Wiet uit de staatskas: ‘Laat de ervaren teler meedoen’

De teelt van wiet legaliseren: het nieuwe kabinet is om. Maar hoe moet dat dan? Deskundigen en bestuurders hebben daar wel ideeën over. “Zet de ervaren teler niet buitenspel.”

Vol enthousiasme steekt Marc Josemans van wal. De voormalige woordvoerder namens de Maastrichtse coffeeshops en eigenaar van Easy Going aan de Hoenderstraat in Maastricht ziet al helemaal voor zich hoe de teelt van wiet gereguleerd zou moeten worden.

Checken
“Ik zie twee modellen. Eén: laat de coffeeshophouders telers erbij halen, wij kennen deze mensen, weten wat en hoe ze produceren. De overheid, gemeente in dit geval lijkt me, kan ze helemaal checken. Alleen moet je geen schoon strafblad verwachten bij deze mensen, wat ze op dit moment doen is immers illegaal. Als ze een strafblad hebben met alleen wietovertredingen daarop, moet je daar natuurlijk doorheen kunnen kijken. We moeten alles tiptop regelen; inschatten hoe groot de behoefte is, en omdat die ook kan fluctueren moeten kwekers ook over een handelsvoorraad kunnen beschikken. Ik zeg: laat de ervaren teler niet buitenspel staan. Daar zitten echt hele nette mensen tussen.”

Tuinders
In zijn tweede model ziet Josemans een grote rol weggelegd voor tuinders. “De enige bedrijven die dit zouden kunnen. Het is niet zo makkelijk om wiet te kweken als vaak lijkt, hoor, het is echt een vak. Maar in Noord- en Midden-Limburg stikt het van de lege kassen, maak daar gebruik van, zou ik zeggen. Ik heb veel liever in kassen geteelde wiet dan wiet die onder kunstlicht wordt opgekweekt; die is vaak gemeen sterk en heeft zeker niet mijn voorkeur. Die tuinders kunnen worden aangezocht door de gemeente; ik ken er trouwens ook wel een paar die dit graag zouden doen. Met liefde voor het product.”

Paul Depla
Aanzienlijk minder enthousiast over Josemans’ eerste model is Paul Depla. Hij was als burgemeester van Heerlen de Limburgse kartrekker van legalisering van de wietteelt en als huidig burgervader van Breda is hij nog steeds enorm voorstander. Maar hij wil niet in zee met telers die een strafblad hebben.

“Daar kan de overheid natuurlijk geen vergunning aan verlenen. Zo iemand komt toch vanuit de illegaliteit, denk aan motorclubs. Bovendien heb je dan een juridisch probleem. Je blijft zo te dicht bij die criminele wereld, ben ik bang, terwijl we die hele wietketen juist willen decriminaliseren en de criminele organisaties zo de wind uit de zeilen nemen.”

Bedrijven

Depla ziet de legale wietketen in grote lijnen zo: een gesloten systeem, waarin de overheid na een openbare aanbesteding bedrijven certificeert om te kweken, die uitsluitend leveren aan coffeeshops. Die laatste mogen alleen van deze bedrijven afnemen en moeten dat ook kunnen aantonen. Shops die hun koopwaar toch nog elders aanschaffen, verliezen hun vergunning. Bedrijven die in aanmerking komen bevinden zich in de agro-culturele sector. De beveiliging moet goed worden geregeld. Alle criteria die nu aan de voordeur gelden voor gebruikers moeten gehandhaafd blijven. Liefst ook het i-criterium (ingezetenen), waarmee verschillende gemeenten zoals Maastricht, Sittard-Geleen en ook Breda buitenlanders uit coffeeshops weren. “Je doet het voor de lokale markt, niet voor het buitenland. Zorgen voor controle vanaf het zaadje tot en met de gebruiker.”

Dat is eigenlijk analoog aan zoals dat nu al gebeurt in de keten voor medicinale wiet: één bedrijf, Bedrocan in Veendam, produceert louter voor apothekers, die – in dit geval op doktersvoorschrift – leveren aan patiënten.

