RIVM-experts: ‘Kans op snelle opleving virus nu buitengewoon klein’

Omdat de intensive cares langzaam leeg lopen en er volgens het RIVM steeds meer aanwijzingen zijn dat kinderen nauwelijks volwassenen besmetten met het coronavirus, mogen de scholen na de meivakantie gedeeltelijk weer open. De eerste versoepeling van de maatregelen, dinsdagavond bekendgemaakt door premier Rutte, is daarmee een feit.

Bang dat het tot een opleving van het virus zal leiden, zijn ze bij het RIVM niet. “De mogelijkheid voor potentiële haardjes om zich nu te verspreiden is buitengewoon klein”, zeggen hoofd infectieziektebestrijding Jaap van Dissel en Jacco Wallinga, verantwoordelijk voor de rekenmodellen.

De NOS sprak met hen over de mogelijkheid om in te grijpen als het fout gaat – en wat er nodig is voor verdere versoepelingen van de coronamaatregelen.

De scholen gaan deels weer open. Jullie waren vanaf het begin niet voor het sluiten van de scholen – want kinderen zouden weinig bijdragen aan de verspreiding van het virus. Waarom kunnen ze dan nu niet weer volledig open?

Van Dissel: “Dat is een kwestie van zorgvuldigheid, omdat we daarin ook de landen om ons heen volgen, die dit ook doen en waar we van kunnen leren. Het idee is: laten we voorzichtig starten. Er was behoorlijk wat reuring, wat toen maakte dat de scholen gesloten zijn.”

Met andere woorden: jullie houden rekening met de weerstand die er was, ook al is er niet echt een medische noodzaak om de scholen niet geheel weer te openen?

Van Dissel: “Het punt is gewoon: wij willen het zorgvuldig doen. Dus we hebben de afgelopen weken naar een heleboel aspecten gekeken. Die aspecten bevestigen het beeld dat we aan het begin hadden. Het openen op halve groepsgrootte maakt natuurlijk ook dat het in die klassen voor leraren allemaal wat rustiger kan worden ingeregeld. Dat lijken me allemaal heel terechte punten, waar we momenteel ook gehoor aan kunnen geven.”

Waarom gaat de kinderopvang wel weer volledig open?

Van Dissel: “Dat is vooral een heel praktisch besluit geweest. Omdat je in de kinderopvang afstanden anders zou moeten organiseren en omdat de kinderen als ze heel klein zijn nog in bedjes liggen. Maar dat blijven uiteindelijk natuurlijk ook arbitraire inschattingen.”

“Alle maatregelen die we genomen hebben, hebben ook een negatieve impact op gezondheidszorg. Maar je kunt je voorstellen dat het sluiten van een terras op dit moment nog een andere negatief effect heeft dan het dichthouden van scholen. Niet iedereen heeft een mooie achtertuin, en sommige gezinnen zitten echt vijf hoog in een flat zonder balkon. En dat geeft ook spanningen en negatieve gezondheidseffecten.”

Jaap van Dissel (r) met premier Rutte, kort voor de persconferentie van afgelopen dinsdag ANP

Het Outbreak Management Team, dat het kabinet over de maatregelen adviseert, heeft als voorwaarde voor verdere versoepelingen gesteld dat effecten “nauwgezet” kunnen worden gemonitord. Volgens Wallinga en Van Dissel gebeurt dat door te kijken naar de ziekenhuisopnames, het Nivel-onderzoek dat 40 huisartsenpraktijken permanent doen, de infectiemonitor waar mensen hun klachten kunnen doorgeven, het Pienter-onderzoek naar immuniteit bij mensen en de Google Mobility Data. Daarin is te zien of mensen thuis blijven of toch mobiel zijn. Daarnaast gaan ook leraren extra getest worden en loopt er nog een onderzoek onder gezinnen.

Maar als het misgaat met de besmettingen, hoe snel kun je dan ingrijpen?

