Twijfelen over de dagelijkse joint in ‘Dope’

Even een joint opsteken om te ontspannen – dat kan toch geen kwaad, hield theatermaker Sadettin Kirmiziyüz zichzelf voor. Maar waarom heeft hij die hasj eigenlijk nodig?

Dope met acteur Sadettin Kirmiziyüz en muzikant Kaspar Schellingerhout.Foto Sanne Peper 
Theater

Dope van Trouble Man en Het Nationale Theater. Gezien: 7/3, Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee t/m 28/5.

Theatermaker Sadettin Kirmiziyüz steekt dagelijks een joint op en schudt alle sores van zich af. Dan hangt hij, helemaal relaxed, in een plastic stoel bij zijn tuinhuisje. Problematisch voelt dat niet. Totdat zijn vrouw een stukje hasj in de box van hun dochtertje vindt en een arts op een formulier krabbelt dat hij ‘zo nu en dan cannabis’ gebruikt. Is zijn drugsgebruik eigenlijk wel zo onschuldig?

In Dope zet Kirmiziyüz zijn ervaringen met verdovende middelen op een rijtje, van het schoolfeest waarop hij voor het eerst blowde met vrienden tot euforische momenten op festivals. Hij schetst de situaties, staand achter een microfoon, in beeldende monologen.

Muzikant Kaspar Schellingerhout legt een sfeervolle soundtrack onder die verhalen met een fijne mix van percussie, galmende synthesizers en gitaren. Deze vorm lijkt sterk op de vorige voorstelling die Trouble Man in samenwerking met het Nationale Theater maakte, het bejubelde Citizen K. Ook toen legde de uitgeklede vertelvorm de nadruk op de tekst, waarin de performer behendig heen en weer springt tussen ervaringen en meer beschouwende passages, waarin hij de gebeurtenissen in een breder perspectief plaatst.

In Dope komen (bijna juichende) omschrijvingen van momenten onder invloed voorbij, zoals toen Kirmiziyüz trippend in de branding stond bij een muziekfestival op een Waddeneiland. Opeens voelde hij zich één met het universum, begreep zijn ouders volledig en wist hij zeker dat hij nooit méér in het ‘hier en nu’ was geweest. Toch heeft de trip een krampachtige ondertoon: wanhopig probeert hij vast te houden aan de zorgeloosheid en de hectiek van de ‘echte’ wereld buiten te sluiten.

Een soortgelijke situatie ontstaat, als Kirmiziyüz op een Amsterdams pontje staat na een chaotische fietstocht door de hoofdstad. Tijdens die overtocht hoeft hij even tien minuten níets, besluit hij, maar die gedachte aan verplichte ontspanning neemt hem zo in zijn greep, dat er van relaxen weinig terecht komt. Terwijl hij steeds heftiger snakt naar een sigaret, beseft hij dat hij zijn toevlucht zoekt in middelen die kortdurend genot brengen en moeten verhullen dat hij blijkbaar niet gelukkig is.

In Dope wordt deze persoonlijke worsteling minutieus uitgewerkt, maar de voorstelling wil het thema ook breder trekken: naar de harde wereld achter de gedachteloze drugsconsumptie. Dit is een laag in de voorstelling die minder goed van de grond komt en het verslavende ritme dat Kirmiziyüz met zijn bevlogen tirades teweeg kan brengen, doorbreekt.