Recreatief
“Zo kun je de keten voor recreatieve wiet ook inrichten”, zegt Depla. “Jaren geleden hebben we becijferd dat één grote loods met twee verdiepingen op een bedrijventerrein alle Limburgse coffeeshops zou kunnen voorzien. Je moet wel zorgen voor voldoende variëteit in het aanbod en zeker tien verschillende smaken aanbieden.” Daarmee zijn we er nog niet, waarschuwt hij: “We moeten alert blijven op illegale teelt en die aanpakken.” Maak de wiet goedkoper, dan zullen mensen minder snel hun heil zoeken in het illegale circuit. “Dat kan ook, denk ik. Nu betaalt de klant toch altijd een soort criminele toeslag, onder meer omdat telers te maken krijgen met tegenslag in de vorm van ruimingen van plantages.”

Cannaclubs

Maar te goedkoop moet het ook weer niet worden, want gezond is het natuurlijk toch niet, stelt Hans Dupont. De manager verslavingspreventie bij de Zuid-Limburgse ggz-instelling Mondriaan ziet wel iets in de oprichting van door de overheid gecontroleerde ‘cannaclubs’. “Waar bijvoorbeeld twintig of dertig mensen lid van kunnen worden, die elk een plant groot mogen brengen. En dan gezellig samen wat roken. Zo kweek je een ritueel, zoals dat vroeger gebeurde in de coffeeshops, die nu helaas steeds meer verworden tot afhaalpunten. Maar dit zal Marc (Josemans) wel niet zo’n goed idee vinden, haha!” Samen met diezelfde Marc ontwikkelde hij jaren geleden een soort horecacursus voor coffeeshoppersoneel, dat immers wel moet weten hoe het klanten moet screenen en wat het zoal verkoopt.

Pesticiden
Dupont is voorstander van het fenomeen coffeeshop en ook uit oogpunt van volksgezondheid vindt hij regulering van de achterdeur een goed plan: “Nu wordt er geen constante kwaliteit geleverd. Soms wordt het niet zo nauw genomen met pesticiden of schimmels, dat kun je met de kweek van ‘staatswiet’ in de hand houden door de producten te laten checken door het Trimbos Instituut of een farmacoloog. Je moet de controle uitstekend regelen.”

Dupont snapt de bezorgdheid van burgemeesters als Marino Keulen van Lanaken (net over de grens bij Maastricht) en Jos Hessels van Echt-Susteren, maar vindt wel dat ze de feiten moeten kennen. Keulen vreest dat bij legalisering in Nederland alle illegale telers de grens over vluchten. “Het marktaandeel dat ze verliezen in Nederland gaan ze in België terughalen. Bovendien lost het niks op: 80 procent van de productie in Nederland is bestemd voor de export.” Dat haalt ook Jos Hessels aan als argument tegen regulering: “Het lost maar een heel klein deeltje van het probleem op.”

800 miljoen
Hij verwijst naar een onderzoek van onder meer de Universiteit van Tilburg uit 2014, waaruit zou blijken dat de illegale wietteelt alleen al in Tilburg jaarlijks 800 miljoen oplevert. Hessels is van de harde lijn: coffeeshops dicht en verkoop verbieden, net als in de rest van Europa. Hij ziet wel iets van een tweedeling binnen het Limburgse burgemeesterskorps als het gaat over legalisering: de kleinere grensgemeenten zijn over het algemeen sceptisch; de grotere steden met coffeeshops radicaal voor.

Volgens Dupont en Josemans is het één grote leugen dat 80 procent van de Nederlandse kweek naar het buitenland zou gaan. Dupont: “Dat geldt misschien voor xtc, maar niet voor hennep.” Josemans, fel: “Er zijn nog nooit grote partijen Nederlandse wiet in het buitenland aangetroffen. Sterker nog: er wordt niet voldoende geproduceerd in dit land om de coffeeshops te bevoorraden. Wij moeten importeren, uit het Oostblok èn uit België.”

Criminaliteit

Keulen is ook bang voor meer criminaliteit, omdat mensen geld nodig zouden hebben voor hun verslaving. Dat wordt door Josemans en Dupont rigoureus naar het rijk der fabelen verwezen. Dupont: “Het coffeeshoppubliek bestaat niet uit verslaafden, die onderweg even inbreken of een auto stelen.”

Misschien moeten kleine gemeenten -”witte vlekken”- juist eens overwegen een coffeeshop toe te laten, oppert Josemans. “Dat zou de overlast van illegale teelt terugdringen, zeker na legalisering. We kunnen de coffeeshops in het land wellicht herverdelen. Heeft Amsterdam er echt 220 nodig? Of zelfs nieuwe openen.” In Lanaken en Echt-Susteren gaat dat wat de burgemeesters betreft in elk geval niet gebeuren. Onder geen enkele voorwaarde.