Wallinga: “De snelste van al die indicatoren is de Google Mobility Data, maar daar zit ook vertraging in. Dus als er iets gebeurt, duurt het wel een week voordat wij dat merken.”

Op 11 mei gaan de scholen open. Uiterlijk een week later moet er al een besluit liggen over de versoepeling van andere maatregelen. Weten jullie dan al of het openen van de scholen niet heeft geleid tot een stijging van het aantal besmettingen?

Wallinga: “Ik zou het anders willen insteken: wij verwachten dat het allemaal niet zo’n vaart loopt. Als er iets gebeurt, dan daalt het aantal nieuwe besmettingen minder snel dan we hadden verwacht. We verwachten niet zo snel een stijging. Dus er is echt vrij veel tijd om in te grijpen.”

Van Dissel: “En dat is niet alleen een verwachting. Het grote verschil is: als er nu opeens een toename zou zijn, dan gebeurt dat in een samenleving die de anderhalve meter afstand, het handen wassen en thuisblijven bij ziekte in acht neemt en niet naar de kroeg en evenementen gaat. Dat is natuurlijk een geweldig verschil met toen de eerste besmetting plaatsvond, ten tijde van het carnaval. De mogelijkheid voor potentiële haardjes om zich nu te verspreiden op een wijze zoals we bij de afgelopen piek hebben gehad, is buitengewoon klein. Vandaar dat we er vertrouwen in hebben.”

Het besluit om verder te versoepelen na 20 mei gaat dus niet genomen worden op basis van wat we zien aan nieuwe besmettingen rondom de scholen.

Van Dissel “Daar heb je gelijk in. Maar het punt is dat we er tegen die tijd een heleboel informatie bij hebben gekregen. Allereerst: hoe de situatie zich in Nederland verder ontwikkeld heeft. Ook hoe de naleving en de houdbaarheid van de huidige maatregelen is. (…) Een belangrijke vraag is: hoe ver daalt de IC-bezetting? Dat geeft de bandbreedte aan waarbinnen dan de adviezen over versoepeling kunnen volgen.”

Om meer grip en beter zicht te krijgen op het virus wordt onder meer gewerkt aan een corona-app. Ook wordt er nagedacht over de mogelijkheid om de GGD’s op veel grotere schaal contactonderzoek te laten doen. Over beide opties is veel te doen geweest de afgelopen week.

Is het nodig dat de app werkt en het contactonderzoek is uitgebreid voordat we verder gaan versoepelen op 20 mei?

Van Dissel: “Mijn eerste inschatting nu zou zijn dat dat daar niet van afhankelijk van is. Maar ik ben niet het hele Outbreak Management Team. Daar moet gewoon over gepraat worden.”

Het Robert Koch Institut – het Duitse RIVM – raadt mondkapjes in de openbare ruimte aan. Zelfs zelfgemaakte mondkapjes worden geadviseerd. Zou dat onderdeel kunnen uitmaken van een exit-strategie in supermarkten, het ov en andere plekken waarin de anderhalve meter niet mogelijk is?

Van Dissel: “Wij zijn wetenschappers. Wij willen de beste adviezen geven op basis van de wetenschap. Dus we zullen er kritisch naar kijken, en noch nalaten om het een, noch nalaten om het andere uiteindelijk te adviseren. Ik wil wel een kanttekening plaatsen bij gebruik van de zelfgeknipte mondbescherming. Er zijn studies die zeggen dat die leiden tot meer infecties. Dus ik denk dat heel kritisch zou moeten worden gekeken of dat een weg is die je in zou willen gaan.”

Jullie zijn kritisch op het algemeen gebruik van mondkapjes. Speelt daarin ook een rol dat er een schaarste aan mondkapjes is?

Van Dissel: “Nee. Wat wij doen is in eerste instantie een advies formuleren. En wat daaruit volgt is of er al dan niet beleid op kan worden gemaakt. Het advies staat daar los van.”