar nemen we geen enkel risico mee. Verkopen we het wel, dan riskeren we onze winkel te moeten sluiten. Sorry, we zouden ook jullie Belgen graag verder helpen, maar we mogen het echt niet. U rijdt best naar Rotterdam of Eindhoven. Daar lukt het nog wel. Het is al jaren zo en we zien het niet meteen veranderen.’’

U rijdt best naar Rotterdam of Eindhoven. Daar lukt het nog wel.

Bedrijfsleider Fly ‘n’ High

Dan maar een volgende proberen. De al wat oudere uitbater van Purple Rain bij het station staat in een soort beveiligde sas achter glas. De wiet staat in bakjes klaar met ernaast een weegschaaltje. Zodra hij het Belgisch accent hoort, draait hij zich om en wijst naar de deur. ,,Rij naar Tilburg! Daar mag het verdomme. Hier niet. Nee, echt, ik neem géén risico.’’

Accent

© RAMON MANGOLD

Driemaal is scheepsrecht? We stappen de zaak Majestic binnen, in de Boschstraat. Een man met een rastakapsel – hoe stereotiep kan een klant zijn, in een coffeeshop – koopt één losse joint en gooit wat euro’s op de toonbank.

Hier moet het toch lukken? Wij vragen er twee. ,,Sorry, ik hoor aan je accent dat je van België bent. Neen, je krijgt niets mee. Je weet maar nooit. Moest je nu voor een héél groot bedrag aan wiet kopen, dan misschien, maar daar kom je niet voor hè.’’

Nul op drie. De uitbaters van de coffeeshops zijn blijkbaar bang. Of eerlijk, wie zal het zeggen.

Natuurlijk hopen we dat het zoals in Tilburg ook hier binnenkort weer mag.

De Baron

Laten we het nog één keer proberen. De Baron, in de Boschstraat. Een bouwvakker een beetje verderop heeft net een voorraadje ingeslagen om na de werkuren even te kunnen relaxen.

,,Voor twintig euro graag’’, vragen we bij De Baron stout. Maar ook hier zorgt de Belgische tongval voor een njet. ,,We zouden graag onze vergunning houden. We mogen het niet. Nog niet. Natuurlijk hopen we dat het zoals in Tilburg ook hier binnenkort weer mag.’’

Geen succes

Geen succes dus. Een koude wandeling door de stad levert een Belg geen buit op. Voor wiet van de coffeeshop zullen we toch naar Tilburg, Rotterdam of  Eindhoven moeten.