Proces tegen Willem Holleeder – ‘Ik zat onder de coke en drank …

  1. ‘Ga maar naar Dino, die heeft klussen genoeg’

    Dino was een directe, dynamische partij in het geheel, zegt getuige La S. ‘Willem Holleeders naam heb ik een paar keer voorbij horen komen, dat ie wetenschap had van liquidaties en partij was in het geheel. Maar ik kan me niet specifiek herinneren dat Jesse zei dat hij naar Willem Holleeder ging voor een klus (zoals La S eerder stellig heeft ontkend dat dit zou zijn gebeurd, aldus advocaat Janssen – ‘op 26 november 2011, kort nadat uw kluisverklaringen bekend werden’).

    Volgens La S.’ verhoorders van destijds, Karel en Henk, had La S. op een gegeven moment gezegd dat ze de opnameband uit moesten zetten. Op dat moment zou La S. hebben gezegd: Jesse vroeg aan Holleeder of er nog een klus (liquidatie) te doen was. Daarop zou Holleeder hebben gezegd: Ga maar naar Dino, die heeft klussen genoeg (vervolgens zou Dino de opdracht hebben gegeven voor de moord op Kees Houtman.

    Advocaat Janssen vraagt of de verhoorders dat hebben verzonnen als het niet waar is. La S. antwoordt daarop dat hij het zich niet meer kan herinneren.

    Ook heeft La S. eerder verklaard dat Willem Holleeder volgens hem heeft gezegd: ‘Als deze klus goed gaat, heb ik er nog een voor jullie.’ Ook dat kan La S. zich niet meer herinneren.

  2. Fred R. hier morgen in de bunker

    Advocaat Janssen merkt op dat Fred R. (de tweede kroongetuige in het liquidatieproces Passage, red.) hier in de bunker morgen ook komt getuigen, net als Peter la S. zelf.

    La S., lachend: ‘Ik zie uit naar de confrontatie.’

  3. Iemand in de ogen kijken

    Fred R. (de tweede kroongetuige in het liquidatieproces Passage, red.) en ik hebben elkaar nooit vertrouwd’, zegt La S. ‘Fred niet omdat hij met de Criminele Inlichtingendienst had gesproken, en ik niet omdat ik iemand in z’n ogen kijk en inschat of ie te vertrouwen is.’

    Fred R. wist volgens La S. van het bestaan van de dodenlijst, ‘omdat hij wist dat Thomas van der Bijl moest worden doodgeschoten’.

  4. ‘Dodenlijsten waren fluïde en niet concreet’

    Opnieuw vraagt advocaat Janssen of getuige La S. zich iets herinnert over wie Jesse het geld voor de moord op Houtman heeft betaald.

    ‘Letterlijk kan ik het me niet herinneren’, antwoordt La S. ‘Maar uit de hele context maakte ik op dat het geld van Ali Akgün kwam.’

    Janssen: ‘Had Ali, in uw beleving, een belang bij de moord op Houtman? Was de dodenlijst bijvoorbeeld door Ali verstrekt?’

    La S.: Nee, die lijsten waren fluïde en niet concreet. Wel stonden daar volgens hem concrete namen op, zoals Hilligers, Attila Önder, Houtman en, later, Thomas van der Bijl. Die namen zouden zijn genoemd in de Rotterdamse club Baja Beach (dat nu Bad heet). Maar wie concreet welke opdracht tot welke liquidatie gaf – Ali of Dino – dat weet La S niet, zegt hij.

    Wel herinnert hij zich dat ook Nedim Imac op de dodenlijst stond, ‘en die lange neger uit de Van Woustraat’ – Ali zei: ‘als je een lange neger ziet, schiet hem dan maar gewoon neer’.

  5. De looproute

    Holleeders advocaat Janssen snijdt nu aan dat La S.’ verklaring over de looproute van hem en Jesse R. na de liquidatie van Kees Houtman, verschilt van de verklaringen die Houtmans weduwe Maria en dochter hebben afgelegd (die onderling wel consequent zijn).

    “Hun verklaring klopt niet’, zegt La S. daarover: ‘Ik kwam vanuit de bosjes.’